Collectief Huisonderwijs voor Hooggevoelige Jongeren

 Mannaz School

Boeken Boetiek


view:  full / summary

Aeneas en Dido

Posted by Annick Lentacker on July 13, 2018 at 12:20 AM Comments comments (0)


Iedereen kent wel het verhaal van Dido en Aeneas en de rol van het lot in het leven.
Toch vond ik het leuk om de versie van Ed Franck nog een keer te lezen.


Verslag van Scholieren.com


Fiche en korte inhoud

Auteur: Ed Franck

Titel : Aenas en Dido

Uitgeverij: Averbode, Altiora

Uitgave: 1996


Het verhaal begint wanneer Aeneas op zoek is naar een nieuw land waar hij samen met zijn strijdmakkers kan blijven. Want hij moest zijn verwoeste vaderstad Troje verlaten, omdat ze veroverd werd door de Grieken. Aeneas strandt aan in Carthago, waar Dido, de koningin, op dat moment een nieuwe stad aan het bouwen is.

Hij wil aan Dido toestemming vragen om te blijven. Wanneer hij aan haar troon komt ziet hij dat zijn volk van Troje gevangen genomen is. Daardoor verstopt Aeneas zich. Hij hoort dat zijn Troyaanse volk aan Dido vraagt om te mogen blijven. De koningin antwoordt en zegt tegen de Trojanen:

”Vrees niet Trojanen, jullie zijn welkom. Wij kennen de geschiedenis van Aeneas’ volk en de dapperheid van de Trojaanse helden. Ik zal helpen zo veel als ik kan. Ik zal mannen de kusten laten afspeuren om naar Aeneas te zoeken.”

Nadat Dido dit gezegd heeft, komt Aeneas te voorschijn. Zijn volk reageert opgelucht, maar Aeneas zegt niets tegen zijn volk en kijkt enkel naar Dido. Dido kijkt in Aeneas’ ogen met een verliefde blik. Voordat ze het zelf goed beseffen zijn ze verliefd op elkaar.

Tijdens een onweer vluchten Dido en Aeneas naar een grot om te schuilen voor een stortregen met hagelstenen. Dido was niet langer bekommerd om de geheimhouding van haar liefde en ze kuste Dido. Zij vroeg hem ten huwelijk, maar Aeneas keek zwijgend toe hoe het onweer overdreef.

Na wat gebeurde in de grot, wordt Aeneas geroepen door de Goden, die hem gebieden om een nieuwe stad te gaan bouwen in Italië. Aeneas gehoorzaamt de Goden en verlaat na een stormende ruzie met Dido Carthago en zijn geliefde. Na het vertrek van Aeneas voelt Dido zich eenzaam en verlaten. Tenslotte laat Dido haar zus een brandstapel maken zodat ze alle spullen van Aeneas kan verbranden, maar Dido gaat zelf op de brandende stapel staan en pleegt zelfmoord.



Recensies

In het verhaal van “Aeneas en Dido” merken we duidelijk dat het hier gaat om de bewerking van een gedicht. Het is een vrije bewerking van Vergillius’ verhaal van Aeneas. Het was keizer Augustus die de opdracht aan hem gaf in 29 v.C. om een epos te schrijven waarin hij Romes groei tot wereldmacht als vervulling van de wil der goden moest uitbeelden. De geschiedenis van “Aeneas en Dido” is in de Aeneïs een duidelijk afgelijnd, bijna zelfstanding onderdeel; het was dus niet moeilijk dit uit het epos te lichten. Dit verhaal behoort tot de antieke litteratuur en zoals in haast alle antieke verhalen wemelt de tekst van mythische namen en verwijzingen. De goden spelen ook een erg actieve rol en daardoor krijgt het verhaal een heel klassieke toon. Alhoewel de activiteiten van de goden niet letterlijk worden weergegeven, toch bestaat er geen twijfel dat de goden in het bestaan van Aeneas en Dido ingrijpen.




Post voor mevrouw Bromley

Posted by Annick Lentacker on July 12, 2018 at 10:35 AM Comments comments (0)


OMG wat een goed boek!  Zo eentje dat je niet kunt wegleggen.  En niettegenstaande het ernstige onderwerp moest ik zowel af en toe lachen als huilen.  Een aangename kennismaking met een auteur die ik niet kende.


Bespreking van https://www.scholieren.com/boekverslag/71661

Feitelijke gegevens over het boek

Titel: Post voor mevrouw Bromley

Oorspronkelijke taal van de uitgave: Nederlands

Verschijningsdatum 1e druk: 15 oktober 2011

Gebruikte druk voor het verslag: 1e

Aantal bladzijden: 512

Uitgeverij: Atlas


Genre

Het nieuwe boek van Stefan Brijs is een psychologische roman over verraad en vriendschap, liefde en oorlog.


Hoe ziet de cover eruit?

Op de verder witte cover staat de afbeelding van een halve klaproos. De klaproos is een symbool voor de Eerste Wereldoorlog, omdat op het slagveld met de loopgraven in België deze bloem de enige was die de strijd kon overleven. Ook op het oorlogsmonument in Ieper staat een klaproos afgebeeld.


Aanleiding voor het schrijven.

Een reportage op de Belgische televisie Canvas over de slag bij de Somme heeft de kiem gelegd voor deze roman. In een interview zegt Stefan Brijs daarover :“Er zat één scène in over een Engelse luitenant in de loopgraven die de brieven van zijn peloton aan het censureren was. Toen ik dat zag, wist ik: dit is het. Dit is mijn verhaal.”


De flaptekst

‘Ik weet niet of je het al hebt gehoord, maar ons land heeft dringend helden nodig. Echte helden.’

Augustus 1914. In Londen melden duizenden jongemannen zich aan om te gaan vechten tegen de Duitsers. Martin Bromley, zeventien en te jong voor het leger, probeert de twee jaar oudere John Patterson te overreden samen in dienst te gaan, maar die wil zijn droom om te gaan studeren niet opgeven. Uiteindelijk slaagt Martin er met een list in naar het front te vertrekken en blijft John achter in een stad waar de druk op dienstweigeraars toeneemt.

Post voor mevrouw Bromley is een aangrijpende roman over ouders en kinderen in tijden van oorlog. Een verhaal over moed en lafheid, hoop en vriendschap, gemis en verlangen.


Samenvatting van de inhoud


I Het thuisfront (blz. 9-267)

De ik-verteller is de 18-jarige John Patterson, zoon van een postbode en een moeder die bij zijn geboorte is overleden. Daardoor is hij gezoogd door mevrouw Bromley, die ook later een deel van zijn opvoeding voor haar rekening heeft genomen. De postbode was verliefd geworden op een rijk meisje van goede afkomst en dat viel niet in goede aarde bij zijn schoonfamilie. Het meisje was toch met hem meegegaan met het mede nemen van enkele kostbare drukken van meesterwerken uit de Engelse literatuur (o.a. Charles Dickens, Kipling en Keats). Johns vader is als een soort eerbetoon aan zijn vrouw altijd boeken blijven kopen en hij spaart ze op in een kleine kamer. Hij heeft in de jaren van de oorlog een begin gemaakt met het catalogiseren van zijn boeken. Hij is erg trots op zijn boekenverzameling en John kan al op jonge leeftijd van Grote Werken uit de Engelse Literatuur genieten.

Maar zijn vader moet enkele dure boeken verkopen om het collegegeld van de eerstejaars student John te kunnen betalen, omdat die niet in aanmerking komt voor een beurs. Natuurlijk gaat hij Engelse literatuur studeren en hij moet voor zijn studie erg veel boeken lezen. Zijn vriendje Martin Bromley is twee jaar jonger dan hij en die is in die eerste dagen na het uitbreken van de oorlog van mening dat hij aan de oproep van de politicus Kitchener moet gehoorzamen en zich moet aanmelden als vrijwilliger voor het Britse leger om te vechten tegen de gehate Duitsers. Maar hij is daarvoor eigenlijk te jong met zijn 16 jaar. Van Martins moeder hoort John Patterson dat hij al een paar dagen niet boven water is geweest. Dan komt John Patterson te weten dat Martin afgewezen is voor de vrijwilligers. Die kondigt aan dat hij de volgende dag iets zal ondernemen.

John Patterson denkt terug aan de 16e verjaardag van Martin toen hij van zijn vriendjes naar de hoeren moest. John haakte op dat moment een beetje laf af, maar hij gaf hem wel zijn grijze vestje, waarop Martin later heel trots is en het graag draagt.

In de wijk waar ze wonen, (Hoxton) woont ook een Duitse juwelier, een erg aardige man die heel goed geïntegreerd is in de Britse samenleving. Samen met enkele anderen zorgt Martin Bromley ervoor dat de prachtige, staande klok van de man kapot op straat belandt. Duitsers zijn voor Martin Bromley gehate mensen en de Duitse buurman verdwijnt vrijwel direct na dit vervelende voorval uit de Londense woonwijk. John Patterson en zijn vader schamen zich daarvoor. Martin wordt voor die wandaad wel opgepakt en hij zit twee weken vast en hij wordt daarna door zijn vader verrot geslagen. John Patterson laat aan zijn vriend Martin zijn afkeuring blijken vanwege zijn aanval op de Duitser Kohlheim. Maar Martin is niet van zijn stuk te brengen: hij wil als straatvechtertje dolgraag naar het front. Hij meldt zich weer aan met enkele vrienden (de broers Jack en Woody Cunningham). Op een keer komt John Patterson hen op straat tegen. Hij ziet ook dat de zus van Martin, Mary, één van de jongens kust. Dat doet hem veel pijn, want hij is erg verliefd op Mary Bromley.

Niet lang daarna wordt John Patterson 19 jaar en Mary komt hem namens d’r moeder feliciteren. Hij krijgt een prachtige vulpen van zijn zoogmoeder. Samen lopen ze daarna naar buiten. Er komt juist een colonne soldaten langs lopen en de hond Shakespeare rent op hen af. Die herkent in één van de uniformen namelijk zijn baasje Martin. John Patterson herkent hem ook, maar Martin zegt dat hij voortaan Matthew heet. Dat is de naam van een broertje dat al heel lang dood is en dat nu ongeveer 18 jaar zou zijn geweest. Het is Martin Bromley dus gelukt om in het leger te komen, wat zijn grote wensdroom is, al moet hij daarvoor een grote leugen gebruiken.

John beseft dat hij Martin Bromley aan het kwijtraken is en misschien zijn zus Mary daarbij. Hij richt zich daarom weer fanatiek op zijn studie Engels. Op de universiteit ontmoet hij de wat oudere student William Dunn die aan zijn laatste jaar Duitse letterkunde bezig is en daarom alleen al geen hekel aan Duitsers heeft. Maar die voorliefde kan hij natuurlijk niet uiten, zeker niet in het bijzin van zijn vader die een café runt. Want dienstweigeraars hebben het in Londen anno 1914 erg zwaar en John Patterson en William Dunn worden regelmatig op straat door meisjes aangesproken die hen lafaards noemen. Eerst weet William Dunn ze aardig van zich af te schudden, ook al noemen ze hem een “pussy.” John Patterson bewondert hem daarom. Zelf loopt hij liever een straatje om als hij dat soort meisjes tegenkomt.

De Duitsers schrikken er inmiddels niet voor terug om met Zeppelins aanvallen boven Londen te houden. Dat zet nog meer kwaad bloed bij de Londenaren. Met Kerst blijft John Patterson bij zijn vader, die nogal somber gestemd is. Hij moet al een tijdje poststukken bezorgen bij mensen die een nare boodschap te horen zullen krijgen. Hij bekritiseert de manier waarop de nabestaanden door de overheid worden ingelicht: namelijk met een standaardformulier. Zijn dure boekenverzameling heeft hij inmiddels beschermd met jute postzakken: zo hoopt hij te voorkomen dat ze vlam vatten, wanneer er weer een bombardement op Londen zal plaatsvinden.

Om mevrouw Bromley te bedanken voor zijn vulpen, gaat John Patterson met oudjaar bij haar langs. Ze spelen een spelletje kaart, maar wanneer mijnheer Bromley thuiskomst, geeft hij erg af op jongens die zich niet aanmelden voor het leger. Hij noemt ze lafaards. Mevrouw Bromley neemt het op voor John Patterson, maar ze krijgt een enorme dreun van haar man. John Patterson is zelfs bang dat hij haar heeft doodgeslagen.

Bij zijn terugkeer op de universiteit blijkt dat er na Nieuwjaar opnieuw veel studenten voor het vrijwilligersleger zijn gerekruteerd. William Dunn laat John Patterson kennismaken met het literaire werk van Goethe en in het bijzonder met diens beste boek “Das leiden des jungen Werther” . Dunn overweegt een pamflet te schrijven dat gericht is tegen de propaganda van de regering in de media. Van Johns vader hoort hij dat er steeds meer mensen een formulier krijgen met de vermelding van de dood van hun meestal erg jonge zoon. Dunn zal die gegevens gebruiken voor zijn pamflet. De media bespelen immers de burgers: ze liegen over de dood van hun naaste. Vaak zijn ze gruwelijk om het leven gebracht, (bijvoorbeeld door een vijandelijk bombardement van de loopgraven, of door granaten en bajonetsteken) maar het heet steeds in die brieven “Killed in action” wat een soort heldendood betekent. Enkele weken later is het pamflet klaar: het is genadeloos hard en rancuneus. John Patterson moet het ook ondertekenen van William Dunn en hij durft niet te weigeren. De beide studenten zien de Engelsen zich gedragen als een groep lemmingen die zich zoals bekend in grote groepen van de rotsen storten wanneer de instinctmatige razernij zich van hen meester maakt.

