Collectief Huisonderwijs voor Hooggevoelige Jongeren

 Mannaz School

Boeken Boetiek


view:  full / summary

De Kleine Osessa - Het Levende Boek

Posted by Annick Lentacker on January 15, 2018 at 3:25 AM Comments comments (0)


O wat maakte dit boek mij blij.  Na een boel 'het gaat wel', 'hmmm te doen' boeken eindelijk weer eens een knaller!

De enoge opmerking die ik me maak is of een veertienjarige hier zoveel van geniet als een volwassene.  Want juist het spelen met de verschillende auteurs, het herkennen van hun boeken, de humor maakte het voor mij zo bijzonder.

En het is de eerste keer dat ik een boek tegen kom dat een eigen website heeft :-)  http://www.dekleineodessa.com/


 

 

De eerste bespreking vindf je op dit .pfd - http://blogimages.bloggen.be/paterlinas/attach/299284.pdf


De tweede bespreking komt van de site Chicklit

'De grens tussen leven in een boek of leven in het echt is niet zo groot als we meestal denken.'

 

Odessa is een avontuurlijk meisje van dertien en gaat er vaak 's nachts op uit. Overdag mag ze van haar moeder hun woning niet verlaten en dus gaat ze stiekem 's nachts weg om over de daken te zwerven. Als ze op een nacht een lichtgevend boek ziet en het oppakt komen er opeens griezelige wezens achter haar aan. Ze vlucht naar huis, maar daar aangekomen blijkt haar moeder zoek te zijn. Een kanarie genaamd Lode A. schiet te hulp door haar naar Scribopolis te brengen, een geheime stad waar beroemde schrijvers wonen. Scribopolis wordt bedreigd door de afvallige schrijver Mabarak, die de wereld wil beheersen met een magisch boek: Boekus. Alles wat in Boekus geschreven wordt, zal ook echt gebeuren. De bewoners proberen te voorkomen dat Boekus in de handen komt van Mabarak. Odessa is uitverkoren om te helpen in deze strijd en probeert tegelijkertijd haar moeder te vinden. Deze twee zaken blijken echter meer met elkaar te maken te hebben dan ze in eerste instantie dacht...

 

Peter van Olmen heeft in De kleine Odessa een geweldige verhaalwereld weten neer te zetten. Scribopolis is een ontzettend leuke stad met een bonte verzameling aan bekende schrijvers, bekende boekpersonages en mythische wezens. Zo bestaat de schrijversraad onder andere uit Dostojevski, Hemingway, Kafka en Dante, en is Shakespeare de voorzitter. Er worden schrijfcursussen gegeven, waarbij bijvoorbeeld de zusjes Brönte verantwoordelijk zijn voor de cursus 'passie, romantiek, en vurige winden die raampjes doen klapperen op woeste hoogten'.

 

De kleine Odessa zit vol met grappige intertekstuele verwijzingen. Zo kan je bijvoorbeeld met muzenpoeder personages uit boeken halen, maar dat lukt alleen als je je echt goed inleeft in diegene die je uit het boek wil halen. Shakespeare heeft Lancelot en de ridders van de ronde tafel uit het boek Arthur, Koning voor eens en altijd gehaald om Scribopolis te beschermen tegen Gnorks. Gnorks zijn op hun beurt door de slechterik Mabarak uit In de Ban van de Ring gehaald, maar omdat Mabarak niet het goede poeder gebruikte zijn het geen grote sterke Orcs maar kleine dikke zwijnvarianten die de naam Gnorks hebben gekregen.

 

Hoofdpersoon Odessa is een moedig meisje dat graag op avontuur gaat. Ze heeft een ontzettend grappige sidekick: de kanarie Lodie A., die zichzelf herhaaldelijk introduceert als 'redder van dames in nood'. Lode A. heeft een gezonde dosis zelfvertrouwen en weet altijd wel een gevatte opmerking te maken. De personages zijn leuk verzonnen en mocht je even de draad kwijtraken wie wie is, dan is er achterin boek altijd nog een lijst van alle personages te vinden.

 

Van Olmen heeft een prettige vlotte schrijfstijl, met duidelijke heldere zinnen. Het verhaal is opgedeeld in korte overzichtelijke hoofdstukken met aan het begin van elk hoofdstuk een mooie kleine illustratie. Het verhaal is geschikt voor zowel jonge als oudere lezers. De jonge lezers kunnen zich verwonderen over het avontuur en de oudere lezers kunnen daarnaast ook nog genieten van alle intertekstuele grapjes.

 

De Kleine Odessa: Het levende boek is een grappig en origineel jeugdboek vol met ridders, vliegende paarden en bekende boekpersonages. Van Olmen weet een spannend verhaal neer te zetten in een super leuke verhaalwereld. Voor elke boekenliefhebber een mustread, want zeg nou zelf: wie zou er nou niet in Scribopolis willen wonen?



Dit is de auteur Peter Van Olmen

Schimmenjagers

Posted by Annick Lentacker on January 11, 2018 at 12:00 PM Comments comments (0)


Een leuk boek.  Leest vlot.  Voor jongeren die houden van verhalen die zich vroeger afspeelden, in het London van 1874.


Bespreking van wikikids.nl

Londen, 1874. Het boek gaat over een 16 jarige jongen, Jim. Jim werkte eerst als Toneelhulp in een theater. Het theater waar hij werkte was overstroomd dus hij soliciteerde hij bij een ander theater.


Het Covent Garden theater

Jim was niet de enige die asistent wou worden. Er stond een hele lange rij met jongens die precies het zelfde wouden als Jim. Jim wist zeker dat hij dat baantje nooit zou krijgen als hij braaf achteraan zou sluiten. Darom liep hij gewoon om alle andere heen door de rij en ging vooraan staan. De jongens die dachten zeker dat hij personeel was want zij lieten hem gewoon voorgaan. Jim hoorde dat er al iemand was gekozen maar daar wou hij het niet bij laten. Hij ging naar binnen en kwam in een lange gang terecht. Hij wist niet waar hij heen moest in het onbekende theater. Hij zag een deur op een kier staan en hoorde iemand roepen ‘volgende’. Jim liep naar binnen en hij verzon een smoesje dat hij al heel lang bij een ander theater had gewerkt. Dat was ook zo maar hij bedoelde een heel beroemd theater. Hij zei dat hij heel erg veel van goochel trucks wist. Hij werd aangenomen. Hij werkte als goochelaars assistent van Wallace Blackstone.

Het ging niet goed met het theater en ging bijna failiet. Jim en Wallace ging opzoek naar een nieuwe choochel truc. In de avond liepen ze naar het hotel van Davenpoort . Davenpoort maakt en verzint goochel trucs als beroep. Onderweg zagen ze een mijsje dat mee werd gesleurd in een koets. Jim had dat mijsje eerder die dag in een snoepwinkel gezien en was haar nog niet vergeten. Anderson had de verdwijn truc Gestolen van Anderson. Die kost heel veel geld. Jim keek rond in de kamer van Davenpoort. Hij zag een boek liggen dat heet ‘wie is wie’ over Adel. Jim keek er in om te kijken of hij de koets herkende waar het mijsje in zat. Tijdens het bladeren in het boek viel er een briefje uit. Dat briefje stopte Jim snel in zijn zak en nam het mee naar huis. Onder weg naar huis liet Jim het briefje aan Wallace zien. Wallece vond het niet goed van Jim dat hij het briefje had gestolen maar er stond wel nuttige informatie op. Er stond op dat Davenpoort niet wil handelen met Anderson.

De volgende dag als ze in het theater aankomen ligt één van hun colega’s dood op de grond. Zij is neergestoken en heeft een briefje in haar hand. Daarop staat geschreven dat meneer Anderson het niet fijn vind dat zijn eigendommen worden gestolen. De politie erbij halen zou niet werken omdat Jim ook iets heeft gedaan dat niet mag. Hij heeft het briefje wat bij Davenpoorts boek lag gestolen. Dat briegje was van Anderson. Het theater gezelschap valt die dag nog uit elkaar. Jim en Wallace besluiten maar om zich bezig te houden met het misterieuze mijsje Amanda. Jim vond het Familie wapen van de koets in een boek. Hij kwam erachter dat Amanda in Oxford woont. Ze besluiten naar Oxford te reizen, met de trein.

De volgende dag zijn ze aangekomen in Oxford. Ze vragen een man naar Pembrook (zo heet de familie van Amanda). Ze komen aan bij een kasteel waar Amanda Jim meteen herkend. Ze krijgen een kamer toegewezen door het personeel. Jim begrijp er helemaal niks van. Eerst word Amanda ontvoerd en daarna woont ze in een kasteel. Op de dag dat ze aankomen is er feest in Pembrook hall. Het broertje van Amanda is jarig. Die avond dineren ze in Pembrook Hall. Helaas was Anderson daar ook aanwezig. De volgende morgen is de jacht begonnen. Jim vind het maar niks om dieren voor de lol dood te maken dus gaat niet mee. Hij gaat naast Amanda in het grasveld zitten en vraagt warom zij mee werd genomen door de koetsier. Amanda vertelde dat hun Familie geen geld meer heeft om het landgoed te onnderhouden en darom moest de familie het huis in Londen verkopen. Jim verteld over De truc, de moord op Heidi en over Anderson.

Jim en Wallace besluiten die avond op zoek te gaan naar de groote verdwijntruc in Andersons kamer. Ze zochten naar een boekje en die vonden ze. Net toen ze weg wouden gaan kwamen ze een handlanger van Anderson tegen. Hij wou Wallace bewusteloos slaan maar Jim greep in. Hij pakte een bronze beeldje en sloeg de handlager van Anderson bewusteloos. Ze verstopte hem in de bergruimte onder de banken in de koets. Ze moesten er snel vandoor gaan voordat Anderson het zou merken. Jim wou nog snel even afschijd nemen van Amanda. Toen hij dat deed zij Jim dat hij had gevonden wat hij zocht en dat hij naar huis ging. Amanda zie dat hij Jim niet met lege handen naar huis kon laten gaan en romeldewat in haar laatje. Ze haalde er een pistool uit. Ze zij tegen Jim dat hij de truc wou om veel geld mee te verdienen en het landgoed en haar familie er weer bovenop te helpen.

Daarna werden ze opeens mee naar de koets gesleurd. Ze werden verdoofd. Ze werden wakker in een schuur. Een goed bewaakte schuur. Ze gingen maar praten met de bewaking. Die man heete Solly en bleek heel aardig te zijn. Ze zaten er heel veel dagen. Ook de onschuldige Davenpoort was daar opgesloten. Ze zouden pas vrijgelaten worden als Davenpoort de verdwijntruc had opgeschreven. Maar een truc opschrijven doe je niet zo snel. Ook wouden ze niet dat Anderson de truc in handen krijgt.

Anderson beveeld Davenpoort, Wallace en Jim de truc te oefenen en uit te voeren. Hij zou ze opsluiten totdat ze het zou lukken. Hij had Amanda opgesloten in een oud gammel hutje op een heuvel in het moeras. De truc lukte. Maar Anderson hield zich niet aan zijn belofte. Davenpoort, Wallace en Jim zouden in het moeras gegooid worden. Anderson wist nog niet precies hoe de truc werkte dus Davenpoort kreeg uitstel. De toch wel goede Solly hielp Wallace en Jim. Jakson was in het moeraswater gevallen. Solly, Wallace en Jim probeerde Jakson nog te redden. Alleen de loop van het geweer van Jakson was nog boven water en er klonk een knal. Solly en Jim keken bij zichzelf of ze geraakt waren. Gelukkig was voor hun de afloop goed. Maar niet voor Wallace. Jim voelde een traan over zijn wang lopen. Solly en Jim gingen naar het eiland waar Amanda was opgesloten. Het moment brak aan waar Jim allang op had gewacht. Amanda kwam naar hem toe in een gammel bootje dat Solly had geregeld. Amanda omhelsde Jim en samen liepen ze terug naar de schuur waar Davenpoort was. Hij had in de tijd dat Jim en Wallace weg waren Anderson laten verdrinkenin het moeras. Helaas had Jakson het moeras overleefd. Toen hij Jakson zag kon hij niet laten. Hij pakte het pistool waarmee Amanda hem bedrijgde uit zijn jaszak en hij schoot Jakson neer. Het was Jim teveel geworden en hij barste in tranen uit. Een uur later liepen ze terug naar Pambrook Hall. Jim en Davenpoort gingen die zelfde dag nog met de trein naar London.

