Collectief Huisonderwijs voor Hooggevoelige Jongeren

 Mannaz School

Boeken Boetiek

De ogen van de tiran

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 11:15 AM


Wat zal ik hier over zeggen?

Ik hou van geschiedenis, ik hou van verhalen van goden, ik hou van Griekenland.

Maar dit boek vond ik toch echt wel moeilijk.  Zeker geen aanrader voor iemand die niet graag leest en het boek alleen kiest omdat het dun is :-)


Bespreking van de site van de Bieb

Van de koning die blind werd, toen hij zag

 

Willy Schuyesmans is bekend om zijn boeken over dieren: gorilla's in De zilverrug (n.a.v. de dood van onderzoekster Diane Fossey), zeehonden in de Waddenzee in De huilers, olifanten in Centraal-Afrika in Tand om tand. Ook in andere boeken van hem Braam, De winter van de België, Morgen dood ik een leeuw speelt de natuur een grote rol. Zijn belangstelling voor de klassieke oudheid liet hij alleen merken in Ariadne, een modern liefdesverhaal over het meisje Ariadne en de jongen Theseus op Kreta, tegen de achtergrond van het oude verhaal over de Minotaurus, de stierman. In De ogen van de tiran. De Oedipus van Sophocles brengt de schrijver nu een navertelling van Sophocles' tragedie, "een meesterwerk dat mij al m [lees meer]eer dan dertig jaar fascineert" omdat Sophocles' "opvatting over het lot van de mens nog steeds actueel is". Die tragedie kan "ons helpen om die dwaze grillen van het lot te dragen".

 

Schuyesmans heeft de toneeltekst in een verhaalvorm gegoten, waarbij hij eigenlijk slechts het decor van het gebeuren en de personages kort beschrijft en weergeeft welke handelingen die stellen. Hij volgt Sophocles' dialogen vrijwel woordelijk. Alleen heeft hij de tussenkomsten van het koor in de mond gelegd van verscheidene inwoners van Thebe, die, net als het oorspronkelijke koor, commentaar geven bij wat er gebeurt.

 

Het toneelstuk -- en het boek -- begint bij de pest in Thebe, waar Oedipus koning is. Als het orakel van Delphi meedeelt dat de oorzaak van de epidemie in Thebe zelf ligt -- daar loopt een ongestrafte moordenaar rond -- zweert Oedipus dat hij de stad zal redden. Hij vervloekt de moordenaar en zweert hem te zullen straffen. Als de blinde ziener Tiresias roept dat hij zelf de oorzaak van Thebes onheil is, doordat hij zijn vader Laïus gedood heeft en met zijn moeder Jocaste gehuwd is, vermoedt Oedipus een complot om hem het koningschap te ontnemen ten voordele van zijn schoonbroer Creon. Dan komt de waarheid aan het licht door onthullingen van koningin Jocaste, van een oude herder uit Thebe en een bode uit Corinthe. Bij Oedipus' geboorte voorspelde het orakel dat hij zijn vader zou doden en zijn moeder zou huwen. Daarom liet het koningspaar het kind met doorboorde en gebonden voetjes door een herder in de bergen te vondeling leggen. Die herder spaarde het kind en vertrouwde het toe aan een collega uit Corinthe. Daar voedde het kinderloze koningspaar het op als hun eigen zoon. Toen Oedipus als volwassen man, onwetend over zijn verleden en echte afkomst, zijn lot vernam van het orakel, besloot hij het land te verlaten om zijn vermeende ouders te sparen. Zo gebeurde het dat hij zijn echte vader bij een verkeersdiscussie in de bergen doodde en dat hij later, als dank voor zijn redding van de stad Thebe van de bloeddorstige sfinx, het koningschap kreeg en de koningin-weduwe, zijn eigen moeder, huwde. Bij het horen van de verschrikkelijke feiten pleegt Jocaste zelfmoord en steekt Oedipus, hij die ziende blind was, zich de ogen uit. Hij gaat in ballingschap en Creon wordt koning. Hij weet dat het allemaal verlopen is zoals de goden het gewild hebben en dat ook "de genade alleen in de handen van de goden ligt".