Op de universiteit wordt John Patterson niet lang daarna voor gek gezet door Mary Bromley. Ze geeft hem een witte veer ( teken van een slapjanus) en noemt hem in een openbaar een “lafaard.” John Patterson is helemaal van slag: het meisje van zijn dromen nota bene zet hem voor paal. Haar broer Martin komt hem nog een keer opzoeken en vertelt hem dat zijn opleiding erop zit en dat hij niet lang daarna zal worden uitgezonden naar het Westfront.

John Patterson vindt dat erg jammer, maar hij heeft nu ook een andere vriend, William Dunn. Wanneer hij die een paar dagen lang niet heeft gezien, gaat hij hem in zijn eigen woonomgeving opzoeken. Een buurvrouw vertelt hem echter dat de jongen zich door het hoofd heeft geschoten, omdat zijn vader het pamflet van zijn zoon niet had gepikt. Er is dus een gelijkenis met de dood van de “jungen Werther” (Goethe) die zich ook door het hoofd heeft geschoten.

Londen wordt later dat jaar geteisterd door aanvallen van de Duitsers en ook de oude Bromley gaat zich daarom als vrijwilliger melden. Door de omstandigheden (liefdesverdriet, de aanvallen op Londen, zijn depressieve vader, die er niet mee kan leven dat hij steeds pessimistische boodschappen aan kennissen moet bezorgen) heeft John Patterson zijn studie versloft. Om het eerste studiejaar te halen, moet hij nog een tentamen halen, maar zijn achterstand is te groot en hij zakt ervoor. Hij verzwijgt het feit eerst voor zijn vader, maar als zijn vader opnieuw boeken wil verkopen om zijn tweede collegejaar te betalen, moet hij toch opbiechten dat hij niet geslaagd is.

Mary is jarig en ze had al daarvoor een keer verteld dat ze zoveel plezier had beleefd aan het eerste deel van “Jungle Book” van Richard Kipling, dat ze geleend had van John. John Patterson denkt een wit voetje bij haar te halen als hij een antiquarisch exemplaar van Kipling voor haar koopt, maar wanneer hij het boek aan haar geeft, toont ze nauwelijks meer interesse. Ze heeft geen bewondering meer voor hem. Ze heeft al bericht gekregen dat de jongen die ze ooit op straat kuste, Woody Cunningham, gesneuveld is. Intussen heeft de regering besloten dat alle Britten tussen 15 en 65 een formulier ter registratie moeten invullen. John Patterson en zijn vader doen het niet van harte. Mevrouw Bromley krijgt post van Martin (blz. 247- vgl. titel) een kaart uit het Belgische plaatsje Poperinge.

Bij een nieuw bombardement op Londen vlucht John Patterson de straat op en wanneer hij terugkeert, is het huis van zijn vader in brand gevlogen. Zijn vader is door de sterke rookontwikkeling om het leven gekomen; de jute zakken waarmee hij zijn boeken had beschermd, zijn hem fataal geworden. John Patterson komt er later achter dat zijn vader zich had kunnen redden, maar dat niet had gedaan, omdat hij het leven niet meer zag zitten. Hij ontdekt ook dat zijn vader een postzak met brieven en formulieren heeft achtergehouden. Eén daarvan is voor mevrouw Bromley (verwijzing naar de titel, blz. 267): er staat in vermeld dat haar zoon Matthew om het leven is gekomen. Maar die is immers al jaren dood. Zij weet niet dat Martin onder zijn broers naam in het leger is gegaan. John Patterson probeert haar op te beuren door te zeggen dat het briefje een fout van de regering moet zijn. Maar hij weet eigenlijk wel beter: Martin zal dus al omgekomen zijn.


II Het westfront ( blz. 271-502)

Na de dood van zijn vader verkoopt John Patterson alle boeken die zijn vader zo zuinig heeft opgespaard. Maar hij krijgt er heel weinig geld voor terug. Daarna wordt hij opgeroepen om in dienst te komen. Maar hij is eigenlijk te intelligent voor het dommere werk en hij mag assistent (kamerbediende) worden bij een luitenant, Ashwell. Mevrouw Bromley weet nog steeds niet van de dood van haar zoon Martin af. Het is januari 1917, wanneer de boot waarop John Patterson zit naar het vasteland van Europa vertrekt.

John heeft in zijn functie enkele privileges: net als zijn vader verzorgt hij het rondbrengen van de post voor de manschappen, zowel de ontvangst als het verzenden ervan. Zijn luitenant is vriendelijk voor hem ,maar hij onderscheidt zich niet door grote heldhaftigheid. Over enkele dagen zullen zijn troepen naar de loopgraven vertrekken en John Patterson krijgt van Ashwell de opdracht alle zakboekjes van de soldaten op te halen, waarin de jonge soldaten hun laatste wil mogen opschrijven. John Patterson laat zijn spullen na aan mevrouw Bromley en zijn mooie horloge aan Martin. Hij ontkent daarmee eigenlijk de dood van zijn vroegere vriend.

De oorlog is een totale waanzinoorlog met de beruchte loopgraven aan beide kanten. Door de slechte weersomstandigheden staan aan beide kanten de soldaten voor een schier onmogelijke opgave: ze worden ziek doordat ze met hun poten in het water staan en sterven vaak een gruwelijke dood. De luitenant heeft het allemaal al een keer eerder meegemaakt en dat heeft hen zeker niet sterker gemaakt. Zijn compagnie is er in haar geheel aan gegaan. Hij is een bijna afgestudeerd botanicus en hij trekt er een keer op uit om een bepaald bloempje te zoeken. Hij heeft in oorlogstijd een verzameling planten (o.a. de bekende klaproos- vgl. de afbeelding van de cover) bijeen gezocht. Ook nu gaan ze keer op zoek naar bijzondere planten ze komen heel dicht bij de gevreesde frontlinie. Waar ze eerst heel blij waren dat ze een zeldzaam bloempje aantroffen, worden ze meteen daarna geconfronteerd met grote aantallen in ontbinding verkerende lijken. Deze keer zijn het Franse soldaten. Bij John gaan opnieuw de ogen open voor de waanzin van deze strijd.

John Patterson heeft enkele brieven die zijn vader achter gehouden had, inmiddels verstuurd uit Frankrijk. Hij heeft in zekere zin ook een aardig contact met een andere assistent van een luitenant, die hem vraagt enkele mooie zinnen uit de gedichten van Keats te citeren die hij kan gebruiken voor zijn prachtige vriendin Gladys, die van zijn hete liefdescitaten van Keats opgewonden wordt. Eerst helpt John Patterson hem daar bij. Hij dicteert de brieven voor zijn collega, maar later heeft hij er geen zin in, niet in de laatste plaats, omdat hij jaloers is. Van zijn eigen geliefde (Mary Bromley) hoort hij namelijk niets.

De oorlogshandelingen komen steeds dichterbij. De verschrikkingen van de waanzinnige loopgravenoorlog worden ook John Patterson steeds duidelijker: hij ziet de laatste weken veel lijken: Britten, Fransen en ook Duitsers. Bij een oorlogshandeling maakt zijn leidinggevende Ashwell een enorme fout, waardoor een bange soldaat, Jimmy Parker, het slachtoffer wordt van een Duitse boobytrap. John Patterson mag later het overlijdensbericht schrijven: ook hij liegt weer: Jimmy is een heldendood gestorven. Ashwell wordt er door dit voorval niet moediger op en bij een volgende oorlogsactie zou hij zeker gedood zijn, wanneer John Patterson zich niet op hem zou hebben geworpen. Hij doet dat met gevaar voor eigen leven. Uit verhalen van anderen blijkt dat Ashwell eerder in die oorlog tijdens een gevecht zijn hele compagnie verloren heeft en dat hij daardoor een mentale tik heeft gekregen. Hij zegt tegen John Patterson dat hij echter zelf gekozen heeft om naar het front terug te keren. Van de heren medici had hij naar huis gemogen Hij is dus geen lafaard in de ogen van John Patterson, maar wel een man die labiel is geworden. Door zijn superieuren wordt hij echter wel aangeklaagd om zijn weinig heldhaftige houding en hij zal daardoor waarschijnlijk uit zijn rang worden ontheven en overgeplaatst.

John Patterson wordt vanwege zijn heldenmoed bevorderd tot korporaal, maar hij kan er niet werkelijk van genieten. Hij ziet namelijk als een berg op tegen de informatie die hij aan Mevrouw Bromley moet verstrekken, maar voorlopig deelt hij haar mede dat iemand uit hun wijk Martin Bromley heeft gezien, namelijk Jack Cunningham. Hij liegt dus weer en geeft op die manier mevrouw Bromley valse hoop. Die antwoordt met een brief waarin ze blij is dat Martin in leven is en dat Mary zich inmiddels heeft verloofd met een gewone jongen uit de buurt. Dat is weer een klap in het gezicht van John Patterson. Maar tijd om lang te treuren heeft hij niet. De leiding van zijn compagnie wordt namelijk bij een oorlogshandeling gehalveerd (ook de andere assistent komt om en John moet een doodsmelding maken aan diens mooie vriendin Gladys) Nu mag Ashwell die eerst gedegradeerd zou zijn door zijn leidinggevenden toch weer de leiding van de overgebleven compagnie op zich nemen. Hij wil graag dat John Patterson hem blijft assisteren, maar die had het liefst een keer naar Poperinge gegaan, omdat hij weet dat daar Jack Cunningham is gesignaleerd die misschien iets meer weet over de dood van zijn vroegere vriend Martin. De luitenant Ashwell zorgt er echter wel voor dat John Patterson enkele dagen vrij krijgt om naar Poperinge te gaan, waar het even een oase in de hel lijkt te zijn. Zo is er in een militaire club (Talbot House) een vriendelijke aalmoezenier die bovendien een fraaie boekenverzameling heeft. Na een bezoek aan de soos ontmoet hij inderdaad Jack Cunningham. Die neemt hem op een motor mee buiten het stadje en vertelt hem de geschiedenis van Martin Bromley.

Martin was de beste soldaat tijdens de opleiding vanwege zijn fanatisme en zijn haat tegen de Duitsers, maar door de gebeurtenissen in de frontlinie was hij eigenlijk een bange haas geworden. Als gevolg daarvan ging hij veel drinken en met medesoldaten ruzie zoeken. Dat had hem al een paar flinke waarschuwingen bezorgd. Op een avond had hij er tussenuit willen knijpen door zogezegd een bezoek te brengen aan een hoertje. Maar hij was door de militaire politie opgepakt wegens desertie en daarop stond in oorlogstijd de doodstraf. Hij was door het vuurpeloton van Jack gefusilleerd. Jack beweert dat hij opzettelijk naast Martin Bromley had gemikt. De heldhaftige Martin Bromley was dus een trieste verradersdood gestorven: hij had de kogel voor desertie gekregen. Van Jack krijgt John Patterson het grijze vestje terug dat hij zelf ooit aan Martin Bromley had gegeven. Hij had het altijd onder zijn soldatenkledij gedragen. John heeft nu weer een flinke klap te verwerken. Hij moet ook terug naar zijn troepen in Arras en naar zijn luitenant Ashwell. Op Paasmaandag 1917 zal er een grote aanval via de loopgraven worden ondernomen en deze keer zal de compagnie van Ashwell het ook in de eerste aanvalsgolf moeten doen. Na een bombardement op de vijandelijke linies zullen ze naar de Duitse loopgraven moeten aanvallen. Er zijn door het bombardement al duizenden lijken van Duitsers te zien.

Uit één van de loopgraven komt een Duitse jongen tevoorschijn met een granaat in zijn hand. De jongen wordt door een Britse soldaat weliswaar met een bajonet doorboord, maar vlak voor zijn dood gaat de granaat toch nog af. Luitenant Ashwell wordt dodelijk getroffen en John Patterson raakt gewond.


III Londen, mei 1917

John komt in Londen in een rolstoel aan op een station. Het zijn allemaal oorlogsgewonden en ze worden als helden verwelkomd. Luitenant Ashwell wordt postuum gehuldigd. John heeft waarschijnlijk geen benen meer.

Mevrouw Bromley heeft hem in een brief geschreven dat ze voor hem zal zorgen: hij heeft immers zelf geen ouders meer. Ze hoopt overigens nog steeds dat Martin zal terugkeren naar huis. John is van plan het nieuws over de dood van haar zoon Martin nu wel aan haar te vertellen. Hij wilde het nooit per brief aan haar laten weten (vgl. de titel)

Alleen zal hij ook nu de waarheid veranderen: Martin Bromley is als een held gestorven, zal hij haar vertellen.


Titelverklaring

De titel verwijst naar enkele passages in de roman. Zowel de echtgenoot als de zoon van Mevrouw Bromley hebben zich aangemeld als vrijwilliger te dienen in het Britse leger tegen de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog. Dat deden met hen duizenden andere Britten die waren opgeroepen door premier Kitchener. Maar ze gingen regelrecht naar de hel. De nabestaanden werden door een formele brief op de hoogte gesteld van het overlijden van hun dierbare. Daarbij werd vaak verzwegen wat er werkelijk was gebeurd. Vaak werd er vermeld KIA (Killed in Action), terwijl sommigen helemaal geen heldhaftige dood zijn gestorven.