Jim en zijn kleine broertje Sam voerden die truc op in het convent garden theather. Ze verdienen veel geld maar daar gaat het hun niet om. Het ‘feest’ was alweer een jaar geleden. Op een dag werd Jim verteld dat er een speciale fan in de kleedkamer was. Jim liep naar binnen en zag Amanda daar zitten. Hij vroeg hoe het met hem ging. Amanda vertelde dat er een nieuw feest werd georganiseerd en dat ze verloofd was. Jim vond dat stieken wel een beetje jamer. Amanda vertelde dat ze was verloofd met een man van 50 (Amanda en Jim zijn nu 18). Maar ze vertelde ook dat ze veel liever met Jim mee ging om de truc op te voeren in verre landen. Zo kwam het dat de twee nog lang en gelukkig leefden en ook nog een prachtigen wereldrijzen maakten.



Dit is de auteur Annejoke Smids

Dit is de website van de auteur - http://www.annejokesmids.nl/




De ogen van de condor

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 12:00 PM Comments comments (0)


Ik vond het een goed boek maar helemaal geen boek voor 'gevoelige zieltjes'!


Bespreking van scholieren.com

Titel: De ogen van de condor

Schrijver: Lydia Rood

 

Waarom heb je het boek gekozen?

Ik heb het boek gekozen van de lijst die we hebben gekregen. Ik vind de schrijfster goed en andere boeken die ik wou lenen waren uitgeleend.

 

Tot welk genre behoort het boek?

Het boek behoort tot het genre politieke romans.

 

Is de titel goed gekozen?

Ik vind dat de titel niet goed gekozen is, omdat in het verhaal niks over een condor voorkomt. En je ziet helemaal niks door de ogen van een condor, maar door de ogen van de jongen.

 

Past de omslagillustratie goed bij het verhaal?

Ja ik vind van wel. Je ziet Ramiro, de hoofdpersoon van het boek. Op de achtergrond staan de twee beste vrienden van hem afgebeeld. Ook draagt hij de kleding die hij moet dragen van de bende waar hij bij zit.

 

Vanuit welk perspectief wordt het verhaal verteld?

Het ik-perspectief

“Ik vond mezelf heel zielig toen, wat een kalf was ik.” (blz. 24)

 

Heeft de schrijver het juiste perspectief gekozen?

Ja, je weet nu goed wat Ramiro van plan is, wat hij denkt. Hij kan namelijk niet alles hardop zeggen omdat dat gevaarlijk is. Je weet bij het ik-perspectief dus goed wat er allemaal aan de hand is.

 

Hoe bouwt de schrijver spanning op?

Ze bouwt spanning op door je nog niet meteen te laten snappen wat er aan de hand is, en je een beetje te misleiden.

“Miguel viel dood neer toen ik hem raakte.” (blz. 7, regel 1)

Miguel en Ramiro spelen hier een spelletje, maar als je deze regel leest lijkt het net alsof Miguel wordt vermoord.

 

Wie is de hoofdpersoon?

De hoofdpersoon is Ramiro, omdat het verhaal over hem gaat, en wat hij meemaakt. Het verhaal wordt ook vanuit zijn ogen verteld.

 

Beschrijf het probleem van de hoofdpersoon aan het begin van het verhaal.

Het dorp van Ramiro, San Iridoro (Colombia) wordt overvallen door de paramilitairen, ze nemen het zusje van zijn beste vriend mee. Waar hij stiekem verliefd op is.

 

Hoe leer je de hoofdpersoon vooral kennen?

Je leert hem vooral kennen door wat hij denkt en voelt, maar eigenlijk ook door wat hij doet en zegt. Wat hij denkt en voelt omdat je dan weet wat er in hem om gaat. Alleen door wat hij doet en zegt merk je dat hij erg dapper is en veel op het spel durft te zetten.

 

Welke moeilijkheden moet hij overwinnen?

Hij wil Liseth (het zusje van zijn beste vriend) bevrijden uit de handen van de paramilitairen. Liseth komt terug. Alleen heeft Ramiro haar niet bevrijd maar is ze zelf terug gekomen.

 

Beschrijf het uiterlijk en innerlijk van de hoofdpersoon.

Er staat in het boek niets beschreven over het uiterlijk van Ramiro, je weet wel dat hij 14 jaar is.

“Je bent niet goed bij je hoofd” zei Miguel. Hij keek me woedend aan.

“Kan wel zijn,” zei ik “maar ik doe het toch.” Hieraan zie je dat hij koppig is, als hij een doel heeft gaat hij er helemaal voor.

 

Is de hoofdpersoon een karakter of een type?

Hij is een type, het is een stoere, moedige koppige jongen.

 

Welke persoon uit het verhaal zou je het liefst willen zijn?

Niemand, omdat het verhaal zich afspeelt in een gebied waar oorlog is. Het is niet veilig voor de personen die voorkomen in het verhaal, bijna iedereen is arm. En eigenlijk heeft niemand het goed.

 

In welke tijd speelt het verhaal zich af?

Er staat nergens een precieze datum in het boek. Maar het zal zich ongeveer rond 2000 afspelen. Er zijn namelijk al wel moderne wapens en zo.

 

Op welke plaatsen speelt het verhaal zich voornamelijk af?

Het boek speelt zich voornamelijk af in het kamp van de guerrilla’s.

 

Zou het verhaal zich ook net zo goed in een andere tijd hebben kunnen afspelen?

Ja, het verhaal gaat in grote lijnen over de politiek, en de personen zijn natuurlijk niet heel veel anders dan mensen in een andere tijd. Het grootste verschil zou zijn dat er misschien geen auto´s en geweren zijn.

 

Kies 1 plaats die je het meest aanspreekt en beschrijf die plaats.

Ik kies het dorp waar Ramiro woonde in het begin: San Isidoro. Het is een rustig dorpje, er wonen voornamelijk boeren. De mensen hebben veel contact met elkaar en ze zorgen voor elkaar als dat nodig is. San Isidoro was een plezierige plek om te wonen totdat de paramilitairen hun inval deden. Sinds die dag is het dorp uit elkaar gevallen.

 

Zou het verhaal zich net zo goed op een andere plaats kunnen afspelen?

Ja, het zou zich ook in een ander arm land af kunnen spelen, waar de situatie niet zo goed is.

 

Recensie De ogen van de Condor

Titel: de ogen van de condor

Schrijfster: Lydia Rood

Uitgeverij: Leopold

Genre: politieke roman

Ramiro woont in een klein dorpje in de bergen van Colombia. Het leven is zorgeloos totdat de paramilitairen het dorp overvallen. De ouders van Ramiro’s beste vriend, Miguel, worden vermoord. De zus van Miguel, Liseth, wordt meegenomen. Ramiro vlucht met zijn oma, Dona Martha, de bergen in. Een aantal dagen later keren ze terug naar het dorpje. Als Ramiro zijn vriend over wil halen om Liseth te bevrijden, loopt Miguel weg. Niemand weet precies waarheen. Ramiro gaat zijn vriend zoeken. Hij vindt hem in de grote stad.

Ramiro en Miguel hebben gehoord dat Liseth voor de paramilitairen werkt. De jongens willen haar bevrijden. Het lijkt hen handig zich aan te sluiten bij de guerrilla’s om zo aan informatie over Liseth te kunnen komen en om haar bij een aanval te kunnen bevrijden. Ze gaan naar een kamp. Daar worden ze ingelijfd. Vanaf dat moment mogen ze hun eigen namen niet meer aanhouden. Miguel heet vanaf nu Ernesto en Ramiro heet Rafael. Ze krijgen een zware training in het kamp. Ze moeten huishoudelijke klussen doen, krijgen schietles en leren een ‘nieuwe’ geschiedenis over hun land.

De jongens realiseren zich niet waar ze aan begonnen zijn. Ze moeten zich bewijzen. Weglopen kan niet meer, want verraders, zo wordt hen duidelijk gemaakt, worden omgebracht. Ze moeten mee op patrouille, ze zaaien dood en verderf in dorpjes.

Er komt een overloopster het kamp binnen. Het blijkt Liseth te zijn. Vanaf dat moment is het kamp waar ze zitten niet meer veilig. Snel wordt het kamp afgebroken. Ze gaan op weg naar een andere plek om het kamp op te slaan. Onderweg komen ze langs de vallei waarin hun dorpje ligt. Ze besluiten te ontsnappen. In het dorpje aangekomen blijkt iedereen vertrokken. Ze hebben er niets te zoeken. Ze besluiten zo snel mogelijk terug te keren en te doen alsof ze een tip hadden gekregen dat er para’s in het dorpje waren en dat ze zelfstandig op onderzoek uit waren gegaan. Dan wordt ontdekt dat Liseth een peilzender bij zich heeft, ze is dus een spion.

Liseth moet onmiddellijk geëxecuteerd worden, maar ze is niet te vinden. Rafael geeft opdracht aan een medestander om de militairen in te lichten. Die komen en omsingelen de groep. Rafael geeft zich over en ook een aantal anderen doen dat. Ze worden door de militairen flink aan de tand gevoeld.

Tenslotte keren ze terug naar Rafaels oma die op een collectieve boerderij leeft met een aantal gevluchte gezinnen. Hier proberen ze allemaal op hun eigen wijze een nieuw bestaan op te bouwen.

Het boek is erg spannend en interessant, er zitten zielige stukken in, maar het is over het algemeen toch een leuk boek. Er zit op zich wel een happy end aan, alleen overlijdt Ernesto/Miguel wel, door een landmijn. Het verhaal is gebaseerd op waargebeurde verhalen. Lydia Rood is afgereisd naar Colombia en heeft daar naar verhalen van mensen geluisterd. Daar is dit boek uitgekomen. Het is moeilijk om te beseffen dat wat er in dit boek gebeurt werkelijkheid is.

Ik vond het een goed boek, terwijl ik helemaal niet van dit soort boeken houd (boeken die over oorlog, armoede enz. gaan), wat ik vooral leuk vond waren de spannende stukken, ik ging met de hoofdpersoon meeleven. Ramiro en zijn vrienden komen telkens weer in levensgevaarlijke situaties, waar ze net op het nippertje gered worden. Deze stukken zorgen ervoor dat je verder blijft lezen. Ik raad het boek aan aan anderen, het is ook leerzaam omdat je veel te weten komt over de politieke situatie in Colombia.

http://www.leestafel.info/KINDERBOEKEN%20P%20Q%20R/productssimple12.html



Dit is de auteur Lydia Rood

Dit is de website van de auteur - http://www.lydiarood.nl/


Dit is een tweede bespreking van dezelfde site

Titel: De ogen van de condor

 

Auteur: Lydia Rood

 

Uitgever: Leopold Amsterdam

 

Jaar van uitgave: 2007 tweede druk (in 2006 eerste druk)

 

Bladzijdes: 206

 

Genre: Oorlogsverhaal

 

Bijzonderheden: Dit is een boek dat speciaal geschreven is voor Stichting Vluchteling

 

 

 

Samenvatting:

 

Het verhaal begint in San Isidoro, een gezellig dorpje in Colombia. In San Isidoro woont Ramiro bij zijn grootmoeder Doña Marta. Hij heeft twee vrienden, Miguel en Liseth (zij vind hem geen vriend maar Ramiro is toch een beetje verliefd op haar), omdat er oorlog is in Colombia tussen de guerrilla’s en de paramilitairen is er meestal geen school. Op een dag word het dorp overvallen door de paramilitairen omdat het dorp de guerrilla zou hebben geholpen. De vader van Miguel en Liseth word opgepakt en met zijn eigen zaagmachine in stukken gezaagd net als zijn vrouw, maar ook Liseth wordt gestraft, zij moet bij de paramilitairen gaan werken. Ramiro en Miguel gaan haar proberen te redden.

 

Ramiro en Miguel bedenken een plan, ze proberen zich bij de tegenpartij aan te sluiten (de guerrilla), hiervoor moeten ze eerst naar de stad, want daar woont een kennis van Miguel. In de stad woont ook nog een andere kennis van Miguel die spioneert voor de guerrilla, ze vragen of hij ze naar de guerrilla kan brengen om ingelijfd te worden. De weg naar het guerrillakamp is moeilijk begaanbaar, dit was de eerste training voor Ramiro en Miguel om bij de guerrilla te horen, want iedereen die bij de guerrilla zit zou niet zeuren om zulk soort opdrachten. Toen ze in het kamp aankwamen werd Alirio (de spion) bedankt en kregen Ramiro en Miguel bijnamen, Rafael en Ernesto. Ze moeten huishoudelijke klussen doen, krijgen schietles en leren de ‘nieuwe’ geschiedenis over hun land. Na een week training waren ze klaar om Liseth gaan zoeken en hadden ze twee nieuwe vrienden gemaakt César en Pacho. Ze realiseren zich niet waar ze aan begonnen zijn. Ze moeten zich bewijzen. Weglopen kan niet meer, want verraders (zo wordt hen duidelijk gemaakt) worden omgebracht. Ze moeten mee op patrouille, ze zaaien dood en verderf in dorpjes.