 

Oedipus is voortvarend, opvliegend, argwanend, ambitieus, hoogmoedig omdat hij meent zijn lot te kunnen ontvluchten, een bezorgde koning die niet bang is om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Creon daarentegen is koel, nuchter, zakelijk, realistisch en pragmatisch. Jocaste wil vooral Oedipus' geluk en is bereid, als ze de waarheid begint te vermoeden, zelf alleen de last te dragen. Als Oedipus en het hele volk de waarheid kennen, rest haar alleen zelfmoord.

 

Oedipus' geschiedenis illustreert Sophocles' pessimistische en deterministische visie op het mensenleven, onontkoombaar onderworpen aan de nukken van het lot. Ze toont echter ook hoe een mens door zijn eigendunk, hoogmoed en zelfoverschatting zijn eigen ondergang in de hand kan werken, en hoe telkens weer mensen proberen iemand de diepste pijn te besparen door niet alles te vertellen wat ze weten.

 

De plot, het verhaal, de dialoog... dat is allemaal Sophocles' werk. Schuyesmans tekent sober en vrij abstract het decor van het gebeuren en de personages in hun handelingen. In enkele notities achter in het boek geeft hij zijn bedoelingen aan en bezorgt hij wat informatie over Sophocles en over het verhaal van Oedipus. De verklaring die hij daar geeft over het begrip "tiran" -- hier niet despoot, maar wel koning niet door afstamming maar door benoeming wegens grote verdiensten -- en over de naam Oedipus (d.i. gezwollen voet) had de lezer beter voor de lectuur van het boek gekregen. Wat de persoons- en plaatsnamen aangaat, kiest de schrijver niet consequent voor de Griekse (Kreon, Laios, Labdakos, Teiresies, Polubos, Kithairon) of Latijnse (Oedipus, Delphi, Cyllene, Helicon, Jocaste, Corinthe) transcriptie. Ergerlijk vind ik de slordigheid in het gebruik van de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden in de aanspreking, dus de tweede persoon. Goden en koningen kan een gewone sterveling toch niet zomaar jijjouwen: "Ach goden, wees toch mild en laat zien wat je kunt." De vertrouwelijke vormen bij aanspreking in het meervoud, jullie en je kan je niet zomaar door elkaar gebruiken: "Jeugd van Thebe, ik weet wat je van mij verwacht. Ik ken de pijn die jullie lijden..." Enige efficiënte correctie had de hier gebruikte taal gevoelig kunnen aanpassen aan het verzorgde algemene Nederlands: het volk drumde om hem heen; luidop; in hemelsnaam; voor wat mijn vader betreft; de omstaanders; ik zal deze zaak van bij het begin hernemen. Ook de zinsbouw vertoont wel eens vermijdbare mankementen: Het geluid van de voetstappen van de koning weerkaatsten tegen de wanden. / Als ook mijn moeder zal gestorven zijn ... / Hij loopt rond in de bossen rond de stad. / Als iemand van jullie Laios heeft vermoord, dat hij niet zwijgt (i.p.v. zwijge). Die slordigheid is al in het motto van het boek te merken: "Prijs nooit de dag gelukkig voor de avond is gevallen", meteen ook de slotwoorden van het boek. Men kan immers iemand (of zich) gelukkig prijzen, d.i. voor gezegend houden, niet iets. Zulke slordigheid kan ook leiden tot ernstige vertaalfouten. Het kan niet dat de liefhebbende, om Oedipus bezorgde Jocaste bij de ontdekking van de waarheid haar kind en man toeroept "O, ongelukkige ellendeling. Welke naam kan ik je voortaan nog anders geven dan ellendeling?" Een ellendeling is immers een verachtelijk of slecht mens, een schurk. Het woord "rampzalige", o.m. gebruikt in de vertalingen van J.C.B. Eykman en dr. E. de Waele, past hier heel wat beter.

 

Het is zeker goed dat Sophocles' tragedie door deze bewerking als verhaal toegankelijk wordt voor jonge mensen die geen klassieke opleiding krijgen. De bewerking past overigens perfect in deze tijd van revival van de klassieken. Wat meer taalzorg had die verdienste heel wat groter kunnen maken.

 

Herman de Graef

 



Dit is de auteur Willy Schuyesmans

En dit is de link naar de website van de auteur - http://www.schuyesmans.be/


Categories: Nederlandstalige Boeken, Boeken voor examen middenjury - eerste graad, Geschiedenis

Post a Comment

Oops!

Oops, you forgot something.

Oops!

The words you entered did not match the given text. Please try again.

Already a member? Sign In

0 Comments