De vader van de hoofdfiguur John Patterson, is postbode. Hij moet de beruchte brieven rondbrengen, maar hij kan op den duur die zware taak niet aan. Zo brengt hij bepaalde brieven in zijn eigen woonbuurt niet meer rond om de geadresseerden verder leed te besparen. Zo brengt hij de brief voor mevrouw Bromley waarin staat dat haar zoon Martin is omgekomen, niet rond. John ziet na de dood van zijn vader die brief en hij weet dus dat zijn vriend Martin al gestorven is. Maar wanneer hij zelf naar het oorlogsgebied wordt gestuurd, doet hij net alsof martin nog leeft en hij stuurt kaarten en een brief naar Mevrouw Bromley om haar te vertellen dat Martin door vrienden is gezien. Zo houdt hij Martin eigenlijk in leven, niet alleen voor diens moeder maar ook voor hemzelf. Wanneer hij aan het einde van de roman achter de waarheid is gekomen met betrekking tot Martin Bromley, besluit hij het nieuws van de dood van haar zoon niet per brief maar persoonlijk aan haar te vertellen. Maar ook dan zal hij de leugen (om bestwil) hanteren, namelijk dat Martin als een held gestorven is, terwijl dat in feite niet waar is.


Titelverklaring van beide delen

Het boek is onderverdeeld in twee delen: “Het Thuisfront” en “Het Westfront.”

Front is in het algemene de term die voor een oorlogslinie wordt gehanteerd, maar hoewel John Patterson niet naar het oorlogsfront vertrekt, moet hij wel een strijd voeren. Het is in Engeland namelijk een eer om in het leger van de waanzin te gaan dienen en elke jongeman die niet aan de oproep van Kitchener voldoet, moet zich in het openbaar verantwoorden. Zo wordt John Patterson het mikpunt van spot voor o.a. de zus van Martin Bromley. Hij is op dit meisje verliefd, maar ze kan in hem geen held zien. Aan het thuisfront krijgt John wel steun van zijn studentenvriend William, die echter tegenover zijn vader een even harde strijd moet voeren en die verliest. Hij pleegt namelijk zelfmoord. Ook de vader van John kan het leven dat hij leidt niet verder aan en hij kiest voor zelfdoding door middel van een rookvergiftiging na een brand in zijn boekenkamertje. Hij blijft gewoon in de giftige rook zitten totdat hij stikt. Het thuisfront is dan voor John een echte oorlogslinie geworden.

In het tweede deel bevindt John zich werkelijk aan het oorlogsfront. Hij is echter de assistent van een luitenant en hoort daardoor niet tot de eerste gevechtstroepen. Ook door leeft hij steeds in een innerlijk conflict, namelijk hoe hij moet omgaan met de informatie die hij heeft over zijn inmiddels dode vriend martin. Zijn vader heeft die informatie verborgen gehouden voor mevrouw Bromley en John houdt de leugen dat Martin nog leeft, lang in stand. Daardoor komt hij in een soort gewetensconflict. Tenslotte wordt hij ook een slachtoffer van het Westfront en gaat hij gehandicapt terug naar het thuisfront, waar juist zijn “tweede moeder”, mevrouw Bromley de taak op zich heeft genomen hem te verzorgen. Bij zijn terugkeer in Engeland zit John namelijk in een rolstoel en waarschijnlijk heeft hij zijn beide benen verloren.


Motto

Het motto is afkomstig van de Engelse dichter John Keats uit “Hyperion.”: But where the dead leaf fell, there did it rest. “

Keats is de dichter die verteller John Patterson graag leest o.a. omdat zijn moeder die man bewonderde en een dichtbundel had nagelaten. Hij citeert er later ook zinnen uit voor de liefdesbrieven die zijn collega assistent aan zijn verkering schrijft.


Structuur

Er zijn twee grote delen in de roman en een soort epiloog (heel kort)

De twee delen zijn getiteld:

Het thuisfront (blz. 9-267)

Het westfront ( blz. 271-502)

Beide delen zijn onderverdeeld in een groot aantal hoofdstukken die geen titel en geen nummering hebben.

In het eerste deel zijn er nog enkele hoofdstukken die de voorgeschiedenis vertellen (o.a. over de verkering van John vader en zijn moeder, het hebben van zoogmoeder Bromley, omdat John moeder na de geboorte sterft. Maar het overgrote deel van dit eerste deel wordt toch chronologisch verteld. Het deel vertelt de geschiedenis van John vanaf het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (augustus) en het sterven van zijn vader ruim een jaar later.

Tussen deel I en II zit een vrij lange periode waarin weinig wordt verteld wat er met John Patterson gebeurt.

In het tweede deel wordt het verhaal overwegend chronologisch verteld: het is januari 1917 wanneer John naar het Westfront vertrekt om daar in het Britse leger te gaan dienen. Hij wordt de assistent van een luitenant en hij is op zoek naar het verleden van zijn vriend Martin Bromley. Het deel eindigt in april 1917, wanneer hij moet aantreden voor een grote slag. Dat krijgt fatale gevolgen.

In de epiloog (“Londen, mei 1917) (blz. 505 en 506) wordt dan verteld wat er met John in België is gebeurd.


Perspectief

De ik-verteller is de 18-jarige John Patterson. Hij is de zoogbroer van Martin Bromley, wiens moeder hem de borst gaf daar zijn eigen moeder na de geboorte stierf. Martin en hij zijn daarom vrienden, hoewel er een aardig verschil in intelligentie en sociale klasse is.

Martin is wat jonger dan John en hij wil in tegenstelling tot John wel graag naar de oorlog.

John wil liever studeren en na het vertrek van Martin krijgt hij een nieuwe vriend William.

In 1917, John is dan 20 jaar, vertrekt hij toch naar het front.

John Patterson vertelt in de o.v.t.


De tijdlagen van het verhaal

De tijd van de roman is gemakkelijk vast te stellen. Het eerste hoofdstuk begint name-

lijk met de mededeling dat de Eerste Wereldoorlog is uitgebroken. Het is augustus 1914. Dit eerste deel loopt tot aan het einde van het jaar 1915.

Het tweede deel begint in januari 1917 en eindigt in april 1917. Het laatste hoofdstuk beschrijft de terugkeer in Engeland en heeft als datum mei 1917 meegekregen.

Het totale verloop van de tijd is dus bijna drie jaar.

De roman wordt overwegend chronologisch verteld.

Tussen deel I en II zit een tijdverdichting van ongeveer een jaar. Het is de periode waarin John zich opgeeft om vrijwilliger te worden en de tijd dat hij in training is. De training zelf wordt alleen heel kort samengevat in deel II.


Het decor van de handeling

In de titelaanduiding van beide delen wordt ook het decor aangegeven. In deel I is het decor een burgerwijk in Londen,(Hoxton) waar de familie Patterson en de familie Bromley wonen. Het doet wel een beetje aan de verhalen van Charles Dickens denken. De mensen kennen elkaar goed. John komt bovendien in het milieu van de universiteit terecht, waardoor hij een goede reden heeft zich niet aan te melden voor de vrijwillige indiensttreding bij het Engelse leger. Zijn vader is er postbode, die alle mensen uit zijn wijk goed kent en daarmee een soort vertrouwensfiguur geworden is. Omdat sommige mensen nog niet kunnen lezen, moet hij de brieven soms voorlezen. Omdat hij na een jaartje weet welke ellende er in de brieven staat,besluit hij de post waarin staat dat een familielid gesneuveld is achter te houden.

Het tweede decor is dat van de gruwelijke situatie in West-Europa en dan voornamelijk in het noorden van Frankrijk (Arras) en in het zuiden van België (Poperinge en Ieper). Het gaat dan om het decor van de loopgraven, het beeld waarmee de Eerste Wereldoorlog berucht is geworden. Op enkele luttele meters van elkaar vochten Britse en Duitse jongens een gruwelijke landoorlog uit, waarbij ze elkaar van korte afstand bestookten en met bajonetten te lijf gingen. Daar is Martin de verradersdood gestorven (hij wilde deserteren en werd door een vuurpeloton gedood) en heeft John Patterson zijn handicap opgelopen, toen een jonge Duitse soldaat in zijn laatste actie op aarde een granaat naar de Britten gooide.

In het allerlaatste hoofdstuk keert John Patterson terug naar Londen, waar de oorlogsgewonden een groots onthaal kregen.

Omdat de begin- en eindsituatie hetzelfde decor zijn, kun je in deze roman ook een queeste herkennen. De avonturen worden beleefd op een vreemd terrein en de “helden” moeten de moeilijkheden in naam van het “recht” overwinnen en de gehate vijand verslaan. De “held” keert dan terug naar de beginsituatie.


Thematiek

De thematiek in deze nieuwe roman van Stefan Brijs is veel omvattend.

1. De waanzin van de oorlog.

Wat dit thema betreft is de roman te vergelijken met Catch 22 (Tweede Wereldoorlog- Joseph Keller) en de film The Deer Hunter (over de Vietnamoorlog). In de Eerste Wereldoorlog worden duizenden jonge levens opgeofferd in een zinloze loopgravenoorlog. Aan beide kanten(Britten en Duitsers) worden jonge jongens opgeroepen om zich voor de eer van het vaderland aan te melden in een strijd die vier jaar zou duren en alleen maar verliezers heeft gekend. Een strijd die bovendien op Belgisch grondgebied werd uitgevochten en derhalve diepe sporen heeft achtergelaten in de geschiedenis van onze zuiderburen. Over hetzelfde onderwerp gaat de bekroonde roman van Erwin Mortier ‘Godenslaap.’

Over dit thema zegt de schrijver in een interview dat hij de waanzin van deze oorlog wel moest beschrijven. Wie in België woont en de massale kerkhoven in de buurt van Ieper bezoekt, ziet hoeveel jonge soldaten in deze oorlog zijn omgekomen.

` Mensen raken volledig het spoor bijster in een dergelijke oorlog. Vergelijk Martin die toch vol goede moed naar België was vertrokken, maar daar de ellende van de oorlog niet kan verwerken. Hij wil deserteren en krijgt van zijn eigen maten de kogel (over “friendly fire “gesproken.) En wat te denken van een luitenant Ashwell die niet capabel is om een groep soldaten te leiden en daarmee het leven van aan hem toevertrouwde jongens niet kan garanderen? Hij zoekt bovendien naar plantjes; niet ver van de frontlinie vindt hij eerst een zeldzaam plantje waarover hij erg verrukt is, maar niet ver van die plek worden ze even later geconfronteerd met honderden lijken die al in ontbinding zijn.

Dit thema kan in verband gebracht worden met alle opmerkingen/ passages in de roman over moed, heldendom, lafheid, verraad, desertie.

Ook is de boodschap van deze roman natuurlijk dat mannen die uit een dergelijke oorlog terugkeren nooit meer dezelfde zullen zijn: vgl. de Rambofilms, de personages uit The Deer Hunter en andere Vietnamfilms, de Nederlandse Blauwhelm soldaten die de val van Sebrenica hebben meegemaakt en als gevolg daarvan aan een PTSS lijden.

In een interview met Maarten Moll in De Twentsche Courant/Tubantia zegt Stefan Brijs over dit thema: “'Ja, het is absoluut ook een kritisch boek. Misschien was er een Belgische auteur voor nodig om dit verhaal te vertellen. Dit boek gaat ook over wat een held is. De familie thuis kreeg brieven waarin werd gezegd dat de zoon als een held was gestorven, dat hij als een leeuw had gevochten. Ook weer zoiets wat ik niet wist. Dat was de enige troost die geboden kon worden. Valse troost, want de realiteit, met gasaanvallen en vreselijke slachtpartijen waarin geen eer viel te behalen, was heel anders. Maar het moreel van het volk moest hoog worden gehouden. De verliezen en de verloren slagen werden in de kranten verdoezeld. Engeland was op dat moment de grootste wereldmacht. Er mocht geen protest losbarsten. Je kunt er parallellen met het heden in zien. De oorlogen in Afghanistan, Irak. Regeringen die het volk voorliegen. Ik wilde het heldenverhaal ontmythologiseren.'


2. Oorlogspropaganda is een motief dat bij het bovenstaande thema hoort.

Het is er eigenlijk onlosmakelijk aan verbonden. Om soldaten te werven moest er een zo gericht mogelijke campagne worden gevoerd. De Engelse autoriteiten over wie die boek gaat, verzwijgen voor het thuisfront wat er werkelijk is gebeurd. De berichtgeving is slecht r omvolledig en wanneer een soldaat gesneuveld is, krijgen zijn nabestaanden ouders steevast een brief/formulier waarop staat “Killed in Action.” Ze worden in Engeland dus gewoon om de tuin geleid. Bovendien worden de brieven van de soldaten voordat ze naar huis worden verzonden gecensureerd. In Engeland ontstaat dan ook het gevoel dat je een lafaard bent, als je niet deelneemt aan deze oorlog. Dat is dus het geval met de studenten John en William. De laatste die Duits studeert, heeft geen anti-Duitse gevoelens en schrijft zelfs een anti-Engels pamflet over de waanzin van de oorlog. Maar de omgeving (de klanten in het café van zijn vader) pikt dit niet en William ziet geen andere mogelijkheid dan zich zelf om het leven te brengen.

"Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid"

Dit is een bekend citaat, dat wordt toegeschreven aan de Amerikaanse politicus Hiram Warren Johnson. Hij deed de uitspraak waarschijnlijk in 1917. In “Post voor mevrouw Bromley”, beschrijft Stefan Brijs alle mogelijkheden tussen waarheid en leugen: leugentjes om bestwil, verdraaiingen, propaganda, het verzwijgen van feiten, enzovoort.


3. Leugen en bedrog

Want niet alleen de autoriteiten, ook de gewone mensen gaan zich schuldig maken aan leugens en bedrog. Zo kan vader Patterson het niet meer verwerken dat hij brieven aan kennissen moet rondbrengen, waarin de doodstijding staat. Hij houdt ze achter en na zijn zelf gekozen dood ziet John dat er brieven voor o.a. mevrouw Bromley zijn. Daarin staat dat Matthew dood, maar dat moet op een “fout”berusten. Mevrouw Bromley weet niet dat Martin onder de naam van zijn reeds eerder gestorven broer de autoriteiten weet te bedriegen om toch het leger in te kunnen.

Maar ook John kan niet zonder leugens. Hij kan de waarheid van de dood van Martin niet goed verwerken en hij wil de gevoelens van mevrouw Bromley sparen. Daarom creëert hij een levende Martin die nog kaarten stuurt naar zijn moeder, die hij in zijn eigen brieven ook nog laat leven en die hij zelf zijn horloge wil nalaten als hij sneuvelt. Ook op het laatst zal hij de leugen nog in stand houden. Mevrouw Bromley zal hem verder verzorgen en hij zal haar vertellen dat haar zoon als een held gestorven is. Maar eigenlijk is hij dus een antiheld geweest.

De vraag die het tweede deel domineert, is dus niet meteen of John het front zal overleven, maar wanneer hij mevrouw Bromley, zijn tweede moeder, de waarheid over het lot van zijn zoogbroertje zal melden.

Een andere leugen (om bestwil) is dat de college-assistent van John (Walter Sinkins) brieven schrijft aan zijn geliefde Gladys, waarbij zijn gevoelens ontleent aan citaten van de door Patterson bewonderde Keats. Hij doet net of hij zelf zo literair is aangelegd.


4. Liefdesrelaties

Natuurlijk bloeien in oorlogstijd relaties op. Ook in deze roman wordt over de liefde gesproken, maar vrijwel allemaal kennen ze een fatale afloop. Mary Bromley wil eigenlijk niets meer te maken hebben met John Patterson, wanneer ze weet dat hij niet aan de oorlog wil deelnemen. Ze geeft hem een witte veer en beschimpt hem in het openbaar. Later hoort hij van mevrouw Bromley dat ze een andere verloofde heeft uitgekozen.

De liefdesrelatie van Walter Simkims loopt ook op niets uit wanneer hij sneuvelt. Uit de brief van Gladys aan Walter die John na de dood van Walter leest, blijkt dat ze heel veel van elkaar hielden. Hij moet een afscheidsbrief formuleren.

Ook de liefdesrelatie van John vader en zijn moeder is gedoemd te mislukken. Ze behoorden tot een verschillende sociale klasse. Zij koos voor de liefde, maar moet een hoge prijs betalen wanneer ze bij de geboorte van John sterft.

De relatie tussen mijnheer en mevrouw Bromley is ook niet al te goed. Hij sneuvelt, maar daar blijkt ze toch minder last van te hebben dan van het ontbreken van nieuws over Martin.


5. Vader-zoonverhouding

John heeft wel een aparte verhouding met zijn vader. De man wil goed voor hem zorgen en hij is bereid een deel van zijn kostbare verzameling boeken te verkopen voor het collegegeld van John. Maar heel veel praten ze niet met elkaar. John ziet dat zijn vader gedurende de oorlog steeds depressiever wordt. Hij kan het niet verkroppen dat hij brieven met doodstijdingen moet bezorgen. Daarom doet hij net alsof de oorlog niet bestaat. Hij schermt zijn boeken af met jute zakken in geval van brand. Hij bezorgt de brieven niet, waarmee hij de werkelijkheid wil ontkennen. Maar hij zet zijn zoon ook niet aan om zich te melden als vrijwilliger, zoals de vaders van Martin en William wel doen. Hij respecteert de keuze van zijn zoon en is bereid ook het tweede jaar het collegegeld te betalen. Maar John faalt. Niettemin laat hij zijn zoon in de steek wanneer hij ervoor kiest om in de rook te blijven zitten, als er bommen vallen op hun huisje.


6. Dood en zelfmoord

Dit motief hoeft nauwelijks verdere uitleg. Er sterven natuurlijk in dit oorlogsverhaal vele jonge soldaten. Wie een hoed beeld wil krijgen van de grote aantallen oorlogsslachtoffers, doet er goed aan een keer een bezoek te brengen naar de streek rondom Ieper en Poperinge. Ik was er in de zomer van 2011 in het kader van een excursie van onze havo-4 leerlingen in het kader van hun examenonderwerp.


Zelfmoord/zelfdoding

- De zelfmoord van William Dunn

- De zelfdoding van zijn vader

- De verkapte pogingen van Ashwell om er een einde aan te maken


7. Relatie met literatuur

Er zijn talrijke verwijzingen naar de literatuur. De vader van John verzamelt namelijk boeken en daarmee wordt John al op jonge leeftijd mee geconfronteerd. Hij gaat natuurlijk niet voor niets Engelse literatuur studeren en komt ook in aanraking met Duitse schrijvers via William Dunn.

Zo zijn er veel verwijzingen naar Charles Dickens, Richard Kipling, John Keats, en Goethe. William kopieert zelfs de dood van de “jungen Werther”door zich voor het hoofd te schieten.

Keats is de dichter die John bewondert omdat zijn moeder aantekeningen heeft gemaakt in de bundel die hij van zijn vader heeft gekregen. Dat is ook het enige boek dat hij later niet verkoopt. Hij citeert er liefdeszinnen uit voor de brieven van Walter Simkins.

Maar is in de tussenliggende regels ook niet op te maken dat literatuur (cultuur) geen stand kan houden in een oorlog. Het kamertje met boeken dat de vader van John zo trots in stand houdt (o.a. met jute zakken) moet tenslotte toch verkocht worden om John te kunnen laten voortleven. Alleen het boek van Keats overleeft het. Is liefdespoëzie daarmee superieur aan de oorlog?


8. Vriendschap

Vriendschappen/kameraadschappen ontstaan en worden ook verbroken in oorlogstijd.

- John Patterson en Martin Bromley raken van elkaar verwijderd

- John Patterson en William Dunn op de universiteit

- John Patterson en zijn leidinggevende Ashwell

- John Patterson en zijn collega Walter Simkins

Triest is de rode draad die John Patterson steeds treft, hij raakt al deze personen kwijt. Alle vier zijn ze omgekomen in de oorlog.


Beoordeling scholieren.com

Ik was enkele jaren geleden erg onder de indruk van de roman “De Engelenmaker” dat ik voor deze website heb geanalyseerd. Ook de vele leerlingen die ik het boek kon aanraden, waren enthousiast. Ik was dan ook erg benieuwd naar de nieuwe roman van Stefan Brijs die lang op zich heeft laten wachten.

In de herfstvakantie van 2011 kon ik het boek meenemen naar een hotel aan de Costa del Sol. Ik heb het verhaal achter elkaar uitgelezen. Want Stefan Brijs heeft zich ontwikkeld tot een ware verhalenverteller. Daar is helemaal niets mis mee. In een andere recensie las ik dat hij op een bepaald niveau vergeleken werd met Thea Beckmann en die vergelijking kan ik me wel voorstellen. Er is een soepel doorlopende verhaallijn waarbij je in de gaten krijgt dat de schrijver zich heel goed heeft voorbereid met informatie over het onderwerp. Thea Beckmann deed dat ook altijd. Je kunt daardoor heel goed in de sfeer van het milieu uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog komen. In enkele recensies wordt aangegeven dat de figuur van John wat bleekjes in de roman naar voren komt. Die mening ben ik niet toegedaan. Juist John maakt een enorme ontwikkeling door : van verlegen maar toch ook kritische student naar iemand die volkomen ontnuchterd de wereld van de oorlog instapt maar ook weer uitrolt.

Het verhaal geeft m.i. een goed beeld van de waanzin die er tijdens deze krankzinnige oorlog overheerste. Volkomen onnodig werden duizenden jonge mannen de dood in gestuurd, als lemmingen.

Wie daarbij nog het boek van Conny Braam “De handelsreiziger van de Nederlandse cocaïnefabriek” leest, weet dat ook Nederland nog een bedenkele rol in deze oorlog heeft gespeeld door cocaïne te produceren en dat aan beide partijen voor grof geld te verkopen, waardoor ook na deze krankjorume oorlog duizenden jonge mensen aan de drugs verslaafd waren.

Het boek sprak me bovendien aan, omdat ik kort ervoor nog met onze havo-4 leerlingen op een excursie naar Ieper in België was geweest en de massale oorlogskerkhoven met eigen ogen heb kunnen aanschouwen.

Zoals gezegd heb ik het boek in één ruk uitgelezen en een groter compliment kun je een schrijver nauwelijks maken. Toch vond ik ‘De Engelenmaker” een beter ( lees meer literair) boek. Maar het valt natuurlijk voor een schrijver niet mee om een dergelijk meesterwerk te overtreffen.

Het boek is 512 bladzijden dik, maar de informatie die je krijgt, is van belang , zeker voor mensen die in hun vakkenprofiel geschiedenis hebben opgenomen. Toch ben ik van mening dat de schrijver wat kritischer had moeten zijn en zich wat beperkingen had moeten opleggen. Op den duur vond ik het tweede deel wat traag worden en er had m.i. over het gehele roman verhaal gezien wel een inperking van laten we zeggen 100 bladzijden kunnen zijn.

“Schrijven is m.i. namelijk nog steeds schrappen.”

Ook wat de stijl betreft, ben ik iets minder enthousiast dan ik destijds was over de stijl van “de Engelenmaker.’ Een aantal beeldspraken zijn gewoon clichés

Niettemin denk ik dat veel scholieren het boek erg goed zullen vinden en ik wil het dan ook van harte aanbevelen voor de leerlingen van de havo- en vwo-afdeling. De amusementswaarde van het verhaal is groot. Ik wil 4 punten toekennen voor de literaire waarde op onze lijst.


Recensies

Met zijn vorige roman “De Engelenmaker” is Stefan Brijs ook in Nederland doorgebroken. Daarom wordt zijn nieuwe roman in grote, landelijke dagbladen besproken.

'Brijs laat zien dat lezen tot leven wekken is, of, binnen het perspectief van de roman, in leven houden. Dit samenspel is van een ontroerende schoonheid, en via allerlei verwijzingen, een ode aan de literatuur bovendien. (...) Op de schouders van reuzen is de Vlaming er opnieuw in geslaagd een toegankelijk en aantrekkelijk boek te schrijven. Deze keer over loyaliteit, vriendschap en heldendaden. Mooi. Maar het echte avontuur openbaart zich in de hartveroverende gelaagdheid van deze roman.' (Daniëlle Serdijn in De Volkskrant, 15/10/11)

Maar de recensie in de andere Nederlandse topkrant (het NRC) is niet zo lovend. Brijs sluit aan bij de realistische Engelse romantraditie, waarvan ook Dickens (wiens naam vaak in Post voor mevrouw Bromley genoemd wordt) deel uitmaakt. Maar het verhaal komt langzaam op gang, is praktisch humorloos en blijft een beetje kabbelen, wat vooral veroorzaakt wordt doordat de personages niet interessant genoeg zijn. John is een bleke figuur (al is hij misschien door Brijs zo bedoeld), waardoor het je weinig kan schelen wat er met hem gebeurt; Martin is een vervelende rouwdouw, terwijl de intellectuele pacifist William karikaturaal aandoet. Je kunt je in beide gevallen moeilijk voorstellen wat John in hen ziet.

Daar komt bij dat Brijs stilistisch tekortschiet. Post voor mevrouw Bromley staat vol met hoog-literaire verwijzingen – naar Milton, naar Keats, naar Dickens – maar die steken des te meer af tegen de vlakke verteltrant, de af en toe sleetse beeldspraak (‘mensen zijn lemmingen’, ‘pronken als een pauw met zijn staart’;) en de houterige dialogen, die niet zelden worden geaccentueerd met een quasi-Engels ‘niet?’ op het eind van een zin. ‘Literatuur moet je ráken. Alsof er een mes – tsjak! – tussen je ribben wordt geplant’, zegt William tegen John. Romantische overdrijving natuurlijk, maar het mag best een beetje prikken.[….]