 

Er komt een overloopster het kamp binnen. Het blijkt Liseth te zijn. Vanaf dat moment is het kamp waar ze zitten niet meer veilig. Snel wordt het kamp afgebroken. Ze gaan op weg naar een andere plek om het kamp op te slaan. Onderweg komen ze langs de vallei waarin hun dorpje ligt. Ze besluiten te ontsnappen. In het dorpje aangekomen blijkt iedereen vertrokken. Ze hebben er niets te zoeken. Ze besluiten zo snel mogelijk terug te keren en te doen alsof ze een tip hadden gekregen dat er para’s in het dorpje waren en dat ze zelfstandig op onderzoek uit waren gegaan. Dan wordt ontdekt dat Liseth een peilzender bij zich heeft, ze is dus een spion. Liseth moet onmiddellijk geëxecuteerd worden, maar ze is niet te vinden. Rafael geeft opdracht aan een Pacho om de militairen in te lichten, dat is hun enige kans. Die komen en omsingelen de groep. Rafael geeft zich over maar ook Pacho, Liseth en César, Miguel niet want die denkt dat de paramilitairen hun gaan martelen, hij word gedood door een mijn. Ze worden door de militairen flink aan de tand gevoeld.

 

Tenslotte keren ze terug naar Rafaels oma die op een collectieve boerderij leeft met een aantal gevluchte gezinnen. Hier proberen ze allemaal op hun eigen wijze een nieuw bestaan op te bouwen.

 

 

 

Persoonlijke beleving:

 

Ik vond het een spannend boek ook al is het niet echt gebeurd.

 

 

 

Ruimte:

 

Het verhaal speelt zich af in Colombia in een dunbevolkt bos, het is er koel omdat het daar heel hoog ligt, tijdens het wandelen naar een ander kamp gaan ze omlaag en word het er erg heet.

 

 

 

Tijd:

 

Het verhaal bevat veel flashbacks van verschillende personen om het verhaal duidelijker te maken.

 

Verder is het verhaal chronologisch verteld. En er word ook uitgebreid over de passages verteld.

 

Perspectief:

 

Het is een ik-perspectief.

 

 

 

Verteller:

 

Het is een ik-verteller.

 

 

 

Personages:

 

Ramiro: hij is 14 jaar en woont samen met zijn oma, Doña Marta, in een huisje in San Isidoro. Zijn opa is kort na de bevalling van Ramiro overleden. Zijn ouders zijn omgekomen toen hun auto met kogels doorzeefd werd. De kogels waren voor iemand anders bedoeld.

 

Miguel: hij is de beste vriend van Ramiro. Sluit zich samen met Ramiro bij de guerrilla aan.

 

Liseth: zij is de zus van Miguel. Ze wordt door de paramilitairen gegijzeld.

 

Doña Marta: zij is de oma van Ramiro.

 

César: hij zit bij de guerrilla en heeft de leiding over een groep guerrilla’s.

 

Pacho: hij is het neefje van César en zit ook bij de guerrilla.

 

De paramilitairen: hun bijnaam is de paco’s. Zij zijn de vrienden van de regering.

 

De guerrilla: ze strijden tegen de regering.

 

 

 

Argumenten:

 

Ik vond het een leuk en soms spannend boek om te lezen en het gaat er in het echt ook zo aan toe in Colombia, dus het is een verzonnen verhaal met een kern van waarheid.



Spijt

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 11:50 AM Comments comments (0)


O wat heb ik me lopen ergeren aan dit boek!

Iedereen liep maar te zeggen hoe goed het is.  Pfff.  Ja, het verhaal is OK.  Maar ik heb me dood geergerd aan de schrijfstijl.  Neen, voor mij geen boek dat lekker leest.


Bespreking van scholieren.com

 

Flaptekst

 

Jochem voelt zich niet erg gelukkig in de tweede klas. Hij is het mikpunt van getreiter. David doet er niet aan mee, maar hij durft er niks van te zeggen. Jochem lijkt zich niets aan te trekken van de pesterijen, die elke dag erger worden. Maar op een ochtend krijgen ze van de rector te horen dat Jochem na de klassenavond niet is thuisgekomen. David voelt zich schuldig. Waarom heeft hij zijn mond nooit opengedaan? Samen met een vriendin gaat hij Jochem zoeken om te zeggen dat het hem spijt. Dan vinden ze Jochems tas in het meer.

 

Misschien is het al te laat...

Eerste zin

Met zijn jack nog halfopen en een snee brood in zijn hand racet David de straat uit.

Samenvatting

 

David zit in de tweede klas van de middelbare school. In principe heeft hij het erg naar zijn zin in de klas: hij heeft veel vrienden, haalt goede cijfers en vindt Vera, een meisje uit zijn klas, erg leuk. Toch is het niet alleen maar gezellig in de klas: Jochem wordt namelijk heel erg gepest. Jochem is een jongen die vanwege zijn dikheid gepest wordt door de rest van de klas.

 

Op een gegeven moment heeft de klas na de gymles de schoolfoto. Omdat een aantal uit de klas Jochem niet op deze foto willen hebben, hebben ze Jochem zijn kleding na de gymles aan een boom gehangen. Als Jochem toch naar school wil gaan, moet hij naakt naar buiten om zijn kleding te pakken. Uiteindelijk is dat hem gelukt en was hij op tijd voor de schoolfoto van zichzelf. De klassenfoto heeft hij niet gered. Als Jochem weer op school komt laat hij helemaal niks merken. Sterker nog: hij doet alsof er helemaal niks aan de hand is.

 

Het pesten van Jochem gaat steeds verder. Hij kan niet meer normaal de klas in zonder gepest te worden. Ook in de aula wordt hij regelmatig voor varken uitgemaakt door klasgenoten. Het lijkt alsof het Jochem helemaal niks doet. Hij zegt niks terug en er is geen enige gradatie van emotie waar te nemen. En omdat de klas vindt dat hij zelf zijn mond open moet doen, wordt er helemaal niks voor hem opgenomen.

 

David heeft ontzettend veel medelijden met Jochem, maar hij weet niet wat hij voor hem kan doen. David is bang dat hij voor een mietje wordt aangezien als hij het voor Jochem opneemt. En zo is het bij meer leerlingen in de klas: iedereen is bang om het voor Jochem op te nemen.

 

Ondertussen is David heel veel bezig met Vera. Vera is een meisje uit zijn klas op wie hij erg verliefd is. Hij kan de lessen niet meer oplettend volgen, omdat hij met zijn gedachten zoveel bij Vera zit.

 

Op een gegeven moment is David zijn Franse boek naar school vergeten. Omdat hij straf zou gaan krijgen, heeft een klasgenoot het Franse boek van Jochem gepakt. Daardoor krijgt Jochem straf omdat hij zijn boek niet bij zich heeft. Jochem geeft geen krimp en accepteert de straf maar.

 

Omdat David het toch wel lullig voor Jochem vindt, besluit hij om het boek 's middags terug te brengen naar Jochem. Die middag laat Jochem blijken dat hij het gepest zat is, maar dat hij zijn klasgenoten groot gelijk geeft. In dat gesprek komt David erachter dat Jochem zichzelf inderdaad een dik varken vindt. Jochem is dus alle leugens van de klas gaan geloven.

In dat gesprek laat Jochem ook de naam Nienke vallen: Nienke is een goede vriendin van hem aan wie hij alles kan vertellen. Nienke woont ongeveer een half uur van hem vandaan en ze zien elkaar regelmatig. Nienke is zijn grootste steun en toeverlaat in deze moeilijke tijd.

 

Op een avond, op het klassenfeest, wordt Jochem weer verschrikkelijk erg gepest. Zijn klasgenoten zorgen ervoor dat hij gaat overgeven in de tuin. Vervolgens wordt hij in zijn eigen kots gerold, waardoor hij ontzettend vies is. Als dat gebeurt kijkt Jochem vol angst naar David omdat hij wil dat David hem komt helpen. David heeft hier echter geen oog voor. Voor hem is er iets anders ergs gebeurt: Vera heeft verkering met Youssef.

 

De volgende dag komt de rector in de klas vertellen dat Jochem die avond na het klassenfeest niet thuis is gekomen. David belt onmiddellijk Nienke om met haar te gaan zoeken. Zij weet namelijk de plekken waar Jochem graag is als hij zich slecht voelt.

 

Uiteindelijk zien Nienke en David zijn tas drijven op het meer. Nadat duikers Jochems lichaam hebben opgedoken is het duidelijk: Jochem heeft zelfmoord gepleegd.

 

Als Jochem in stilte wordt begraven gaat de klas naar het meer toe om hun spijt te betuigen. Dit is voor de klas een manier om de dood van Jochem te verwerken.

 

Ondertussen zet David met het groepje van de schoolkrant een pestlijn op. Ze voelen zich ontzettend schuldig en proberen op deze manier andere kinderen die gepest worden te helpen. Via deze weg helpen ze ontzettend veel kinderen, en dat is iets wat hun goed doet.

 

Daarnaast gebeurt er nog iets moois: Vera heeft het uitgemaakt met Youssef omdat ze David eigenlijk leuk vindt. Vera en David krijgen dus uiteindelijk verkering.

Personages

 

Nienke

Nienke is de beste vriendin van Jochem. Ze woont een half uur van hem vandaan. Nienke weet precies wat er gaande is, omdat Jochem haar alles vertelt.

 

Sanne

Sanne is samen met Remco en Justin de grootste pester van Jochem.

 

Remco

Remco is samen met Sanne en Justin de grootste pester van Jochem.

 

Jochem

Jochem is eigenlijk de hoofdpersoon van het verhaal: om hem draait het hele verhaal. Jochem is een dikke jongen die vanwege zijn uiterlijk erg gepest wordt. Zo wordt hij achter gesteld in de klas en worden er ontzettend lelijke dingen tegen hem gezegd. Uiteindelijk wordt het pesten hem teveel en pleegt hij zelfmoord.

 

Vera

Vera is het bruinkrulligemeisje op wie Niels verliefd is. Uiteindelijk krijgt Vera verkering met Youssef. In deze relatie komt ze er echter achter dat ze David leuker vindt dan Youssef. Daardoor maakt ze het uit en neemt ze verkering met David.

 

Niels

Een goede vriend van David. Samen doen ze ontzettend veel leuke dingen. Niels houdt erg veel van muziek en speelt ook in een band.

 

Youssef

Youssef is een vriend van David. Youssef krijgt op een gegeven moment verkering met Vera.

 

David

David is een jongen die erg veel van het milieu houdt en zich ook voor Greenpeace inzet. Toen hij echter verliefd werd op Vera is hij zich steeds minder in gaan zetten. Hele dagen zit hij met zijn hoofd bij Vera. Dit is niet het enige waar hij mee zit: hij vindt het ook heel erg dat Jochem, een klasgenoot, gepest wordt. Hij durft alleen niks te zeggen omdat hij bang is om zelf ook heel erg gepest te worden.

 

Justin

Justin is samen met Sanne en Remco de grootste pester van Jochem.

 

"David zegt dat Jochem al veel langer wordt gepest en dat hij niet de enige is die zich daaraan ergert. De meesten vinden dat het gepest allang afgelopen had moeten zijn, maar zeggen dat ze er niks tegen durfden te doen omdat ze, net als David, bang waren om zelf slachtoffer te worden."

 

Quotes

1

2

Thematiek

 

Zelfdoding / zelfmoord

Zelfdoding/zelfmoord is het thema in dit verhaal. Jochem is een jongen die erg gepest wordt in de klas. Alle andere klasgenoten, die niet pesten, durven er niks van te zeggen omdat ze ook bang zijn om gepest te worden. Uiteindelijk wordt het Jochem allemaal teveel en pleegt hij zelfmoord: hij verdrinkt zichzelf in een meer vlakbij zijn huis.

 

Motieven

 

Angst

In de tijd dat Jochem door zijn klas gepest wordt, leeft hij in een grote angst. Af en toe zijn er wat fragmenten uit zijn dagboek te lezen waar heel erg in voren komt hoe bang hij is om naar school te gaan.

 

Schuld (gevoel)

De klas van Jochem heeft tegenover hem een heel erg groot schuldgevoel. Ze vinden het heel erg dat door hun gepest zelfmoord gepleegd heeft. Stuk voor stuk vinden ze zichzelf schuldig en kunnen ze zichzelf wel voor hun kop slaan voor wat ze gedaan hebben.