Natuurlijk is het niet alles modder wat er blinkt; Johns hopeloze pogingen om in het gevlij te komen bij het zusje van Martin zijn roerend en goed beschreven, en de scènes waarin hij door Mary tot op het bot vernederd wordt, zijn op de goede manier pijnlijk om te lezen. Johns leugenachtigheid (en ook zijn verdedigbare lafheid, waarop in de hele roman gezinspeeld wordt) had een fascinerende roman kunnen opleveren – een oorspronkelijke bijdrage aan de WO I-literatuur. Maar het lijkt erop dat Brijs zijn hoofdpersoon niet hard durfde aan te pakken. Zichzelf trouwens ook niet, want dan had hij meer in zijn verhaal gewied. ‘Ik had naar water verlangd, maar ik had zand gekregen’, zegt John wanneer hij teleurstellend nieuws van het thuisfront krijgt. De lezer van Post voor mevrouw Bromley, die had gehoopt op een waardige opvolger van De engelenmaker, had het niet beter kunnen formuleren. (Pieter Steinz op 17 oktober 2011)

Lies Schut schrijft in De Telegraaf : 'Stefan Brijs weet met deze zorgvuldig, haast klassiek geschreven roman de lezer zonder uiterlijke franje de geschiedenis in te zuigen. De dramatiek van Poperinge en Ieper herleeft, evenals de eerste twee decennia van het 20e-eeuwse Londen. Ondertussen breekt hij wel een lans voor de literatuur en de verbeeldingskracht daarvan.' -

Op zijn literatuurlog schrijft Coen Peppelenbosch op maandag 17 oktober 2011 dat de roman van Stefan Brijs vlakker is dan de roman “Godenslaap”van Erin Mortier. Ook de taal in het boek wil maar niet vlammmen. Dat blijkt vooral in nogal voor de hand liggende vergelijkingen. Een maand gaat voorbij 'als een schip aan de horizon', John voelt zich 'als een muis in de klauwen van een kat' of staat te rillen 'als een jong veulen', maar druipt een paar bladzijden verder af 'als een krolse kater die een emmer water over zich heen had gekregen'.

Sterker is het portret dat John van zijn vader geeft, een postbode die na het verlies van zijn vrouw van zijn huis een monument heeft gemaakt, opgetrokken uit een enorme collectie boeken. Boeken die zij kende van het milieu waaruit ze kwam, maar waaruit ze verstoten werd toen ze verliefd werd op de postbode. Dat beeld van die muren van cultuur die uiteindelijk toch niet stand houden in een oorlog tillen de roman op een iets hoger niveau. Als John in het leger brieven naar mevrouw Bromley schrijft, beschrijven de woorden een eigen werkelijkheid. De waarheid over de dood van haar zoon zou alle hoop kapotmaken: in fictie overleven mensen. Maar alleen in leugenachtige fictie. In wezen is Post voor mevrouw Bromley een boek over de kracht en de onmacht van taal.

Maar Brijs is een Vlaming en de Vlaamse recensenten zijn maar wat trots op hun landgenoot. Op de site van Knack.be schrijft Frank Hellemand op woensdag 19 oktober 2011 Laat er geen twijfel over bestaan: Brijs schreef met Post voor mevrouw Bromley de beste verhalende roman over de Eerste Wereldoorlog in de Nederlandstalige literatuur.

Erwin Mortier maakte met Godenslaap een mooie evocatie over de dubbelzinnige, onmenselijke schoonheid van die oorlog, maar Brijs' meesterstuk is nog van een andere orde. Hij slaagt erin om een groot en geloofwaardig verhaal op te hangen rond de lotgevallen van twee Engelse boezemvrienden.

Knap is de manier waarop Brijs zich hoedt voor de documentaire val van de auteur die breed wil uithalen en die daarom graag met veel historisch opzoekmateriaal uitpakt. Het verhaal rijdt zich niet vast in feitenkennis - met dank aan de soepele dialogen, de onverwachte wendingen en de aparte details. Te midden van het oorlogsgeweld gaat Johns luitenant bijvoorbeeld op zoek naar sneeuwklokjes en bosanemonen, want 'in deze oorlog moet je blij zijn met het geringste teken van schoonheid'.

Wie nu nog beweert dat een Vlaamse schrijver geen groots en meeslepend verhaal kan vertellen, moet dus dringend Post voor mevrouw Bromley lezen. Benieuwd of Mail for Mrs Bromley in Britse vertaling evenveel gensters zal slaan.

Mark Kloostermans in De Standaard van vrijdag 14 oktober concludeert: “Brijs' nieuwe roman snijdt minder grote thema's aan dan De engelenmaker. Wel laat dit boek zich lezen als een kritiek op machodenken. De mannen in deze roman ontlenen hun identiteit aan de mate waarin ze kunnen vechten. 'Wees een man en vecht!' schreeuwt een poster ergens. Zelfs de vaderlijke sergeant Ashwell weigert op een bepaald moment de kans om het front te verlaten: dat zou zijn trots niet overleven. Mannen moeten durven en jutten elkaar op. Ze moeten de harde waarheid onder ogen durven te zien. Johns manipulatie van de post is daar een stil protest tegen: hij stelt de confrontatie met de waarheid zo lang mogelijk uit. Morele vragen om op te kauwen.


Over de schrijver en eerder gepubliceerde werk

Bron: website auteur

Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk (Belgisch-Limburg), waar hij ook jarenlang woonde en naar school ging. In 1990 studeerde hij af als onderwijzer en begon als opvoeder aan zijn vroegere middelbare school te werken. Van 1994 tot 1997 woonde hij in Zonhoven, daarna vestigde hij zich opnieuw in Genk.

Sinds 1999 schrijft Stefan Brijs voltijds – hij had op dat ogenblik drie boeken gepubliceerd en verscheidene essays en recensies geschreven voor de boekenbijlagen van De Morgen en De Standaard. In 2003 verhuisde hij naar het platteland, niet ver van het stadje Lier in de provincie Antwerpen.


2) BIBLIOGRAFISCHE NOTEN

Stefan Brijs debuteerde bij uitgeverij Atlas (Amsterdam) met De verwording, een magisch-realistische roman die opviel door zijn barokke taal. Een recensent noemde hem toen ‘een groot talent’ en ‘de hoop van de Vlaamse letteren’.

Na zijn debuut zwierf Brijs over Vlaamse begraafplaatsen, op zoek naar de resten van zijn literaire voorgangers, onder wie Gustaaf Vermeersch, Richard Minne, Maurice Gilliams en Karel van de Woestijne. Zijn queesten beschreef hij in Kruistochten, dat in 1998 verscheen. Deze essays kregen een vervolg in de krant De Standaard, waarvoor hij De vergeethoek maakte, een serie literaire portretten van vergeten Vlaamse schrijvers die in maart 2003 werden gebundeld.

In 2000 verscheen Arend, een aangrijpende roman over een misvormde jongen, die op zoek is naar zichzelf, naar begrip en naar liefde en ervan droomt om ooit te kunnen vliegen. Het boek kreeg zowel in Vlaanderen als in Nederland veel lof toegezwaaid. In Het Belang van Limburg werd het ‘een sterke en ontroerende roman’ genoemd, in Knack ‘een literaire prestatie die er mag zijn’. De Volkskrant had het over ‘een wonderschone roman’ en HP/De Tijd over ‘een nieuwe literaire sensatie’.

In de zomer van 2001 was er de publicatie van Villa Keetje Tippel, die veel stof deed opwaaien. In deze monografie wordt de geschiedenis verteld van de schrijfster Neel Doff en haar (intussen gesloopte) villa in Genk, die zij van 1908 tot 1939 elke zomer betrok en die haar inspireerde tot verscheidene werken. Tegelijk verwerkte Stefan Brijs in dit boek ook de geschiedenis van zijn eigen geboorte- en woonplaats Genk, een schilderachtig boerendorpje in de Kempen dat in honderd jaar tijd uitgroeide tot het industriële kunsthart van Belgisch-Limburg.

In de winter van 2001 verscheen Twee levens, een novelle die net als Arend in Vlaanderen en Nederland erg positief werd ontvangen. De Morgen had het over 'een beklemmend kerstavondrelaas', in het Parool werd de novelle aangeprezen als 'een overtuigend verhaal. Heel mooi' en het Algemeen Dagblad schreef dat het 'een pracht van een kerstnovelle' was.

In oktober 2005 verscheen zijn nieuwe roman De engelenmaker, waarvan de vertaalrechten aan meer dan tien landen zijn verkocht, waaronder Amerika, Engeland, Frankrijk, Duitsland en Rusland. Het boek ging intussen in Vlaanderen en Nederland al 125.000 keer over de toonbank en werd bekroond met de Gouden Uil Prijs van de Lezer 2006, de Vijfjaarlijkse Prijs voor Proza van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 2006 en door de leesclubs van Vlaanderen en Nederland met de Boek-delenprijs 2007. Ook werd het genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2006 en de AKO Literatuurprijs 2006. In 2010 kreeg de Franse vertaling Le Faiseur d'anges de Prix des Lecteurs Cognac, een jaar later won het boek de Euregio-Schüler-Literaturpreis, toegekend door scholieren uit België, Nederland en Duitsland. In 2011 verscheen de 25ste druk in het Nederlands als Dwarsligger®

In oktober 2006 verscheen Korrels in Gods grote zandbak, een essaybundel over de schrijvers van Turnhout, onder wie Jan Renier Snieders, Emiel Fleerackers, Jozef Simons en Ward Hermans. Dit boek schreef Stefan Brijs in opdracht van de stad Turnhout en het Cultuurcentum De Warande.


De auteur Stefan Brijs

De website van de auteur - http://www.stefanbrijs.be/biografie/

Een zomerdag in mijn hoofd

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 9:45 AM Comments comments (0)


Leuk boek dat vlot leest.


Besprekiing van De Leeswelp.


Hannes heeft al jaren een bloedziekte. Hij wordt niet slechter, maar ook niet beter. Intussen is de angst om aan de ziekte te sterven erger geworden dan de klachten op zich. Die angst belet hem om voluit te leven. En dan ontmoet Hannes Zee. Het is liefde op het eerste gezicht en hij verwacht van haar dat ze een wonder in hem zal voltrekken.

Al snel ontdekt hij dat zij ook haar problemen heeft, die voor sterke stemmingsschommelingen kunnen zorgen. Hij moet leren leven met haar 'eb en vloed'. Voor Zee is er alleen het hier en nu. En Silas, haar kleine broer. Over hem praat ze honderduit, alleen niet over het geheim dat met hem verweven is. Aanvankelijk sluit ze ook de toekomst uit, tot ze Hannes op een dag overvalt met de vraag om samen een kind te maken...

Zee en Hannes worstelen met hun persoonlijke problemen en zoeken hun weg naar een leven samen. Gerda Van Erkel ontroert met dit fascinerende liefdesverhaal. Over groeipijnen, hoop op een nieuw begin en de kracht van liefde.

De Leeswelp


Tweede bespreking van De recencent.nl

Gerda Van Erkel - Een zomerdag in mijn hoofd

Het hoofdpersonage in Een zomerdag in mijn hoofd is Hannes, een jongen met een zeldzame bloedziekte. Echt ziek is hij niet, maar zijn toestand maakt sociale contacten er niet makkelijker op. Tot overmaat van ramp is hij ook nog gevoelig van aard en houdt hij niet van drank en voetbal, waardoor hij het gedroomde slachtoffer is voor enkele bullebakken van leeftijdsgenoten. Alles verandert echter wanneer hij Zee leert kennen, een bijzonder meisje dat te kampen heeft met sterke gemoedswisselingen. Bij de geheimen en problemen van Zee lijken die van Hannes zelfs af en toe in het niets te verdwijnen. Toch voelen ze zich ontzettend tot elkaar aangetrokken en na een tijdje worden ze onafscheidelijk. Tot Zee Hannes op een dag vraagt om samen een kind te maken.


Over het verdere verloop van het verhaal wil ik liever niet te veel verklappen. Laat het volstaan te vertellen dat Hannes en Zee drastische beslissingen (moeten) nemen, dat het lot hen bepaald niet altijd toelacht, en dat de omgeving zwaar twijfelt aan de haalbaarheid van hun dromen. Voeg daarbij nog een paar behoorlijk dramatische gebeurtenissen en een flink pak emotionele labiliteit, en je hebt een boek dat over alle ingrediënten beschikt om een perfecte tearjerker te worden. En toch is het dat niet geworden. Een traan zal de lezer af en toe wel laten, maar Van Erkel is er bijna overal netjes in geslaagd om die melodramatische valkuil te vermijden.

Ze doet dat door heel genuanceerd haar personages neer te zetten. Soms als typische adolescenten met alle twijfels, wanhoop en wat daar nog meer bij hoort, soms met verrassend heldere inzichten in menselijke relaties. Met de chaos van een puberhoofd, de ups en downs van een passionele relatie, heerlijk realistische dialogen en dies meer. Zonder te verheerlijken en zonder overdreven te dramatiseren. Zodat Een zomerdag in mijn hoofd precies wordt wat het moet zijn: een ontroerend en meeslepend liefdesverhaal, met echte mensen in de hoofdrol.



De auteur Gerda Van Erkel

De website van de auteur - http://users.skynet.be/gerda.van.erkel/

De 17de zomer van Maurice Hamster

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 9:30 AM Comments comments (0)

Leuk boek dat vlot wegleest.