 

Eenzaamheid & Isolement

Jochem wordt eigenlijk al zijn hele leven gepest. Ook op de middelbare school is dit weer het geval. Hij heeft maar één vriendin, Nienke, die ver weg woont. In de tijd dat Jochem gepest wordt is hij heel erg eenzaam geworden.

 

Liefdesrelatie: happy end

Ook liefdesrelatie is een motief in dit verhaal. David vindt Vera al een lange tijd leuk. David denkt dat Vera hem ook leuk vindt, maar uiteindelijk krijgt ze verkering met Youssef. Op dat moment zit David heel erg in de put en weet hij even niet meer wat hij moet doen. Uiteindelijk maakt Vera het met Youssef uit omdat ze David toch leuker vindt. Daarna krijgen Vera en David een relatie met elkaar.

 

Rouw(verwerking)

Rouw(verwerking) is een belangrijk motief in dit verhaal. De klas van Jochem moet na de dood van Jochem beginnen met rouwen. Omdat ze zich allemaal erg schuldig voelen, is dit erg lastig. Toch probeert de school iedereen zo goed mogelijk te helpen.

 

Trivia

 

In juni 2013 is dit boek ook als film in première gegaan.

 

Titelverklaring

 

De titel 'Spijt' is als volgt te verklaren: in de tweede klas van de middelbare school wordt Jochem erg gepest. Het gaat zo ver dat hij op een gegeven moment zelfmoord pleegt. Niemand heeft het ooit voor hem opgenomen omdat ze bang waren om zelf gepest te worden. Uiteindelijk heeft de hele klas spijt. De pesters hebben spijt dat ze Jochem zoveel gepest hebben, en de rest van de leerlingen heeft spijt omdat ze nooit voor Jochem op hebben kunnen komen.

Structuur & perspectief

 

Het verhaal wordt vanuit een personaal perspectief verteld. Dit wordt ook wel de alwetende verteller genoemd. Iemand van ‘bovenaf’, die niks met het verhaal te maken heeft, vertelt het verhaal. Het verhaal wordt dus niet door de ogen van één of meerdere personages verteld.

 

Het verhaal heeft een gesloten einde. Je weet hoe het verhaal eindigt en je blijft niet met vragen zitten als het boek uit is.

Het verhaal begint met een opening-in-de-handeling: het verhaal begint gelijk en de gebruikte personages en ruimtes worden niet geïntroduceerd.

 

Het verhaal is opgedeeld in hoofdstukken die te herkennen zijn aan een cijfer. In totaal heeft dit verhaal 21 hoofdstukken.

Decor

 

Het verhaal speelt zich ergens in Nederland af. Waar het zich precies afspeelt is niet duidelijk.

 

Er is in dit verhaal geen gebruik gemaakt van een belangenruimte.

 

Wanneer het verhaal zich precies afspeelt is niet duidelijk. Er wordt in dit verhaal geen gebruik gemaakt van mobiele telefonie, maar er wordt wel weer gebruik gemaakt van computers. Het verhaal zal zich dus aan het einde van de 20e eeuw afspelen, toen mobiele telefoons nog niet zo heel bekend waren. Verder is de vertelde tijd een aantal maanden.

Stijl

 

Het grootste kenmerk van de schrijfstijl van Carry Slee is de vlotte manier van schrijven. Als lezer lees je ontzettend makkelijk het verhaal omdat er weinig moeilijke woorden en zinsconstructies gebruikt worden. Aan de schrijfstijl van Carry Slee valt verder niet zo heel erg veel op.

 

Het verhaal is wel op een chronologische manier verteld zonder flashbacks. Ook verwijzingen naar het verleden zijn nauwelijks te vinden.

Slotzin

En eindelijk weet hij hoe Vera\'s lippen smaken: super.

Beoordeling

 

Dit boek heb ik vroeger erg vaak gelezen omdat ik het zo mooi vond. Ik weet nog dat ik elke keer aan het einde van het boek moest huilen omdat ik het zo indrukwekkend vond. Dit is dus precies wat het verhaal met je doet: het is op zo een emotionele en goede manier geschreven, dat je je als lezer helemaal inleeft in het verhaal. Het verhaal doet achteraf echt wat met je. En nu ik ouder ben, en het verhaal nog een keer gelezen heb, deed het opnieuw wat met me. Weer zat ik met tranen in mijn ogen aan het einde van het verhaal.

 

Het verhaal vind ik dan ook zeker een aanrader! En eigenlijk vind ik dat iedereen dit boek op zowel de basisschool als middelbare school moet lezen. Op mijn middelbare school werd dit verhaal gebruikt om aan te duiden dat er iets aan pesten gedaan moet worden. Ik vind dat dit op elke school moet gebeuren, omdat dit indrukwekkende verhaal laat zien wat pesten met je doet.

 

Kortom: dit is zo'n boek dat echt iedereen gelezen moet hebben. En ook al is het een kinderboek, voor de oudere jeugd en volwassen is het ook nog erg indrukwekkend!

Recensies

"In het boek komen goede, duidelijke karakters voor. Het verhaal is erg realistisch geschreven. Ik kan me goed verplaatsen in de rol van David. Wel willen helpen, en het pesten eigenlijk verafschuwen maar bang zijn om dan zelf het mikpunt van spot en gepest te worden."

Bron: www.librarything.com

"Spijt is een indrukwekkend boek. Het is heftig in al zijn realistische omschrijvingen en brute plagerijen, in de machteloosheid en de samenspanning. Vooral vanaf het schoolfeest wordt het een indringend verhaal, maar dat is logisch. En nee, je hoeft niet gepest te worden om het boek te lezen, of juist een pester te zijn: dit boek laat op iedereen een onuitwisbare indruk achter!"

Bron: coolesuggesties.nl

 



Dit is de auteur Carry Slee

Dit is de website van de auteur - http://www.carryslee.nl/


Hier zie je de trailer van de film - https://youtu.be/ZkYN8S-rkKs





Een gang met gele deuren

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 11:45 AM Comments comments (0)

Ik vond het een tof boek.  Vooral hoe de twee verhalen door elkaar lopen.  Telkens weer sta ik verbaasd hoe belangrijk 'de groep' en 'er bij horen' zijn voor pubers.


Bespreking van scholieren.com

Algemene gegevens;

Titel: Een gang met gele deuren

Schrijver: Rom Molemaker

Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf

Druk: Eerste druk, 2005

Jaar van uitgave: 2005

Omslagontwerp: Ontwerpstudio Bosgra BNO, Baarn

Foto omslag: Getty Images en Gérard Launet, PhotoAlto

 

Thema’s van het boek:

 Vriendschap

 Bende

 Moord

 Gevangenis

 

Dit boek is genomineerd door de Jonge Jury, 2006

 

Samenvatting;

Als Martje hoort dat ze moet verhuizen van de grote stad Amsterdam naar een klein dorpje IJsselstein, ziet ze het helemaal niet meer zitten. Weg van haar vriendinnen, weg van haar school, weg van alles. In IJsselstein wordt het er niet beter op, ze heeft geen vriendinnen en moet in de klas naast Brenda zitten, een meisje die er helemaal niet bij hoort. Ze is onder de indruk van Gabriëlle, een zelfverzekerd meisje waar iedereen naar opkijkt. Als Brenda haar vertelt, dat Gabriëlle de leidster van een criminele bende is, wil Martje haar niet geloven. Omdat Martje zich eenzaam voelt, gaat ze naar de markt toe. Daar steelt ze een armbandje en een blauw petje. Wat Martje op dat moment niet door heeft, is dat Gabriëlle mee zit te gluren en haar op school daarop aanspreekt. Doordat Gabriëlle het wil vertellen als Martje niet meedoet, laat ze zich meesleuren in de bende. Ze neemt drugs, steelt steeds meer en bedreigt mensen. Zelfs Brenda moest er aan geloven. Zij werd bedreigd door Gabriëlle en ook daar was Martje bij. Hun zogenaamde clubhuis is een crimineel pand. Wanneer dat pand in de brand vliegt als Martje er bij betrokken is, schrikt ze zich rot. Ze vraagt zich af of de keus om met Gabrielle bevriend te zijn, wel een goede keus was. Maar Martje kan gewoon niet meer terug! Zo wordt ze bekend bij de politie. Ze hoort dat Gabriëlle ooit met een jongen genaamd Kars heeft gehad en hem nu niet meer wil zien, omdat hij het heeft uitgemaakt. Kars heeft ook een bende net als Gabrielle en nu het is zijn bende tegen die van Gabrielle.

Als Gabrielle op een gegeven moment hoort dat Meral met Kars is gesignaleerd, slaan bij haar de stoppen door. Meral zal boeten. Als ze met z’n vieren op het perron staan, krijgt Martje een duw in de rug, waardoor ze Meral aantikt. Er komt een tram van rechts en Meral komt eronder. In alle verwarring wordt Martje tot schuldige aangewezen. Zo komt Martje in de gevangenis terecht. In de gevangenis probeert ze zich te herinneren wat er gebeurd is. Hoe het allemaal gegaan is en hoe het komt dat Meral dood is. In de gevangenis leert Martje een nieuwe vriendin kennen, Gladys. Zij helpt Martje gedeeltelijk met het leven in de gevangenis en ze worden goede vriendinnen. Ook is er één jongen die haar steeds komt opzoeken in de gevangenis. Glenn, de jongen die vanaf de eerste dag al een oogje op haar heeft. Hij steunt haar heel erg. Martje weet, dat hij een echte vriend is. Als het bijna zeker is dat Martje de schuldige is, komt er een getuigen. Hij heeft gezien dat Gabriëlle Martje duwde en dat het dus haar schuld is, dat Meral dood is.

 

Personen;

In het boek worden de personen niet echt omschreven. In de loop van het verhaal, leer je hun karakters kennen.

 

Gabriëlle: leider van de criminele bende. Een tuttig, maar vooral bazig meisje. Iedereen moet zich aan haar aanpassen, want zij is immers de baas.

 

Glenn: een donkere jongen, met hele mooie ogen. Hij is de jongen die Martje komt opzoeken in de gevangenis en vanaf de eerste dag een oogje op haar heeft.

 

Meral: Meral is en zacht aardig meisje die niemand kwaad zou doen. Dat kan je vanuit de tekst wel concluderen. Zij is ook het meisje die overlijdt, omdat ze waarschijnlijk iets zou hebben met de ex van Gabriëlle.

 

Gladys: Ze helpt Martje door het leven in de gevangenis heen en wordt een goede vriendin. Ze zit daar voor het stelen van voorwerpen uit auto’s. Dat haar karakter zo is lees je wel. Maar toch zou je eerder zeggen dat het gewoon een puber is, dat met zichzelf in de knoop ligt.

 

De hoofdpersoon van het verhaal is Martje. Ook zij wordt niet omschreven in het boek, maar haar gevoelens en haar karakter kom je duidelijk te weten. Zo lees je dat ze zich in het begin van het verhaal heel erg rot voelt, omdat ze moet verhuizen en alles achter moet laten. Ze blijft zichzelf ongelukkig voelen, maar dat verandert als ze in de gevangenis Gladys ontmoet.

Martje is een onzeker meisje. Doordat ze zo onzeker is, laat ze zich ook meesleuren in de criminele bende.

 

In het verhaal krijgt Martje veel problemen. Het begint allemaal als ze moeten verhuizen naar IJsseltein. Ze steelt van de markt, waardoor ze wordt gedwongen mee te doen in de criminele bende. Daardoor steelt ze meer en meer. Ze bedreigt een klas genoot. Ze komt in aanrakingen met de politie en krijgt ontzettende ruzie met haar ouders. En dan, wordt ze ook nog verdacht van moord. Ze is in aanraking gekomen met de verkeerde mensen en kan niet meer terug.

 

In de loop van het verhaal merk je echt dat Martje verandert. Van onschuldig meisje tot crimineel, maar aan het eind weer zoals ze was. Het boek lees je flashback en het leven in de gevangenis. Daardoor zie je echt verschillende kanten van Martje. Hoe ze was toen ze in de bende zat en hoe ze is veranderd toen ze in de gevangenis zat.

Doordat Martje in de gevangenis is terechtgekomen heeft ze leren zien wie haar echte vriendinnen zijn, waar ze heel lang naar heeft gezocht. En dat bedenkt ze zich zelf ook. Ze wordt Martje weer zoals ze was.