Bespreking van Pluizer

Maurice, kortweg Mo, is een zonderlinge jongen van zeventien. Hij houdt zich vooral bezig met boeken lezen. Nu het zomervakantie is, verveelt hij zich. Hij gaat wel af en toe op bezoek bij zijn leraar, meneer Coldwell, die hij helpt bij het verbeteren van verhandelingen van leerlingen. Tot wanneer hij toevallig Dean ontmoet. Van bij het begin voel je iets mysterieus bij Dean. Hij vertelt niet veel over zichzelf en je voelt al onmiddellijk aan dat Dean een foute vriend is. Dean is totaal het tegengestelde van Mo: een stoere jongen met veel lef. De zomeravonden worden plots een stuk spannender. Nadat ze overdag zwommen in het 'verboden' reservaat gaan ze 's avonds op stap. Onder invloed van Dean doet Mo allerlei stoere dingen. De ene ramp volgt de andere op. De gebeurtenissen volgen elkaar als in een stroomversnelling op. Telkens neemt Mo onder invloed van Dean, en om stoer over te komen de verkeerde beslissing. Gelukkig vallen de gevolgen meestal nog mee. Wanneer hij Dean vertelt over een kostbare foto die in het bezit is van zijn leraar Coldwell, blijkt de foto kort daarop gestolen. Enkel Mo was op de hoogte ... Op deze manier dreigt nu ook zijn vriendschap met zijn leraar verloren te gaan. Dean verdwijnt op dezelfde mysterieuze manier als hij gekomen is, ...

Een heel spannend avonturenverhaal. Het is heel gemakkelijk om je in te leven in de ik-persoon. Elke tiener blijkt wel eens niet opgewassen te zijn tegen de slechte invloed van een verkeerde vriend, soms met nare gevolgen. Er komen verschillende thema's aan bod o.a. drugs, seksualiteit, geld, ... maar de thema's worden niet uitgediept. Mo is een intelligent buitenbeentje, maar blijkt enorm naïef te zijn. De thuissituatie van Mo is niet ideaal, wat hem een grote vrijheid geeft, die geloofwaardig overkomt. De vlotte schrijfstijl zorgt ervoor dat je het boek in één keer uitleest, maar de originaliteit ontbreekt.



De auteur Laure Van den Broeck

Tegen de muur op

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 9:15 AM Comments comments (0)

Leuk boek - met plezier gelezen.

Bespreking van Pluizer.be


Bibi's moeder is onlangs gestorven. Nu blijkt dat de man die haar heeft grootgebracht, niet haar echte vader is, wil Bibi op zoek naar haar biologische vader. Vandaar dat Bibi wil gaan studeren en op kamers wil in Amsterdam. Ze heeft immers op zolder een foto gevonden van haar mama met Zep, een graffitikunstenaar die in Amsterdam woont. Wanneer ze met de foto voor de winkel staat, durft ze er Zep niet onmiddellijk naar te vragen. Ze weet immers niet zeker of Zep wel haar echte vader is. Dit wordt dan ook bijzaak in het hele verhaal. Terwijl we er eigenlijk heel nieuwsgierig naar zijn. Bibi heeft als excuus dat ze een werk wil maken over graffiti en komt zo in de wereld van Zep terecht. Ze wordt verliefd op Roel en heeft problemen met de seksualiteit in haar relatie. Jammer genoeg is het geheel enorm chaotisch. De kern van het verhaal raakt op de achtergrond en er worden teveel andere thema's aangebracht. Zep is niet langer een graffitikunstenaar maar verkoopt nu 'dromen' van aboriginals en graffiti. De link tussen de dromen van aboriginals en de graffiti is niet altijd duidelijk te volgen. Deze aboriginals worden vertegenwoordigd door Paddie, die in de winkel van Zep leeft. Paddie redt Bibi van een drugsverslaafde, die af en toe in Zeps winkel komt en die Bibi's moeder ook heeft gekend. Vandaar de twijfel of hij niet Bibi's vader is. Deze verschillende thema's en verhaallijnen komen allemaal in het boek voor. Het geheel wordt daardoor verwarrend. Enkel in de laatste bladzijden, waar het enkel over Bibi en haar afkomst gaat, wordt het geheel duidelijker en boeiender. Het verhaal wordt in de ik-persoon verteld door Bibi zelf. De hoofdstukken worden onderbroken door cursief gedrukte gedachten van de aboriginal. Het geheel wordt door de verschillende verhaallijnen nogal rommelig en verwarrend en kan niet echt boeien. Jammer.



De auteur Karlijn Stoffels

Over Karlijn - https://www.leopold.nl/auteur/karlijn-stoffels/" target="_blank">https://www.leopold.nl/auteur/karlijn-stoffels/

Met mij gaat alles goed

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 8:30 AM Comments comments (0)

Mooi boek!  Met veel plezier gelezen.


Bespreking van scholieren.com


Samenvatting

Jonas en Michael zijn twee halfbroers. Ze leven twee totaal verschillende levens . Jonas woont in New York en doet waar hij lekker zelf zin in heeft. Michael woont in Italië en is bezig met kunst, politiek en het leven. Na een bezoek aan de dokter, wordt bij Jonas het HIV-virus ontdekt. Jonas weet niet wat hij moet doen en durft het aan niemand te vertellen. Ondertussen heeft Michael ook zijn eigen problemen. Het schijnt dat er oorlog is uitgebroken in het land van zijn afkomst: Joegeslavië. Voor Michael is er wel een klein voordeel. Hij heeft een heel leuk meisje ontmoet, Martha. Zij zit ook over de oorlog in omdat ze ook van Joegoslavische afkomst is.

Langzaamaan raakt Jonas zieker en hij zal het toch eens aan zijn ouders moeten gaan vertellen. Als hij op het punt staat om naar Holsbeek te vliegen om het nieuws te vertellen, gaat zijn tante dood. Jonas had hier niet veel contact mee maar toch gaat hij naar haar begrafenis. Op de begrafenis zijn ook Michael en Martha. Beide willen ze de slachtoffers van de oorlog helpen maar ze weten niet hoe. Jonas komt met het idee om het huis van de overleden tante als opvangtehuis te gebruiken voor de vluchtelingen. Iedereen is het hier mee eens en “Molenstede” wordt opgebouwd tot vluchtelingenopvang. Na de begrafenis keren Michael en Martha en Jonas weer terug naar huis. Jonas heeft ze nog steeds niet over zijn ziekte vertelt. Michael is wel al ingelicht en hij vindt dat Jonas het snel aan hun ouders vertellen moet. Enkele maanden later keert Jonas dan ook weer terug naar Holsbeek en vertelt zijn ouders alles. Ze zijn er kapot van, vooral Jonas zijn vader Pierre, omdat hij bang is dat hij te weinig aandacht aan Jonas geschonken heeft. Jonas leeft zijn laatste maanden in Holsbeek. In deze maanden is hij vooral veel in Molenstede om de mensen te helpen en te rusten. Uiteindelijk sterft Jonas 4 jaar nadat hij geïnfecteerd raakte met het virus. Met Molenstede gaat het ook slecht. Het moet gesloten worden omdat de rest van de familie het er niet mee eens is. Zo raken ook Pierre en Irina in de problemen. Voor een tijdje leven ze afgezonderd van elkaar, maar uiteindelijk komen ze weer samen en willen ze proberen om weer een normaal leven op te bouwen.


Genre

Oorlog – Een van de genres is dan wel oorlog, maar niet op een manier dat de hoofdpersonen bij een oorlog in hun eigen land betrokken zijn. Er wordt de heel tijd over oorlog gesproken. Iedereen heeft in het verhaal zijn of haar eigen oorlog. De oorlog van Jonas is zijn gevecht tegen de ziekte van AIDS (“HIV heeft me de totale oorlog verklaard.” blz. 61) en hoe hij ermee om moet gaan. Michael heeft het over de oorlog in zijn geboorteland Joegeslavië. Hij weet niet wat hij ervan moet denken omdat hij bloed heeft van beide strijdende nationaliteiten (“Er is oorlog in mijn land, en ik zit hier met mijn muziekpapier en klarinet, nauwelijks tweehonderd meter ervandaan. Ik weet niet wat ik moet doen.” blz. 82).

Probleem – In het hele boek komen eigenlijk alleen problemen van mensen voor. Er gebeurt eigenlijk niks positiefs. Enkelen problemen uit het boek zijn:

· Jonas die te kampen heeft met zijn ziekte van AIDS.

· Michael zit over de oorlog in zijn geboorteland in. Hij wil de mensen helpen maar weet niet hoe hij dat kan doen.

· De relatieproblemen tussen Irina en Pierre na de dood van Jonas .

· Anna (het 6-jarige dochtertje van Pierre en Irina) dat in het ziekenhuis komt te liggen met een fikse longontsteking. Dit zet grote druk op Jonas omdat hij zijn ouders moet vertellen over zijn ziekte.

· Het opvangtehuis dat is opgericht door Irina om vluchtelingen uit Joegeslavië op te vangen. Als dit na een tijdje moet stoppen zitten vooral Irina en Michael ermee omdat dit de enige manier was hoe ze de vluchtelingen konden helpen.

Al deze problemen lopen eigenlijk ook allemaal niet goed af. Jonas sterft, Michael weet nog steeds niet wat hij moet doen en Molenstede moet gesloten worden. Het verhaal is dus eigenlijk een en al probleem.


Personen

Jonas à Jonas is een persoon die doet waar hij lekker zelf zin in heeft. Van de een op de andere dag kan hij zijn koffers pakken en naar de andere kant van de wereld reizen. Aan de brieven van Michael, en eigenlijk ook aan zijn eigen brieven, merk je dat Jonas zich niet altijd aan zijn afspraken houdt (“Hoe zit dat eigenlijk met je contacten met Holsbeek? Weten ze inmiddels al dat je in New York woont? Weten ze eigenlijk wel iets van je?” blz. 18) . In het verhaal verandert Jonas heel erg. Dit heeft natuurlijk te maken met zijn ziekte. In het begin van het verhaal denkt hij niet zoveel na over anderen en doet hij maar wat, waarbij hij ook vaak anderen kwetst. Maar als hij dan te weten komt dat hij ziek is, gaat hij meer nadenken over zijn familie andere mensen en wat hij allemaal in zijn leven bereikt heeft. In het begin is Jonas nog echt een losbandige jongen terwijl hij aan het einde, vlak voor zijn dood, een volwassen man geworden is.

Michael à Ook al heft Michael ongeveer dezelfde leeftijd als Jonas, toch is hij veel volwassener en zelfstandiger. Hij denkt na voordat hij iets doet, en als er problemen zijn wil hij deze zo snel mogelijk oplossen. Michael is ook een gevoelig typje. Ook al vindt hij wat Jonas soms doet verschrikkelijk, toch houdt hij van hem (“Jonas jij onnozel kruipdier!” blz. 22). Maar na zo’n zin als deze neemt hij Jonas wel weer in vertrouwen door hem persoonlijke dingen te vertellen. Michael wil ook dolgraag de vluchtelingen uit zijn vaderland helpen maar hij is bang dat hij niet geaccepteerd wordt omdat hij bloed heeft van beide nationaliteiten die in oorlog zijn.

Michael verandert niet echt gedurende het verhaal. Ik denk dat dit komt doordat Michael altijd nuchter is en de problemen niet probeert te ontlopen, in tegenstelling tot Jonas.


Bijpersonen

Irina à De stiefmoeder van Jonas en de moeder van Michael. Ze is de oprichtster van het opvangtehuis voor de vluchtelingen van de oorlog. Na de dood van Jonas krijgt ze problemen met haar man Pierre. Zij is eigenlijk de gene die de dupe wordt van andermans problemen.

Pierre à De vader van Jonas en de stiefvader van Michael. Hij heeft de meeste problemen met de dood van Jonas. Na zijn dood heeft hij namelijk het idee dat hij Jonas niet genoeg aandacht geschonken heeft, en voelt zich daardoor schuldig. Na Jonas zijn dood wil hij ook met niemand praten en verdwijnt dan een tijdje, zodat niemand hem kan vinden.


Plaats

Omdat het verhaal in briefvorm geschreven is, staat de plaats waar de brief geschreven is rechtsboven aan iedere brief. Een brief wordt natuurlijk geschreven als je weg van iemand bent in een andere plaats dus komen de brieven van veel verschillende plaatsen. Enkelen zijn: New York (de woonplaats van Jonas), Fiesole in Italië (de woonplaats van Michael) en Holsbeek in België (de plaats waar Irina en Pierre wonen).


Tijd

Het verhaal speelt zich af van 1989 tot en met 1994. Ook deze data staan bovenaan iedere brief vermeldt. De tijd die verstrijkt tussen het schrijven van de brieven is meestal 1 à 2 maanden. Er wordt een grote tijdsprong gemaakt van 1993 naar 1994. Dit is als Jonas weer terug naar New York vertrekt en in 1994 als zijn begrafenis is.

Of het verhaal in chronologische volgorde geschreven is, is moeilijk te zeggen. De brieven zijn natuurlijk wel in chronologische volgorde geschreven, maar in die brieven staan soms wel flashbacks. Deze flashbacks gaan vaak over de tijd dat Jonas nog leefde of toen hij klein was (“Ja, er was februari ’92, toen hij daar aan de keukentafel zat en ons vertelde dat hij AIDS had.” blz. 170).