 

Perspectief;

Dit verhaal is in een alwetend perspectief geschreven. De schrijver heeft het zo geschreven dat er iemand is die je alles verteld, maar zelf niet in het boek wordt genoemd. Dat heb ik gemerkt doordat het in een hij of zij vorm is geschreven. Net zoals dit voorbeeld uit het boek:

 

“Ze schuift het blaadje naar hem toe. ‘Lees maar,’ zegt ze. Hij kijkt naar het blaadje. Leest. ‘Erg mooi,’ zegt hij alleen maar, een beetje schor. Hij schraapt zijn keel. ‘Neem me niet kwalijk. Het is erg mooi. Ik zal ervoor zorgen.’ Het bezoekuur is voorbij en ze staan op.”

 

Tijd;

Het verhaal speelt zich op in de 21ste eeuw. De eeuw waar wij ook in leven op dit moment.

 

Dat kan ik als eerste herkennen aan de tekst:

 

“Echt waar?’ Hij kon het bijna niet geloven. ‘Ook de dvd van The Lord of the Rings? Ze alle 3?’ ‘Voor mijn part,’ zei Martje. ‘Ik pak koeken, chips en cola, en dan kun jij je eigen feestje bouwen.’

 

Als tweede kon ik dat herkennen aan de tekst:

 

‘Was je aan het blowen?’ ‘Nee.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Ik rook niet eens’ ‘Hé verstandig zeg. Een pilletje dan? Je weet wel, xtc?’

 

Ook kon ik het herkennen aan:

 

‘Martje keek naar het gebouw aan de andere kant van de sluis, en plotseling drong met en vlijmscherpe schok tot haar door waar ze was: ze noemen het en jeugdinrichting, maar het was een gevangenis. Een gevangenis voor de criminele jeugd.’

 

Aan deze voorbeelden kon je duidelijk herkennen dat het verhaal zich in de 21ste eeuw afspeelt. Maar als je in het verhaal zit, lees je deze voorbeelden makkelijk over het hoofd. Toch merk je wel, dat dit een eigentijds boek is.

 

Ruimte;

Het verhaal speelt zich op verschillende plekken af.

 

Zoals bijv. op school. Dat kon ik herkennen aan:

‘De eerst die Martje opviel toen ze het plein van haar nieuwe school op kwam, was Gabriëlle, al wist ze toen haar naam nog niet.’

 

Het verhaal speelt ook af bij Martje thuis.

Dat herkende ik aan de tekst:

‘Ik heb koeken gekocht,’ had haar moeder gezegd. ‘En cola. Maak het maar gezellig met z’n tweeën hier thuis. Om een uur of elf zijn we weer terug.’

 

Ook speelt het verhaal zich grotendeels af in de gevangenis.

Dit kon je herkennen aan:

‘Kwart over negen. Martje zit in haar cel aan het kleine bureautje. Er ligt en schrijfblok voor haar en ze kauwt op het achtereinde van een pen. Ze wil schrijven, hoe het hier is, in de gevangenis.

 

Soms is het heel belangrijk dat er bij wordt geschreven waar het verhaal precies afspeelt. Omdat in dit boek en afwisseling hebt van flashbacks. Het verhaal is goed te begrijpen, doordat er in de eerste zinnen van een nieuw hoofdstuk altijd in een klein woordje staat aangegeven waar het zich afspeelt.

 

Thema;

Het belangrijkste onderwerp van het verhaal is criminaliteit. Waar het allemaal tot kan leiden en wat de gevolgen zijn. Dit boek is eigenlijk een waarschuwing om te laten merken dat je niet moet gaan stelen en niet de verkeerde kant op moet gaan.

Ook vriendschap speelt een belangrijke rol in dit boek, zoals de verkeerde vrienden hebben.

Deze 2 onderwerpen maken van dit boek, een boek met een boodschap.

 

Titel;

De titel een gang met gele deuren, wordt één keer in het boek genoemd. Dat is wanneer Martje de gevangenis in loopt en allemaal gele deuren ziet.

De gang met gele deuren is in de gevangenis. Achter elke gele deur zit een cel, waar hij of zij privacy heeft.

Als je de titel en de samenvatting achter op het boek leest, zou je niet denken, dat de gang met gele deuren, een gang in de gevangenis is. Ik zelf dacht aan de nieuwe school van Martje en dan achter elke gele deur een klaslokaal.

Maar nee, het is geen gang in de school, maar de titel luidt op de gang met gele deuren in de jeugdinrichting.

 

Beoordeling;

Ik vind dit boek heel aangrijpend, omdat het je echt aan het denken zet en je er ook echt over na gaat denken. Vooral het ongeluk van Meral zet je aan het denken, want stel je voor dat jij Meral was. Alleen omdat je ‘vriendin’ je niet meer mag, word je voor de tram geduwd.

De tram kwam van rechts. Een eindje verderop stond Brenda, alleen zoals gewoonlijk. En nog meer mensen, maar die gezichten ziet Martje niet meer voor zich.

 

Ook vind ik het boek heel verrassend. Je weet nooit wat er gaat gebeuren. Je wil het boek in één keer uitlezen, want altijd ben je benieuwd wat er gebeuren gaat en hoe.

Van elke gebeurtenis kijk je weer op. Want op de een of andere manier had je het anders verwacht.

‘Ik heb gezegd dat ik je mee terug wilde nemen naar huis. Maar ze hebben gezegd dat je hier moet blijven. Tot je voorgeleid wordt. Misschien wel een paar dagen’ Een paar dagen… Een paar dagen, een week, of de rest van haar leven, alles was hoe dan ook donker en grauw.

 

Dit boek is vooral heel mooi en goed geschreven, want je leeft je echt in het verhaal en gaat eigenlijk vanzelf hopen dat Martje het niet gedaan heeft. Ook als je leest dat Martje betrokken raakt bij het groepje is zo goed geschreven, dat je het helemaal begrijpt. Je wordt echt meegezogen in het verhaal.

‘Is dat alles wat je doet?’ vroeg Gabriëlle. ‘Kleine dingetjes? Kettinkjes en petjes?’ ‘Ik steel nooit.’ Martje slikte moeilijk. ‘Dit was de eerste keer.’

 

Wat ik echt jammer aan dit boek vond, is dat het een open eind heeft. Het einde vertelt dat er een getuige is, die heeft gezien dat Gabriëlle Martje duwde. Zelf kan je natuurlijk verder denken, Gabriëlle wordt opgepakt en ze krijgt een gevangenisstraf. Maar graag zou ik hebben geweten wat precies die straf was en hoe het precies afloopt tussen Martje en Glenn. Maar aan de andere kant snap ik ook wel dat de schrijver een open einde heeft geschreven. Zo kan je zelf met je eigen fantasie verder denken en als het geen open einde had zou het einde heel rommelig zijn geweest. Want dan moeten alle stukjes van het verhaal in één keer worden afgesloten. Toch vind ik het wel jammer.



Dit is de auteur Rom Molemaker

Dit is de website van de auteur - http://www.rommolemaker.nl/


Tweede bespreking van dezelfde site

Samenvatting

 

Martje is 15 jaar en woont in Amsterdam. Op het moment dat ze te horen krijgt dat ze naar het dorp IJsselstein moet verhuizen verandert haar leven totaal. Ze moet al haar vrienden achter laten en helemaal opnieuw beginnen.

 

Al op haar 1e schooldag valt het groepje van Gabrielle haar op, het groepje is een criminele bende. Martje voelde zich die eerste dagen eenzaam en gaat naar de markt. Daar steelt ze een petje en armband, Gabrielle was haar gevolgd en vertelde de volgende dag dat ze het gezien had. Martje moet in de bende komen omdat het anders aan de politie verteld wordt. Ze neemt drugs, steelt steeds meer en bedreigt mensen. Ze hoort dat Gabriëlle ooit met een jongen genaamd Kars heeft gehad en hem nu niet meer wil zien, omdat hij het heeft uitgemaakt.

 

Als Gabrielle op een gegeven moment hoort dat Meral met Kars is gesignaleerd, wordt ze woedend. Meral zal boeten. Als ze met z’n vieren op het perron staan, krijgt Martje een duw in de rug, waardoor ze Meral aantikt. Er komt een tram en Meral komt eronder. In alle verwarring wordt Martje tot schuldige aangewezen. Zo komt Martje in de jeugdinrichting terecht. In de jeugdinrichting probeert ze zich te herinneren wat er gebeurd is. In de jeugdinrichting leert Martje een nieuwe vriendin kennen, Gladys. Zij helpt Martje met het leven in de gevangenis en ze worden goede vriendinnen. Ook is er één jongen die haar steeds komt opzoeken in de gevangenis. Glenn, de jongen die vanaf de eerste dag op school al een oogje op haar heeft. Hij steunt haar heel erg. Martje weet, dat hij een echte vriend is. Maar martje kan zich niet meer herinneren wie Meral van het perron geduwd heeft: WAT NU?

 

 

 

In de loop van het verhaal merk je echt dat Martje verandert. Van onschuldig meisje tot crimineel, maar aan het eind weer zoals ze was. Daardoor zie je echt verschillende kanten van Martje. Hoe ze was toen ze in de bende zat en hoe ze is veranderd toen ze in de gevangenis zat.

 

Doordat Martje in de gevangenis is terechtgekomen heeft ze leren zien wie haar echte vriendinnen zijn, waar ze heel lang naar heeft gezocht. En dat bedenkt ze zich zelf ook. Ze wordt Martje weer zoals ze was. Daarom is Martje de hoofdpersoon.

 

 

 

De bijpersonen zijn:

 

Gabrielle, de leider van de criminele bende

 

Glenn, de jongen die verliefd op haar is

 

Meral, het overleden meisje

 

Gladys, de vriendin van Martje uit de gevangenis

 

 

 

Ik heb de volgende beoordelingswoorden gekozen:

 

-Ontroerend: Dit is het stukje waar haar moeder op bezoek komt. lees voor blz. 79

 

-Verwarrend, het boek bestaat uit 2 delen door elkaar, het normale lettertype speelt zich af in het nu en het cursief in de gevangenis. In het begin is dit nogal verwarrend omdat je het niet begrijpt, maar eigenlijk is het juist wel leuk omdat het hierdoor extra boeiend wordt.

 

-spannend: lees voor blz. 118

 

 

 

De sfeer loopt parallel met de gebeurtenissen en gevoelens van de hoofdpersoon.

 

 

 

Het boek wordt vertelt door een verborgen verteller, Alle personen worden met ‘hij’ ,‘zij’ of met hun naam genoemd.

 

 

 

Het is een Fictief boek, maar het zou zo maar kunnen gebeuren.

 

 

 

Het boek heeft een openeinde, dat vind ik op zich wel jammer omdat je met allerlei vragen blijft zitten maar aan de andere kant kan je juist met je fantasie het einde verzinnen.

 

 

 

Ik zou het boek aan iedereen aanraden omdat het van het begin tot het eind boeiend blijft.


Mijn tante is een Grindewal

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 11:35 AM Comments comments (0)


Al vrij snel in het boek het je door wat er aan de hand is.  Maar het blijft 'spannend'.  Ik vond het een goed boek en heel makkelijk om te lezen.

Bespreking van scholieren.com

 

 

Zakelijke gegevens van het boek

Titel: Mijn tante is een grindewal

Auteur: Anne Provoost

Uitgeverij: Malmberg 2003

Aantal bladzijden: 192

 

Waarom heb ik dit boek gekozen?

Ik heb dit verhaal uit alle andere boeken gekozen, omdat dit verhaal me het meeste aan sprak. Als je van dit boek de titel leest, snap je er niets van. Lees je de achterkant; dan merk je dat het verhaal heel interessant zou kunnen zijn. Het gaat over seksueel misbruik, wat natuurlijk erg speelt in deze tijd. Ik wilde graag weten hoe het verhaal zich zou ontwikkelen en wat het geheim van Tara zou zijn, al kun je dat uit de achterkant natuurlijk al een beetje opmaken. Daarbij komt nog dat ik niet kapot ben van geschiedenisverhalen (Jehanne), evenals verhalen over koningen (De weg van de wind) en ook niet van die dunne boekjes die je zo uit hebt (Gebr.). Zo was de keuze snel gemaakt.

 

Samenvatting van het verhaal

Anna is niet bepaald blij als ze hoort dat haar nicht Tara Myrold uit Cleveland met haar ouders op de Kabeljauwskaap komt wonen. Ze gaan de kustvilla huren, waar vroeger de zeeheks Goody Hallett verbleef. Dit is een mythe die al heel lang op de Kaap speelt en heel veel mensen geloven er heilig in. Tara wordt door haar moeder verwaarloosd, haar moeder besteed bijna geen aandacht aan haar. Tara’s vader is heel lief voor zijn dochter, maar wat de rest niet weet is dat zij door hem wordt misbruikt. Tara mag dit aan niemand vertellen, daarom krijgt ze van haar vader elke dag een dollar. Anna vertelt Tara: "Als je dingen kletst die geheim zijn, dan verandert Goody Hallett je mond in steen." Tara kan (durft) met niemand over haar geheim spreken, alhoewel haar moeder de pijnlijke situatie ontdekt. Ze maakt depressieve periodes mee en pleegt uiteindelijk zelfmoord. Na lang aarzelen durft Tara haar verschrikkelijke geheim aan Anna toe te vertrouwen. Anna weet niet wat zij met de situatie aan moet, en zwijgt er verder ook over. Tara draagt steeds rode T-shirts wat voor haar ‘STOP’ betekent. Ze voelt zich, van bij het verschijnen van de aangespoelde walvissen op de Kaap, met de dieren verwant. Ze vergelijkt haar moeder met de dieren, die ook niet meer ‘terug’ wil omdat ze zich totaal machteloos voelde. Bij de operatie is de walvisdeskundige Petr’Ann aanwezig. Zij vermoedt Tara’a geheim, en als zij naar huis terug keert besluit zij contact te houden met het meisje. Ze bellen regelmatig en Tara en Anna mogen zelfs op bezoek komen als het niet goed met de overgebleven drie walvissen in het verzorgingscentrum. De drie raken goed met elkaar bevriend en ze komen vanaf dat moment regelmatig kijken hoe het met de grindewallen gaat. Als het niet goed gaat zorgen de twee meisjes dat het weer beter gaat door met ze te zwemmen en ze af te leiden. Tara en Anna vinden het helemaal geweldig, maar weten ook dat de grindewallen eens weer terug moeten naar zee. Ze zijn dan ook door het dolle heen als ze mee mogen op de boot om ze terug te brengen naar hun eigen leefgebied. Ondertussen vertelt Anna per ongeluk het geheim aan Petr’Ann. Zo begint het balletje toch een beetje te rollen en Anna’s ouders horen er ook van. Anna is er ziek van dat ze het geheim heeft door vertelt. Maar daardoor komt er wel een einde aan het misbruik. Tara’s vader wordt opgenomen en Tara blijft bij Petr’Ann. De reddingsoperatie van de grindewallen was voor Tara een keerpunt. Tara’s wonden zijn nog lang niet geheeld, maar toch zijn er tekenen die erop wijzen dat al die pijn ooit eens zal genezen, dat Tara zich op een dag weer zal laten aanraken.

 

Tara op het strand

Leeservaring grondig beschrijven

Onderwerp

Het onderwerp van het boek spreekt me heel erg aan. Ik heb al meer boeken over dit onderwerp gelezen en ik moet wel toegeven; de meeste zijn het hetzelfde. Dit boek is echter anders. Het meisje waar het om draait is namelijk niet degene uit wie het verhaal vertelt wordt. Dat is namelijk Anna, haar nichtje. Daarom lees je het vanuit een heel ander perspectief. Dat was wel heel leuk om te lezen. Ik heb niet echt iets geleerd uit dit boek. Wat zou ik moeten leren, het staat gelukkig allemaal erg ver van mij af. Wel ben ik er anders over gaan denken. Ik dacht altijd, als je misbruikt wordt vertel je dat aan iedereen en zorg je dat diegene achter slot en grendel belandt. Natuurlijk is dat erg naïef van me, omdat je ondanks alles toch van je ouders houdt. Je vertrouwt ze en zij zorgen voor je. Dat heeft dit boek me wel laten zien, dat het allemaal niet zo makkelijk is als ik het in mijn hoofd heb.

 

Gebeurtenissen

De gebeurtenissen hebben me erg aan het denken gezet. Vooral de manier waarop Tara de grindewallen met haar moeder vergelijkt en hoe zij doet. Ook met de rode kleren die ‘stop’ betekenen. Dan vroeg ik me best wel af wat er nou allemaal was gebeurd daar in die kustvilla. Hoe is de moeder nou doodgegaan; misschien was de moeder zelfs wel vermoord oor de vader? Het verhaal bleef daardoor ook boeien, het hele boek door gebeurde er dingen waar je overna moest denken. Het ging ook niet alleen om Tara, ook om school, de walvissen en Anna en haar ouders. Het lijkt misschien een raar verband; walvissen en seksueel misbruik, maar het loopt allemaal prima in elkaar over. Het wordt goed uitgelegd en het is makkelijk te begrijpen.

 

Personages

Tara:

Tara is een klein spichtig meisje met heel dun haar. In het begin gedraagt zij zich hatelijk en gesloten. Naar het einde toe neemt ze haar nichtje Anna in vertrouwen en vertelt ze de reden van haar gedrag. Ze worden echte vrienden. Het is een gemeen meisje, afstandelijk en hatelijk tegen haar omstanders, dat door haar moeder verwaarloosd en door haar vader verwend wordt.Tara draagt alleen rode T-shirts wat voor haar 'stop' betekent. De reddingsoperatie van de grindewallen is voor Tara een keerpunt. Ze is papa's poppemie en moet elke dag weer voor geld haar mond weer dichthouden . Ze stoot iedereen af door hatelijk gedrag: haar vader heeft ze lief, al haat ze zijn aanrakingen.Ze weet zeker dat er iets verschrikkelijks zal gebeuren als ze mensen haar verhaal zal vertellen, maar toch stuurt ze signalen de wereld in (flessenpost in zee met bestemming Europa). Ze is in werkelijkheid al vrouw maar ze wil niet groeien; ze heeft enorme nood aan genegenheid, maar doet cynisch over wat tussen jongens en meisjes gebeurt en is als de dood voor aanrakingen.

 

Anna:

Anna is de eigenlijke hoofdpersoon in het boek. Ze is groter dan Anna, alleen in haar gedrag veel jonger. Daardoor snapt zij alle signalen die Tara af geeft natuurlijk helemaal niet en vindt ze Tara maar een raar kind. In het begin zijn Anna en Tara gedwongen speelvriendinnen. De sfeer tussen hen is koel en verward. Tara durft haar verschrikkelijk geheim na lang aarzelen alleen aan Anna toevertrouwen. Later in het boek worden ze echte vriendinnetjes. Tara en Anna doen dan alles samen. Aanvankelijk was Anna jaloers op Tara, die door haar vader erg verwend wordt. Wanneer ze het geheim kent is ze erg geschokt: ze wil er niets meer over horen.

 

Oom Tony, vader van Tara:

Om deze man draait het natuurlijk allemaal. Hij misbruikt zijn dochter Tara en is misvormd in z'n jeugdjaren zonder moeder en met een treiterige vader. Hij ziet geen andere uitweg dan zijn dochter hem liefde te laten geven. Hij houdt meer van z'n dochter dan van zijn vrouw.

 

Moeder van Tara:

Is heel vaak depressief en staat niet echt centraal in het boek, omdat zij al snel zelfmoord pleegt. Ze kan de situatie niet meer aan als ze ontdekt dat haar man meer van zijn dochter dan van haar houdt.

 

Petr’Ann:

Ze is de biologe. Ze werd om hulp gevraagd toen de walvissen aangespoeld waren. Ze verzorgt de drie overgebleven kleine walvissen. Ze ontdekt Tara’s geheim en zorgt voor een oplossing omdat zij zich verantwoordelijk voelt aangezien ze het zelf ook heeft mee gemaakt.

 

Ouders van Anna:

Hele lieve mensen die hun dochter proberen te beschermen tegen het geheim dat Tara draagt als ze het weten. Zij hebben zelfs ook nooit wat door gehad en voelen zich daar best schuldig over, vooral ook omdat zij dachten dat het gewoon een raar kind was.

 

Ik wil absoluut niet op een van de personages uit het verhaal lijken. Ze hebben allemaal problemen of dragen een groot en vreselijk geheim met zich mee. Ik vind het een veel te zielig boek om ook maar op één personage te willen lijken. Je komt het meeste over Anna te weten, ondanks het verhaal om Tara gaat. Zij is dan ook de echte hoofdpersoon van het boek. Ik begrijp haar gedrag niet zo goed. Maar dat komt denk ik omdat als Anna Tara leert kennen, ze nog maar een klein meisje is en heel kinderachtig denkt. Toen ik het boek las had ik het geheim natuurlijk al lang door.

 

Opbouw

Het verhaal is best spannend. Tara reageert super onvoorspelbaar en je weet niet hoe ze dan reageert. Ook weet je nooit wat er de volgende bladzijde gaat gebeuren, komt er nog een aanvaring met de vader? Dat gebeurt uiteindelijk niet, wat ik heel jammer vind. Haar vader staat er een beetje buiten ondanks het om hem gaat. Toch blijft het verhaal steeds boeien. Er gebeuren zoveel dingen en er speelt van alles mee. Aan het eind blijft er wel veel onduidelijk vind ik. Je weet niet waar Tara uiteindelijk gaat wonen, en je weet ook niet of zij en haar vader het ooit nog eens gaan uit praten en wat is de rol van Petr’Ann daarin?

 

Taalgebruik

Het verhaal is absoluut niet lastig om te lezen. Dit komt waarschijnlijk doordat de meisjes nog heel jong zijn als je het boek leest. Daardoor is het boek soms zelfs makkelijk om te lezen. Dit past natuurlijk wel bij de personages, omdat zij niet te ingewikkeld kunnen denken.

 

Punten uit het boek

Vertelsituatie

Het verhaal wordt verteld vanuit de ik-persoon. Anna vertelt over haar jeugd met haar nichtje Tara, Doordat het verhaal helemaal vanuit Anna’s perspectief wordt verteld, wordt maar heel langzaam duidelijk wat er aan de hand is met Tara. Als lezer begrijp je Tara’s singnalen veel sneller dan de jonge Anna.

 

Opbouw

Het verhaal wordt verteld in 31 kleine hoofdstukjes. In elk hoofdstuk vindt een gebeurtenis plaats en elke gebeurtenis brengt de waarheid een stapje dichterbij. In het begin zijn die klein en onduidelijk. Door het verhaal zo langzaam op te bouwen, laat de schrijfster je heel langzaam wennen aan de gruwelijkheid van het thema en maakt ze de waarheid ook als een dreiging die boven de lezer hangt.

 

Tijd

Het verhaal speelt zich af in deze tijd, en wordt verteld in de verleden tijd. Het boek is misschien wel één grote terugblik van de jeugd van Anna met Tara, die begint als zij beiden zeven jaar oud zijn tot een jaar of 15. Er zijn in het verhaal geen duidelijke sprongen gemaakt.

 

Ruimte

Het boek speelt zich af in het plaatsje Truro, in de VS. Het plaatsje is klein en ligt aan de kust waar de meisjes dagelijks komen.

 

Fictie/werkelijkheid

De schrijfster heeft het verhaal geschreven in de tijd dat ze in de VS woonde en het stadje Truro bestaat dan ook echt. Het verhaal is echter niet echt gebeurd, alhoewel deze voorvallen natuurlijk wel te vaak voorkomen.

 

Thema’s

De thema’s van het boek zijn voornamelijk: seksueel misbruik, dieren, volwassen worden en verliefdheid (aan het einde met Alex, die verliefd wordt op Tara, maar Anna vindt hem al leuk)

 

Informatie over de auteur Anne Provoost (bron: http://agathachristie.nl/provoost.htm)

 

Geboren: 26 juli 1964

Debuut: Mijn tante is een grindewal (1990, jeugdboek)

Genre: Jeugdboek, toneel, kort verhaal

Bijzonderheid: Won met Vallen (1994) de Libris Woutertje Pieterse Prijs, de Boekenleeuw, de Gouden Uil, de Interprovinciale Prijs voor Jeugdliteratuur en de Zilveren Griffel

Citaat: 'Ik wil mensen leesplezier geven. Maar niet ten koste van mijn schrijfplezier. Ik vind mijn schrijfplezier in feite belangrijker dan het leesplezier van een ander. Ik wil wel dat die twee elkaar ontmoeten, ergens halverwege, maar ben niet op zoek naar een kompromis. Mijn taak is boeken schrijven.' (De Standaard, 22-09-1995)

Recent werk: De Roos en het Zwijn (1997, jeugdboek), Vallen (1994, jeugdboek)

 

Verwerkingsopdracht nummer: 16 (Schrijf een brief aan de hoofdpersoon van het boek en leg uit welke beslissing van hem/haar je wel of niet verstandig vindt)

Hoi Anna,

Ik vind je een heel dapper meisje.