Begin

Het verhaal begint eigenlijk met een kleine inleiding die verwerkt is in een van de eerste brieven die Jonas aan Michael schrijft. Hier kom je namelijk te weten wie waar woont en wat zijn of haar karakter is. Het boek is daarna ingedeeld in 2 hoofdstukken: Schermutselingen, Oorlog en Bestanden. Het verhaal begint dus daar waar Jonas te horen krijgt dat hij ziek is en dat de ziekte langzaam begint te komen (schermutselingen). Dan is er het deel waar Jonas zijn ziekte aan de gang is en Michaels oorlog in Joegoslavië (oorlog). In het laatste hoofdstuk worden herinneringen opgedaan en nog eens nagedacht over de dingen die gebeurd zijn (bestanden).


Probleem en Afloop

In het hele verhaal komen 2 problemen voor die tot een derde probleem leiden. Het eerste, en ik denk ook wel het belangrijkste probleem, is de ziekte van Jonas. In totaal leidt Jonas 4 jaar aan deze ziekte en sterft er uiteindelijk ook aan. Michael en Irina hebben problemen met de oorlog in Joegoslavië. Door deze oorlog starten ze Molenstede dat oorlog biedt aan slachtoffers van de oorlog. Dit opvangtehuis moet uiteindelijk toch gesloten worden omdat de overige familieleden willen dat het huis verkocht wordt.

Deze twee problemen leiden tot het derde probleem en dat is de relatieproblemen tussen Irina en Pierre. Hun relatie komt onder druk te staan wanneer Jonas sterft en Molenstede sluit. Pierre isoleert zich van de buitenwereld en Irina weet niet wat ze moet doen. Uiteindelijk komen Irina en Pierre er toch nog uit en beloven ze elkaar weer een normaal leven te gaan beginnen.

 

Perspectief

Buiten Jonas, Michael, Irina en Pierre komen ook nog andere mensen aan het woord bij het schrijven van de brieven. Zo zie je hoe de personen ook over andere denken en niet alleen hoe die personen zich voelen, want iedere brief is in de ikvorm geschreven. Enkelen anderen die ook aan het woord komen zijn: Hugo VanDamme, een vriend van Jonas en Paul, een vriend van Pierre. Hij is dokter en schrijft met Irina als Pierre zich heeft afgezonderd.


Titel

De titel “Met mij gaat alles goed” is sarcastisch en ironisch bedoeld. Normaal begin je een brief met een zin zoals deze, en omdat het hele boek in briefvorm geschreven is zou dit er ook vaak in moeten staan. Maar dit is helemaal niet het geval, want als de brieven geschreven word en gaat het helemaal niet goed en houdt de schrijver van de brief alleen zichzelf voor de gek. Jonas probeert zijn ouder wel een tijdje voor te liegen door te zeggen dat alles goed gaat terwijl hij ziek is en het dus helemaal niet goed gaat. Ik geloof ook dat je de titel als een herkenningsteken kunt zien, dat het hele verhaal in een briefvorm geschreven is.


Thema

Het verhaal gaat over de problemen die er zijn als je besmet bent met AIDS. Je kunt en durft er niet voor uit te komen omdat je dan vaak als “raar” en “besmet” gezien wordt. Jonas zit ook met dit probleem en hij hoeft het zelfs “maar” aan zijn ouders te vertellen. Omdat hij dit lang uitstelt moet hij ook goed kunnen omgaan met zijn gevoelens omdat hij niemand heeft om ze mee te delen.

Michael zit in een tweestrijd. Hij weet niet wat hij kan doen en of hij dan wel geaccepteerd wordt. Hij heeft wel het geluk dat zijn moeder Irina met hetzelfde probleem zit. Zij wil ook helpen maar ze voelt zich machteloos.

Een goed thema zou dus zijn: “omgaan met de ziekte van AIDS” en “ Machteloosheid”.

In beiden gevallen worden mensen verwoest en blijven mensen achter met het verdriet.


Kieuw

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 8:00 AM Comments comments (0)

Bespreking van scholieren.com


Waarom ik dit boek heb gekozen

Toen ik hoorde dat ik een boek moest uitkiezen voor een fictieverslag, ben ik naar de bibliotheek in school gegaan. Daar heeft een mevrouw geholpen door een paar geschikte boeken uit te zoeken en wat over ze te vertellen. Dit boek sprak me het meest aan, dus besloot ik het te gaan lezen.


Verhaalverloop met verhaalprobleem

Filia was volledig geïsoleerd opgevoed door haar oma en behalve de boodschappenjongen Waldemar kwam er nooit iemand op bezoek. Als haar oma overlijd is Filia helemaal alleen, met alleen haar oma’s dagboek met herinneringen aan een buitengewone jongen met een geheim, namelijk dat de jongen kieuwen had. Maar dan trekt Kers bij haar in. Kers brengt licht en vrolijkheid het huis in, en Filia bloeit helemaal op, ze legt zelfs contact met Waldemar. Tot ze er achter komt dat Kers weer verhuist naar haar eigen appartement. Gelukkig komt ze er overheen en durft ‘alleen’ verder te leven. Op het laats bezoekt ze zelfs met het vliegtuig haar opa, de man met kieuwen.


Hoofdpersonen

Filia: Een eenzaam en gesloten meisje, totdat Kers bij haar komt wonen.

Kers: Een vrolijke flapuit.

Waldemar: Een vriendelijke jongen, hij krijgt later verkering met Filia.

Oma Ofélie: Een aardige vrouw, maar door een verdrietige geschiedenis erg geïsoleerd van de wereld geworden.

Timber: De postbode en een oude liefde van de moeder van Filia.

Kay Kieme: De jongen met kieuwen, en de opa van Filia.


Perspectief en vertelstandpunt

De schrijver heeft gekozen voor een wisselend perspectief, en een niet-alwetend vertelstandpunt. Hier volgen twee citaten om dit aan te geven:

Citaat 1. Filia, bladzijde 65: ‘De verse sneeuw kraakt onder Filia’s laarzen. Het heeft in jaren niet zoveel gesneeuwd, het komt zeker tot aan haar knieën. Ze worstelt zich door de bergen poedersuiker heen en trekt een geleende muts van Kers iets verder over haar oren. Dat voelt fijn, dan is haar hoofd niet zo bloot. Ze zucht. Ze had ook een zonnebril op moeten zetten, de witte glans doet pijn aan haar ogen.

Citaat 2, Ofélie, bladzijde 152: ‘Pas toen ik bij het tuinhekje aankwam, viel mijn oog op de politieauto. In de keuken brandde licht. Vaders stem bulderde door de ramen heen. Ik haalde een paar keer diep adem. Veegde mijn natte wangen af met mijn mouwen. Niet meer aan Kay denken was niet genoeg. Ik zou nooit meer over hem praten. Ik moest Kay vergeten.’


Chronologisch of niet chronologisch

Dit verhaal is niet-chronologisch verteld, het bevat namelijk een paar flashbacks. Door het hieronder gegeven citaat kan het feit dat het verhaal niet-chronologisch is verteld bevestigd worden. Het citaat zal bestaan uit de overgang tussen het verhaal naar de flashback.

Bladzijde 15: ‘Vroeger, toen haar moeder nog leefde, ging ze naar een normale school. Maar de school was veel te ver weg, vond oma.

“Ma Felia. Waar zit je met je gedachten?” Filia hoort het niet, ze staart naar buiten, waar de wind waait. Waar de onzichtbare vlagen aan de bladeren van de bomen trekken, ruisen met het gras en spelen met een veertje dat telkens weer voorbij het raam vliegt. (….) Oma krast met een haaknaald op het schoolbord. Filia huivert. Ze voelt het geluid tot op het achterste van haar tong.’


Flashbacks

Hierbij volgen twee voorbeelden van flashbacks, aangegeven door middel van citaten:

Bladzijde 21: “Filia heeft de lange trui aan die oma voor haar heeft besteld uit een catalogus. Ze had de bladzijde uit het boek gescheurd, want daar stond het voorbeeld op. Ze heeft haar haren in een hoge staart gedaan en de lak op haar lippen gesmeerd, precies als het meisje op het plaatje. Kousen uit de kast van oma aangedaan en de riem om haar middel. En de hoge hakken van mama natuurlijk. Toen ze zichzelf in de spiegel bewonderde, vond ze dat ze op haar leek. ‘Ma Filia, wat zie je eruit!’ Ze blijft wankelend stilstaan, op de een-na-laatste trede van de trap. Oma staat op de deurmat, bij de voordeur. Haar ogen glijden misprijzend over Filia’s gezicht en de nieuwe kleren, haar lippen vormen een smalle streep.”

Bladzijde 63: “ ‘Oma..’ zegt ze weifelend. ‘Ik heet Ofélie, ma Filia. Je weet dat ik niet wil dat je me zo noemt.’ Dan stapt ze uit de deuropening. Trekt het verfrommelde papiertje uit haar zak en vouwt het open. Ze houdt het omhoog, zó dat oma het kan lezen. ‘Omafelie’, leest oma hardop. Filia knikt.”


Einde

Ik denk dat dit boek een gesloten einde is, omdat de hoofdvraag (Overleeft Filia zonder haar oma?) beantwoord is voordat het boek afgelopen was. Ik vond het een mooi einde, omdat Filia toch nog familie ontmoette en haar vragen beantwoord konden worden door haar opa.


Mening

Ik vond het een mooi boek, omdat door de schrijfwijze (het dagboek van Ofélie) bij mij medeleven werd opgewekt voor Filia, maar ook voor Kay en Ofélie. Ook is het zo realistisch geschreven, dat je gaat twijfelen of er in het echt geen mensen met kieuwen kunnen bestaan. Daarnaast vond ik het boek best origineel, omdat je bijna nooit leest over mensen die hun hele jeugd zijn binnengehouden, en dan langzaam aan de buitenwereld verkennen.


Eindevaluatie fictiedossier

Van alle boeken die ik heb gelezen voor mijn fictiedossier, vond ik Het laatste offer van Simone van der Vlugt het leukst. Dit is omdat ik detectives erg leuk vind, en de schrijfwijze van Simone van der Vlugt erg fijn. Ook zijn haar boeken vaak spannend, omdat ze op het laatste moment vaan een plottwist hebben.

Ik denk dat ik de boeken die ik in de eerste heb gelezen nog steeds leuk vind, maar ondertussen is mijn leessmaak verbreed. Dus behalve de SF die ik altijd las, lees ik nu ook graag romans, detectives etc. Het leukste van alle boeksoorten vind ik denk ik detectives (ook niet-realistische), want ik houd van de spanning in die boeken, en vind het leuk om zelf erover na te denken wie de dader zou kunnen zijn.


Vuurkraal

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 7:50 AM Comments comments (0)

Ik hou van historische romans, omdat ik het altijd super tof vind om én een goed boek te lezen én iets bij te leren.  Noëlla Elpers is dan ook een van mijn lievelingsauteurs in dit genre.  Ik heb vuurkraalmet veel plezier gelezen.


Maar zoals je in deze bespreking van Pluizer kunt lezen verschillen smaken soms nogal fel :-)


Spanje, 1496. De zeventienjarige prinses Johanna wordt uitgehuwelijkt aan Filips de Schone, zoon van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk. Een vloot van 130 schepen vaart vanuit Noord-Spanje richting Zeeland. Ook Dolores, hofnar en hoofdpersonage uit het vorige verhaal, bevindt zich op een van de schepen. Bij een botsing nabij de kust van Engeland verdrinkt het dwergvrouwtje. Meryem, een van de vijf Moorse kamermeisjes, treurt om de dood van haar vriendinnetje. Het koninklijk gezelschap arriveert uiteindelijk in Brussel op de Coudenberg. Wanneer speellieden uit Frankrijk bij het doopfeest optreden in het paleis, besluit de zwangere Meryem samen met hen op te trekken. De vader van het kind, don Enrico (sic, moet ‘Enrique’ zijn), is intussen teruggeroepen naar Castilië.

Het grootste deel van het verhaal vertelt de avontuurlijke tocht van de speellieden door Frankrijk. Meryem sluit vriendschap met Jocinda, dochter van een zigeunerin. Jonkheer Jacques de Vernon heeft zich als sprookspreker bij de groep gevoegd. Van de Seine trekt de groep naar de Loire. Daar bevalt Meryem van een zoontje. Ze wordt gastvrij opgenomen en verzorgd in een kasteel bij Nantes.

Een langdradig verhaal in vlakke stijl met eindeloze dialogen over rondtrekkende speellieden en zigeuners, onderbroken door versjes en liedjes. De stamboom voorin over de Spaanse vorsten en het Bourgondische huis is onduidelijk. Wellicht volgt er nog een derde deel na ‘Dolores’ en ‘Vuurkraal’.


Tweede bespreking van http://www.leesfeest.nl/boek/vuurkraal

Een genadeloos mooie geschiedenis

Valentine naaide de kraal met plechtige gebaren in het midden van de ster. ‘Liefhebben is het mooiste wat je in je leven zult leren,’ zei ze terwijl ze dat deed. ‘Als je die iemand voor altijd in gedachten wilt houden, dan geef je die een vuurkraal in het hart van de ster.’

Jocinda zag het donkerblauwe doek dat de houten zijwanden en het dak bedekte. Haar ouders, Yandar en Valentine, waren de twee sterren in het midden. Daaronder, verbonden met een stippellijn, alsof ze tussen hun armen heen en weer zwaaide, bengelde de ster van Jocinda.