Ik heb veel respect voor jou manier van handelen met je nichtje Tara, door Petr’Ann in vertrouwen te nemen en haar toe te geven wat het geheim van Tara was. Hierdoor heb je je nichtje bevrijd van haar slechte vader en heb je ervoor gezorgd dat zij zich verder kan gaan ontwikkelen zonder hem. Zij zal altijd getekend blijven, maar dankzij jou is er een einde gekomen aan die nog vreselijkere tijd. Ook vind ik het knap van je dat je altijd zoveel geduld met haar hebt gehad, ondanks zij lang niet altijd even aardig tegen je was. Ik hoop dat jij niet al te veel verdriet hebt om wat er is gebeurd en dat je uiteindelijk met Alex verkering hebt gekregen! J

Groetjes, Tamara



Dit is de auteur Anne Provoost

Dit is de website van de auteur - http://www.anneprovoost.be/


Tweede bespreking van dezelfde website

Genre(s)

Realiteit, het verhaal kan echt gebeurd zijn. Er gebeuren geen ongeloofwaardige dingen in het boek.

 

Inhoud

 

Gebeurtenissen

Het verhaal begint als Anna 7 jaar is. Oom Tony, tante Tanja en haar nichtje Tara komen op de Kabeljauwskaap wonen. Tara is maar een raar, gemeen meisje, maar Anna moet met haar spelen en aardig tegen haar zijn.

Na een tijdje pleegt tante Tanja zelfmoord. Tara zegt nu helemaal niks meer en zit dagen voor zich uit te staren. Toch worden Tanja en Anna vriendinnen.

Op een dag stranden er 47 grindwallen aan op de kust van Kabeljauwskaap. Een team onder leiding van een vrouw, Petr’Ann Larsson, kan drie 3 jongen redden. Ze gaan naar het aquarium waar ze verzorgd worden.

Petr’Ann houdt contact met Tara en houdt hen op de hoogte hoe het gaat met de grindwallen.

Langzamerhand komt Anna erachter dat Tara seksueel misbruikt wordt door Tony, dat Tanja erachter was gekomen en daardoor waarschijnlijk zelfmoord heeft gepleegd. Tanja voelt zich daardoor al jaren schuldig (de meisjes zijn ondertussen ongeveer 14 jaar). Anna vertelt het aan Petr’Ann en die zorgt voor hulp.

Op het einde komt alles goed, de grindwallen worden vrij gelaten, Anna en Tara worden beste vriendinnen en Tony wordt geholpen in een inrichting.

 

Personen

 

Hoofdpersonen:

- Anna, ze is de ik-persoon van het boek, ze is een gewoon meisje dat op de Kabeljauwskaap woont. In het begin van het boek is ze 7 jaar en op het einde ongeveer 15 jaar.

- Tara, ze is een verwent meisje omdat ze alles krijgt van haar vader (later blijkt dat het meer zwijggeld is), ze wordt seksueel misbruikt door haar vader en haar moeder pleegt zelfmoord. Als ze ouder wordt, wordt ze wat normaler en ze is helemaal gek van de zee grindwallen.

Bijpersonen:

- Tony, hij is de oom van Anna en de vader van Tara. Hij misbruikt Tara op seksueel gebied omdat hij té veel van haar houdt. Hij geeft Tara spullen en geld zodat ze het aan niemand vertelt.

- Tanja, ze is de tante van Anna en de moeder van Tara. Ze is heel vaak depressief en moet daarvoor wel eens naar inrichting. Als ze erachter komt dat Tony, haar man, Tara seksueel misbruikt pleegt ze zelfmoord door teveel slaappillen te slikken.

- Petr’Ann, ze is de leider van het team dat de grindwallen probeert te redden. Ze krijgt Anna zover dat ze bekent dat Tara wordt misbruikt. Het blijkt dat Petr’Ann zelf vroeger ook seksueel misbruikt is en als Tony in de inrichting zit wordt ze een soort moeder voor Tara. Verder is en ze van beroep een biologe.

 

Plaats

Het verhaal speelt zich af in de VS vlakbij het stadje Truro op de Kabeljauwskaap.

 

Tijd

 

Wanneer: in deze tijd

Vertelde tijd: het begint als de meisjes 7 zijn en eindigt als ze ongeveer 15 zijn, dus ± 8 jaar

De opbouw: Het verhaal wordt in een chronische volgorde vertelt. Het wordt wel in de verleden tijd vertelt. Eigenlijk is het een grote flashback op de jeugd van Anna.

 

Begin: Het verhaal begint aan het begin van de eigenlijke gebeurtenissen.

 

Probleem en afloop

Probleem: Tara wordt seksueel misbruikt en reageert daardoor heel raar op sommige dingen

Afloop: het boek heeft een open einde omdat je niet weet of Tara er ooit nog overheen komt.

 

Perspectief

Het verhaal is vanuit ik-perspectief geschreven. Dat weet ik omdat het boek begint met :Tara Myrold is mijn nicht. Haar moeder is de zus van mijn moeder. Een ander citaat is: Ik hield…

 

Titelverklaring:

Tara vergelijkt de grindwallen die aanspoelen met haar moeder, de zegt dat de grindwallen net als haar moeder zelfmoord hebben gepleegd omdat ze iets verschrikkelijks hadden gezien, namelijk dat de mannetjes ‘spelletjes’ speelden met de kindjes.

 

Beoordeling

Ik vond het boek ‘mijn tante is een grindewal’ een mooi boek. Ik vind het knap hoe de schrijfster alle onderwerpen - seksueel misbruik, grindwallen, 2 opgroeiende kinderen - heeft weten te combineren tot een mooi verhaal dat ook goed te volgen was. Ik vond het alleen niet zo fijn dat je niet echt merkt dat Anna en Tara groter en ouder worden, het enige waar aan je kon merken dat er wat tijd voorbij was gegaan, was dat Anna over ging en dat Tara bleef zitten op school.

Het boek is wel origineel en niet erg voorspelbaar. Dat vind ik persoonlijk wel leuk. Want wie denkt er nou aan (voor wat Tara gezegd heeft tijdens de gebeurtenis met de grindwallen) dat ze seksueel misbruikt wordt. Anna is zelfs jaloers op Tara vanwege haar vader die haar alles geeft wat ze wil.

Toch denk ik niet dat ik het boek nog eens lees omdat er een beklemmende sfeer in het verhaal was. Tara deed namelijk zo raar dat je wel weet dat er iets niet klopt en dat het waarschijnlijk ook heel erg is maar je weet niet wát er aan de hand is.


Muziek in haar hoofd

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 11:25 AM Comments comments (0)

Boek dat super vlot leest.  Het verhaal is vrij voorspelbaar.  Maar als je geen lezer bent en je meestal door een boek heen worstelt is dit wel een aanrader.   Gevorderde lezers zoeken best een iets dikker boek.


Verslag van - https://www.scholieren.com/boekverslag/60459

A 1. schrijver: Herman van Campenhout

2. titel: Muziek in haar hoofd, jaar van uitgave: 2006

3. niet vertaald

4. Herman van Campenhout

 

Herman van Campenhout is op 17 december 1943 geboren in het Belgische dorp Meise, waar hij nu nog steeds woont. Hij heeft in Brussel een leerlarenopleiding Nederlands, Geschiedenis, en godsdienst gedaan. Onder de naam Steven Danckaert schreef hij in de periode dat hij leraar was verschillende verhalen in de reeks Vlaamse filmpjes.

Toen uitgeverij Davidsfonds/infodok in 1993 de Knokke-Heist prijs voor het beste jeugdverhaal uitschreef, stuurde Herman Petr Ginz in. De prijs kreeg hij niet, maar de uitgever wilde het verhaal in boekvorm uitbrengen. Toen hij 52 jaar was werd hij directeur van Virgo Fidelis. Sinds 1999 schrijft hij alleen nog maar.

Bijna alle personages uit zijn boeken zijn vernoemd naar personen uit zijn omgeving. Hij houdt erg van reizen en bezocht ondermeer India, China ,een groot deel van Europa, Noord-Amerika en Afrika.

Voor Lentel ontving hij in 2001 de prijs van de kinderboekenjury Limburg.

 

B 5. Lenni en haar vriendin zijn aan het kijken of er nog leuke jongens rond lopen op school, dan zien ze een enorm lekker ding, haar vriendin geeft hem de bijnaam: “Alladin”. Als Lenni naar huis gaat, komt ze hem tegen op het station, en ze praten wat, de jongen wil haar wel vaker zien, en ze gaan soms samen met de trein, hij hangt een verhaal op dat hij in een hotel van zijn vader werkt en Jonathan heet, hij geeft haar allemaal dure cadeaus, en Lenni is helemaal gek op hem. Haar oude maatje, Diederik, vertrouwt Jonathan niet, daar wil Lenni echter niets van horen. Jonathan wordt vaak gebeld als hij met Lenni uitgaat en moet dan gelijk weer weggaan, Lenni vindt dat erg vervelend. Op een dag zegt Jonathan dat het bedrijf van zijn vader failliet gaat omdat een collega van zijn vader al een hele tijd al het geld dat ze verdienden, naar een bank in Oostenrijk doorsluisde. Lenni kan Jonathan helpen, ze moet met mannen naar bed gaan voor Jonathan. Lenni kan geen andere manier verzinnen, dus ze doet het . De eerste keer vond ze verschrikkelijk, en de tweede keer lukt het al niet meer. Ze wil er mee stoppen, maar dan krijgt ze een hele harde klap van Jonathan. Dan verteld ze alles aan haar ouders en gaat daarna naar de politie. Deze kunnen zijn naam niet vinden, alles wat hij heeft gezegd is gelogen. Uiteindelijk komen ze er toch achter wie het is, en wordt hij opgepakt en moet heel lang in de gevangenis zitten.

 

6. Lenni : donkerblond haar, scherpe neus en kin, 17 jaar oud, laat snel over zich heen lopen.

Jonathan : donker haar, groene ogen, geniepig kereltje, misleidend.

Diederik : krullenbol, slungelig, onhandig, doet aan boksen, houd van een beetje plagen, goede vriend.

 

C 7. Het verhaal speelt zich af in België, in de steden Halle en Huizingen, en ze zit op school in Brussel.

8. Het verhaal speelt zich in deze tijd af.

 

D 9. een alleswetende persoon vertelt het verhaal.

10. het soort boek: sociale problemen en liefde.

11. a- het word achter elkaar verteld.

b- nee, er zitten geen tijdsprongen in

c- er zitten geen flashbacks in.

 

E 12. Mijn verwachtingen zijn uitgekomen. Ik had alleen gehoopt dat er iets meer tips in zouden staan over loverboys. Het taalgebruik vond ik wel een beetje ouderwets, ze zeggen in plaats van nee: neen. En in het boek stond ook een paar keer leraars in plaats van leraren.

13. ‘Ik zou heel graag met jou naar bed gaan’, fluisterde hij. ‘Ik vraag niet liever dan jou te mogen verwennen… maar er is een klant die vierhonderd euro wil geven om een uur met jou te mogen doorbrengen…’ Bruusk kwam Lenni overeind. Het heerlijke gevoel met Jonathan samen te zijn werd met een klap stukgeslagen! Hij wist dat ze dat niet meer wilde. Waarom begon hij er dan opnieuw over? Was haar telefonische boodschap niet tot hem doorgedrongen? ‘Jonathan, ik doe het niet meer’, zei ze. ‘Het is te vernederend.’ ’Ze zijn niet allemaal even brutaal als die man van vorige keer. Er zijn ook heel vriendelijke en voorkomende heren bij die je als een dame behandelen.’ ‘Ze mogen zo vriendelijk zijn als ze willen’, zei ze beslist, ‘maar ik doe het niet meer. Jij bent de enige man met wie ik naar bed wil.’ze keek in zijn ogen. Ze wachtte op het moment dat hij haar glimlachend in zijn armen zou sluiten om het onderwerp definitief te begraven, maar dat deed hij niet. In plaats daarvan keek hij haar droevig aan. Voor het eerst had Lenni de indruk dat hij niet eerlijk was. Hij deed alsof hij diep bedroefd was, maar dat nummertje had hij al eerder opgevoerd. Telkens als hij zijn zin niet kreeg, begon hij weer zo te doen. ‘Ik heb al een hele tijd het onaangename gevoel dat je niet meer van mij houdt’, zei hij zielig. ‘Dat je iemand anders hebt…’

 

14. Ik vind dit een boek voor meisjes, omdat er veel met gevoelens worden gedaan, en jongens vinden dat volgens mij niet leuk, dit boek zou ik aanraden voor iemand van 12 en ouder, zodat je alvast voorbereid wordt op Loverboys.