Het is 1496. De Spaanse prinses Johanna is uitgehuwelijkt aan Philips de Schone van Bourgondië. Haar Moorse kamermeisje Meryem gaat met haar mee naar Brussel. Het is voor Meryem moeilijk wennen in dat kille Vlaanderen. Bovendien is het aan het hof de gewoonte dat Moorse meisjes door de hoge heren worden gebruikt om de nacht bij hen door te brengen. Meryem treft het dat Don Enrico altijd voor haar kiest: hij is tenminste jong, mooi en vriendelijk. In stilte wordt ze zelfs verliefd. Als ze ontdekt dat ze zwanger is, is maar één oplossing: ze moet vluchten om haar kind te kunnen houden.


Meryem sluit zich aan bij een groep speellieden die door Vlaanderen en Frankrijk trekt. Ieder uit de groep heeft zo zijn eigen moeilijkheden: Jacob is net als Meryem gevlucht, want zijn vader wilde hem opsluiten in een klooster. Nero is een wispelturige lelijke dwerg die hunkert naar de liefde van een vrouw, maar niemand neemt hem serieus. Yandar en zijn dochter Jocinda treuren om de dood van Valentine, hun vrouw en moeder, van wie ze vreselijk gehouden hebben.

Speellieden leven aan de rand van de maatschappij; ze zijn weliswaar vrij, maar ze zijn niet overal welkom. Ieder is op zoek naar liefde en geborgenheid. Is het mogelijk dit bij elkaar te vinden?


‘Vuurkraal’ is het zelfstandig te lezen vervolg op ‘¡Dolores!’. Noëlla Elpers ontving voor dit boek de Thea Beckman-prijs, de Kleine Cervantes en de Boekenleeuw. ‘Vuurkraal’ is minstens zo mooi: een vloeiend geschreven, dikke historische roman die je maar moeilijk kunt wegleggen nadat je de eerste bladzijde hebt gelezen. Meryem, Jocinda en hun vrienden zijn verzonnen, maar Johanna en Philips en ook koningin Anna van Bretagne en koning Louis hebben echt geleefd.


Naast een spannende reis door het Europa van de late Middeleeuwen, is ‘Vuurkraal’ ook een boek over liefde. Voor ieder mens van wie ze houdt en gehouden heeft, naait Jocinda een vuurkraal op het wanddoek.

‘Wat kan het leven genadeloos mooi zijn,’ verzucht Jacob aan het einde van het verhaal. Dat lezen ook genadeloos mooi is, bewijst Noëlla Elpers met dit prachtige ‘Vuurkraal’.


De auteur Noëlla Elpers

Website van de auteur - http://users.skynet.be/fc613851/kaap-noellaelpers.htm

Springers

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 7:10 AM Comments comments (0)


Wat ik niet begrijp is dat dit boek op de lijst staat - het is het derde deel van een trilogie?  Waarom dan niet het eerste deel op de lijst zetten?

Omdat ik er niet van hou om middenin een verhaal te beginnen ben ik ook de andere twee delen gaan halen en ben begonnen in ‘Spiegels’ en ‘Splinters’ de twee eerste delen in de Mike Snow-reeks, flitsende en filmische toekomstthrillers voor lezers vanaf 13 jaar!


Bespreking van De Leeswelp

Mike Snow is een Springer: zijn ziel wordt geruild met die van een moordenaar uit het verleden om zo rampen als Columbine te voorkomen. Eens de opdracht is uitgevoerd en het kwaad is afgewend, kan de ziel van Eric Harris, die tijdens de hele procedure het lichaam van Snow heeft laten schokken en trillen, terug naar waar die thuishoort. Bij Mike's terugkeer lijkt er echter wat fout te zijn gegaan: de wereld is veranderd en het zijn nu vrouwen die vooraanstaande posities bekleden. De vrouwelijke aanpak lijkt op politiek vlak niet veel beter dan de mannelijke en een tweede Aardse Oorlog is niet veraf. Tijd voor drastische maatregelen dus, zoals in het hoofd springen van de grootste massamoordenaar aller tijden, Adolf Hitler.


Bavo Dhooge voegt [lees meer] met deze sciencefiction-thriller een frisse roman aan het genre toe. De sf-thriller leent zich tot het bedenken van onbestaande concepten en dat doet hij prima. Het verhaal zelf begint op een interessante manier, je komt nl. midden in Snow's opdracht terecht, maar dat heb je op dat ogenblik niet door. Zijn terugkeer is bovendien gehuld in een waas van mysterie: hij is weer waar hij hoort te zijn, maar je merkt dat er iets niet in de haak is, en Dhooge laat de lezer een tijdje in het ongewisse over wat er nu precies gebeurd is. Vrouwen zijn nu de leiders, maar bakken er maar weinig van en dus ontstaat er een ondergrondse beweging die contact opneemt met Snow via zijn tandenborstel ? een ludieke scène.


Springers is zonder twijfel een origineel idee met een goed uitgewerkte spanningsboog: je blijft lezen tot je weet hoe de vork in de steel zit. Daarnaast wordt er veel gebruikgemaakt van actiescènes en dialoog, wat zorgt voor grote leesbaarheid. Hier en daar blijf je wel eens haperen: op een bepaald ogenblik springen er zoveel zielen van het ene lichaam in het andere, dat het niet altijd direct duidelijk is welk personage precies gevolgd wordt. Een ander minpunt is dat de wereld hier en daar iets te simpel wordt voorgesteld: de oeroude vete tussen man en vrouw wordt aangeboord, maar blijft redelijk oppervlakkig. Aan de andere kant biedt het boek de mogelijkheid tot het verkennen van thema's als de Tweede Wereldoorlog, Cleopatra en Marcus Antonius, Hitler en zijn minnares Eva Braun... Ietwat irrealistisch is ook dat de wereldbevolking in het jaar 2442 nog steeds hetzelfde aantal mensen telt, zes miljard. We willen Dhooge wel iets vergeven, want al bij al is zijn pennenvrucht de moeite waard. [Stéphanie Cuyt]

Copyright (c) Vlabin-VBC0001http://www.deleeswelp.be



Dit is de auteur Bavo Dhooge

De website van de auteur

http://bavodhooge.squarespace.com/springers/

Catwalk

Posted by Annick Lentacker on June 14, 2018 at 6:40 AM Comments comments (0)


Ik heb het gelezen.  Niet meteen een verslag geschreven en na enkele weken heb ik geen idee meer waar dit boek over ging.  Zegt genoeg ...  Maar jongeren houden ECHT van de boeken van Dirk Bracke.

Bespreking van https://www.scholieren.com/boekverslag/72748


Titel: Catwalk

Auteur: Dirk Bracke

Uitgeverij: Davidsfonds Uitgeverij

1e druk: 2011

Aantal blz: 149


Samenvatting

Polly is een meisje van 16 jaar. Haar ouders zijn gescheiden en ze woont samen met haar zusje Emelie bij haar moeder en haar stiefvader. Van haar stiefvader mag ze bijna niks. Op een dag is ze met haar vriendinnen Anna en Zita in de stad. Ze komen een vrouw tegen die tegen Polly zegt dat ze wel model kan worden. Eerst vindt Polly het maar niks maar ze gaat toch op zoek naar een fotograaf die foto’s van haar wil maken. Ze doet mee aan een wedstrijd om het gezicht van boeket te worden. Maar van haar stiefvader Rob mag ze niet mee doen dus Polly houdt het geheim. Haar zusje en haar moeder weten er wel van. De moeder van Polly wil niet scheiden van Rob omdat haar ouders erg gelovig zijn en een scheiding was al heel erg. Polly wint de wedstrijd. Op het feestje komt er een man naar haar toe die zegt dat hij wel goede opdrachten voor haar kan regelen. Nu ze gewonnen heeft komt het in de krant en kan ze het dus onmogelijk geheim houden voor Rob. Als ze thuis komt krijgt ze hele erge ruzie met Rob en hij slaat haar. Polly besluit bij haar vader te gaan wonen. Haar moeder en haar zusje willen het niet maar ze kan niet meer tegen Rob. Polly gaat naar de man die ze op het feestje had ontmoet om te praten over de opdracht maar de man wil alleen maar met Polly naar bed. Gelukkig gaat Polly optijd weg en heeft ze zich niet om laten praten. Omdat ze het gezicht van boeket is geworden krijgt Polly veel opdrachten, ze staat ingeschreven bij het modellen bureau ‘best models’. Onder tussen is Polly erg beroemd geworden en heeft ze wel eens last van opdringerige mannen maar er is een iemand die haar steeds smst en precies weet wat ze doet. Polly vindt het erg eng. Op een fotoshoot ontmoet ze de knappe David. Ze gaat met hem mee naar een hotel kamer en ze krijgen verkering. Ondertussen heeft Polly nog steeds last van de stalker. Polly heeft een fotoshoot in een tropisch zwembad samen met een oude vriendin en een ander buitenlands meisje. Bij de shoot voor de sauna vragen ze of ze haar bovenstukje van haar bikini uit wil doen. Polly wil het niet maar de andere twee meisjes doen het ook en ze had ook al wat gerommel met andere dingen die ze niet wou doen. Het modellenbureau zou het vast niet leuk vinden als ze het niet deed en dan kreeg ze misschien geen opdrachten meer dus ze deed het maar. De foto’s kon je overal zien en ook Polly’s moeder kreeg ze te zien, ze was niet erg blij. Op een dag wil Polly bij David langs gaan maar die heeft haar bedrogen met het meisje die ook bij de fotoshoot was. Polly is er kapot van. Ze moet haar fiets nog wel bij haar moeder thuis ophalen en ze besluit het maar te doen als er niemand thuis is. Ze kreeg een mailtje van haar zusje, die zei wanneer iedereen weg was. Het was wel een vreemd mailtje want het was erg kort. Polly gaat haar fiets ophalen en ze ziet dat de deur van de kamer van Rob openstaat. Polly is erg nieuwsgierig en gaat even kijken. Alle muren zijn behangen met foto’s van Polly. Polly schrikt heel erg en ze beseft dat Rob haar stalker is! Opeens staat Rob in de deuropening. Hij had de mailtjes verstuurd en hij had een programma waarmee hij in de laptop van Polly kon kijken. Zo kon hij precies weten wat Polly deed en daardoor kon hij de smsjes sturen. Rob wil Polly verkrachten maar Polly weet te ontkomen en ze rent naar de voordeur. Ze heeft wel alleen een onderbroek aan want de rest had ze al uit gedaan want dat moest van Rob. Polly vlucht naar haar buurvrouw. Die belt de politie en Rob wordt opgepakt.


Recensie

03-05-2011 geschreven door Patrick Vandendaele

Zoals heel vaak in de boeken van Dirck Bracke, vinden we ook hier een zeer leuk verhaal, dat ondertussen ook wel degelijk een boodschap heeft te brengen... Hier wordt ingespeeld op het gegeven van de droom van vele jonge meisjes onder ons, namelijk het feit dat men wel eens zou kunnen behoren tot de wereld van de topmodels... Maar is dit allemaal wel zo mooi en boeiend ? Is alles wel zo glitter en glamour ? In elk geval is dit niet echt de droom van de ouders van zo’n jong meisje... Maar ja, dat zijn oude mensen die niets verstaan van wat cool is, en het geluk niet gunnen aan de dochter des huize... Zo gaat het er eigenlijk aan toe in het gezin van Polly, die op een toevallige wijze aangesproken wordt en bevraagd wordt om een topmodel te worden... Natuurlijk is dit allemaal niet zo eenvoudig, en het thuisfront is er niet voor te vinden. Dus maar proberen op een andere wijze, en wanneer men er toch wel in slaagt om de grenzen te verleggen gebeuren er heel wat zaken die niet verwacht waren, en die toch wel een andere opvulling geven van wat de job inhoudt van fotomodel. Ineens lijken de zaken niet meer zo prachtig en leuk, en het wordt wel duidelijk dat men een keuze zal moeten maken, en de zaken niet altijd zijn wat ze lijken te zijn. Vriendschap en liefde komen steeds wel ter hulp, alleen moet je weten wie je kan vertrouwen, en mag je nooit de echte vrienden verraden... Een sterk verhaal, knap geschreven, en net als de andere werken van deze auteur, niet enkel aangepast aan de jeugd van tegenwoordig, maar naast het taalgebruik ook wel zeker een boek met een tweede graad... een boodschap dat de lezers ook tot bepaalde inzichten zal brengen en toch wat realistischer zal doen nadenken over bepaalde dromen. Zeer erg leuk boek...

Bron:http://www.vanstockum.nl/boeken/kinderboeken/fictie-13-15-jaar/nl/catwalk-17390646/


Eigen mening

Ik vond het een leuk boek. Het leest lekker snel door. Het is niet saai omdat het over verschillende onderwerpen gaat. Het gaat bijvoorbeeld over Polly die verliefd is op David, maar ook over dat ze zo’n moeite heeft met Rob en tegelijkertijd gaat het ook over haar carrière als model. Het was ook erg spannend zoals het stukje dat Polly naar die man gaat die haar mooie opdrachten beloofd en zoals het stukje dat Polly alleen naar haar oude huis gaat en dat Rob dan ineens bij de deur staat. Het was ook geen saai boek en als je eenmaal aan het lezen ben dan wil je ook weten hoe het afloopt. Ik vond het dus best leuk om te lezen terwijl ik lezen niet heel geweldig vind.



De auteur Dirk Bracke

https://youtu.be/PqhGsMGFGIk" target="_blank">https://youtu.be/PqhGsMGFGIk




Rss_feed