Dit is de auteur Herman van Campenhout

Dit is de website van de auteur - http://www.hermanvancampenhout.com/


Hier vind je nog een andere bespreking - https://prezi.com/rgpi8eow01ee/muziek-in-haar-hoofd/

De ogen van de tiran

Posted by Annick Lentacker on January 7, 2018 at 11:15 AM Comments comments (0)


Wat zal ik hier over zeggen?

Ik hou van geschiedenis, ik hou van verhalen van goden, ik hou van Griekenland.

Maar dit boek vond ik toch echt wel moeilijk.  Zeker geen aanrader voor iemand die niet graag leest en het boek alleen kiest omdat het dun is :-)


Bespreking van de site van de Bieb

Van de koning die blind werd, toen hij zag

 

Willy Schuyesmans is bekend om zijn boeken over dieren: gorilla's in De zilverrug (n.a.v. de dood van onderzoekster Diane Fossey), zeehonden in de Waddenzee in De huilers, olifanten in Centraal-Afrika in Tand om tand. Ook in andere boeken van hem Braam, De winter van de België, Morgen dood ik een leeuw speelt de natuur een grote rol. Zijn belangstelling voor de klassieke oudheid liet hij alleen merken in Ariadne, een modern liefdesverhaal over het meisje Ariadne en de jongen Theseus op Kreta, tegen de achtergrond van het oude verhaal over de Minotaurus, de stierman. In De ogen van de tiran. De Oedipus van Sophocles brengt de schrijver nu een navertelling van Sophocles' tragedie, "een meesterwerk dat mij al m [lees meer]eer dan dertig jaar fascineert" omdat Sophocles' "opvatting over het lot van de mens nog steeds actueel is". Die tragedie kan "ons helpen om die dwaze grillen van het lot te dragen".

 

Schuyesmans heeft de toneeltekst in een verhaalvorm gegoten, waarbij hij eigenlijk slechts het decor van het gebeuren en de personages kort beschrijft en weergeeft welke handelingen die stellen. Hij volgt Sophocles' dialogen vrijwel woordelijk. Alleen heeft hij de tussenkomsten van het koor in de mond gelegd van verscheidene inwoners van Thebe, die, net als het oorspronkelijke koor, commentaar geven bij wat er gebeurt.

 

Het toneelstuk -- en het boek -- begint bij de pest in Thebe, waar Oedipus koning is. Als het orakel van Delphi meedeelt dat de oorzaak van de epidemie in Thebe zelf ligt -- daar loopt een ongestrafte moordenaar rond -- zweert Oedipus dat hij de stad zal redden. Hij vervloekt de moordenaar en zweert hem te zullen straffen. Als de blinde ziener Tiresias roept dat hij zelf de oorzaak van Thebes onheil is, doordat hij zijn vader Laïus gedood heeft en met zijn moeder Jocaste gehuwd is, vermoedt Oedipus een complot om hem het koningschap te ontnemen ten voordele van zijn schoonbroer Creon. Dan komt de waarheid aan het licht door onthullingen van koningin Jocaste, van een oude herder uit Thebe en een bode uit Corinthe. Bij Oedipus' geboorte voorspelde het orakel dat hij zijn vader zou doden en zijn moeder zou huwen. Daarom liet het koningspaar het kind met doorboorde en gebonden voetjes door een herder in de bergen te vondeling leggen. Die herder spaarde het kind en vertrouwde het toe aan een collega uit Corinthe. Daar voedde het kinderloze koningspaar het op als hun eigen zoon. Toen Oedipus als volwassen man, onwetend over zijn verleden en echte afkomst, zijn lot vernam van het orakel, besloot hij het land te verlaten om zijn vermeende ouders te sparen. Zo gebeurde het dat hij zijn echte vader bij een verkeersdiscussie in de bergen doodde en dat hij later, als dank voor zijn redding van de stad Thebe van de bloeddorstige sfinx, het koningschap kreeg en de koningin-weduwe, zijn eigen moeder, huwde. Bij het horen van de verschrikkelijke feiten pleegt Jocaste zelfmoord en steekt Oedipus, hij die ziende blind was, zich de ogen uit. Hij gaat in ballingschap en Creon wordt koning. Hij weet dat het allemaal verlopen is zoals de goden het gewild hebben en dat ook "de genade alleen in de handen van de goden ligt".

 

Oedipus is voortvarend, opvliegend, argwanend, ambitieus, hoogmoedig omdat hij meent zijn lot te kunnen ontvluchten, een bezorgde koning die niet bang is om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Creon daarentegen is koel, nuchter, zakelijk, realistisch en pragmatisch. Jocaste wil vooral Oedipus' geluk en is bereid, als ze de waarheid begint te vermoeden, zelf alleen de last te dragen. Als Oedipus en het hele volk de waarheid kennen, rest haar alleen zelfmoord.

 

Oedipus' geschiedenis illustreert Sophocles' pessimistische en deterministische visie op het mensenleven, onontkoombaar onderworpen aan de nukken van het lot. Ze toont echter ook hoe een mens door zijn eigendunk, hoogmoed en zelfoverschatting zijn eigen ondergang in de hand kan werken, en hoe telkens weer mensen proberen iemand de diepste pijn te besparen door niet alles te vertellen wat ze weten.

 

De plot, het verhaal, de dialoog... dat is allemaal Sophocles' werk. Schuyesmans tekent sober en vrij abstract het decor van het gebeuren en de personages in hun handelingen. In enkele notities achter in het boek geeft hij zijn bedoelingen aan en bezorgt hij wat informatie over Sophocles en over het verhaal van Oedipus. De verklaring die hij daar geeft over het begrip "tiran" -- hier niet despoot, maar wel koning niet door afstamming maar door benoeming wegens grote verdiensten -- en over de naam Oedipus (d.i. gezwollen voet) had de lezer beter voor de lectuur van het boek gekregen. Wat de persoons- en plaatsnamen aangaat, kiest de schrijver niet consequent voor de Griekse (Kreon, Laios, Labdakos, Teiresies, Polubos, Kithairon) of Latijnse (Oedipus, Delphi, Cyllene, Helicon, Jocaste, Corinthe) transcriptie. Ergerlijk vind ik de slordigheid in het gebruik van de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden in de aanspreking, dus de tweede persoon. Goden en koningen kan een gewone sterveling toch niet zomaar jijjouwen: "Ach goden, wees toch mild en laat zien wat je kunt." De vertrouwelijke vormen bij aanspreking in het meervoud, jullie en je kan je niet zomaar door elkaar gebruiken: "Jeugd van Thebe, ik weet wat je van mij verwacht. Ik ken de pijn die jullie lijden..." Enige efficiënte correctie had de hier gebruikte taal gevoelig kunnen aanpassen aan het verzorgde algemene Nederlands: het volk drumde om hem heen; luidop; in hemelsnaam; voor wat mijn vader betreft; de omstaanders; ik zal deze zaak van bij het begin hernemen. Ook de zinsbouw vertoont wel eens vermijdbare mankementen: Het geluid van de voetstappen van de koning weerkaatsten tegen de wanden. / Als ook mijn moeder zal gestorven zijn ... / Hij loopt rond in de bossen rond de stad. / Als iemand van jullie Laios heeft vermoord, dat hij niet zwijgt (i.p.v. zwijge). Die slordigheid is al in het motto van het boek te merken: "Prijs nooit de dag gelukkig voor de avond is gevallen", meteen ook de slotwoorden van het boek. Men kan immers iemand (of zich) gelukkig prijzen, d.i. voor gezegend houden, niet iets. Zulke slordigheid kan ook leiden tot ernstige vertaalfouten. Het kan niet dat de liefhebbende, om Oedipus bezorgde Jocaste bij de ontdekking van de waarheid haar kind en man toeroept "O, ongelukkige ellendeling. Welke naam kan ik je voortaan nog anders geven dan ellendeling?" Een ellendeling is immers een verachtelijk of slecht mens, een schurk. Het woord "rampzalige", o.m. gebruikt in de vertalingen van J.C.B. Eykman en dr. E. de Waele, past hier heel wat beter.

 

Het is zeker goed dat Sophocles' tragedie door deze bewerking als verhaal toegankelijk wordt voor jonge mensen die geen klassieke opleiding krijgen. De bewerking past overigens perfect in deze tijd van revival van de klassieken. Wat meer taalzorg had die verdienste heel wat groter kunnen maken.

 

Herman de Graef

 



Dit is de auteur Willy Schuyesmans

En dit is de link naar de website van de auteur - http://www.schuyesmans.be/


Zwijgplicht

Posted by Annick Lentacker on December 28, 2017 at 4:10 PM Comments comments (0)


In Zwijgplicht verdiept Helen Vreeswijk zich in de wereld van enerzijds een oude vrouw, Joke Drenth, en anderzijds in het leven van een tiener, Arjan de Haan. Het wordt al meteen duidelijk hoe de verschillende verhaallijnen met elkaar worden verweven. Arjan komt immers stage lopen in het verzorgingstehuis De Waterlelie, waar Joke al jaren ‘vast zit’. Het personeel ziet Joke als een demente dame die daarnaast fysiek erg zwak is. Aan de lezer wordt echter meteen duidelijk gemaakt dat Joke niet het zwakke mensje is dat ze pretendeert te zijn, maar dat ze in feite ze nog erg goed bij de pinken is. Joke houdt het reilen en zeilen in het verzorgingstehuis scherp in de gaten. Ze merkt dat er vreemde dingen gebeuren en dat er bewoners onder [lees meer] verdachte omstandigheden om het leven komen. Haar theorie is dan ook dat die bewoners een voor een worden omgelegd door de ‘ratten’, die zowel van binnen als van buiten het rusthuis komen. Joke dankt haar scherpe intuïtie aan haar ongewone verleden in het criminele circuit. Die informatie houdt ze echter verborgen uit vrees om alsnog geïdentificeerd te worden. Maar dan komt Arjan op de proppen, die ze vertrouwt, met wie ze haar verleden deelt en die ze inschakelt om de ratten te ontmaskeren.

Het beeld dat we van Arjan krijgen, is dat van een jongen die ogenschijnlijk onverschillig is. Arjan heeft het thuis echter erg moeilijk: zijn broer is van de ene dag op de andere het huis uitgegaan vanwege de conflicten tussen zijn ouders. De ruzies bij Arjan thuis zijn erg theatraal en worden wat overdreven voorgesteld. Steeds weer komt het erop neer dat de vader zowel zijn vrouw als kind als minderwaardig beschouwt. Arjans ouders zijn stereotypen: de vader is de tiran die anderen laat buigen, de moeder is de naïeve huisvrouw die zichzelf helemaal opoffert en vlucht in drankmisbruik.

Ook de andere personages in Zwijgplicht missen diepgang en originaliteit. Arjan is een typische puber die uiterlijk ‘cool’ is, maar in feite een groot hart heeft; Joke is een oude dame die niet op haar mond is gevallen maar toch erg in het verleden leeft enz. Andere personages krijgen steeds een uitgebreide achtergrond en eigenschappen mee die echter niets aan het verhaal bijdragen. Ze worden te veel uitgewerkt voor het aandeel dat ze in het verhaal hebben, maar ze worden aan de andere kant te weinig uitgewerkt om diepgang aan het personage te geven.

Aan de rest van het verhaal hapert er ook het een en ander. Het verhaal sleept te lang aan voor er echt sprake is van een ontknoping (wie zijn die ‘ratten’ in het rusthuis? Wat heeft Joke in het verleden meegemaakt? En hoe loopt het af met Arjans familie?). Het einde geeft antwoord op die vragen, maar Helen Vreeswijk lijkt voor een gemakkelijkheidsoplossing te hebben gekozen door alles snel af te haspelen. Sommige verhaallijnen zijn eerder in het verhaal een stille dood gestorven zonder dat ze in feite iets wezenlijk aan het verhaal hebben bijgedragen: zo wordt er in de eerste hoofdstukken veel aandacht besteed aan Arjans verliefdheid voor een meisje dat hij niet kan bereiken, maar daar wordt in de rest van de roman met geen woord meer over gerept.

Hoewel Vreeswijk haar inspiratie voor haar verhalen vaak haalt uit haar werk bij de recherche, komt dit verhaal niet realistisch over. De passages in het verzorgingstehuis zijn erg uitvergroot, zonder een enkel oog voor de problematiek in rusthuizen. De plek dient enkel als crime scene en blijft verder hangen in stereotiepe beelden.

Ook de dubbele focus op zowel Arjan als Joke werkt niet. Beide verhalen worden niet ver genoeg uitgewerkt waardoor ze geen blijvende indruk maken. Zwijgplicht biedt veel sensatie, maar mist diepgang. [Johanna Ferket]

Copyright (c) Vlabin-VBC2013http://www.deleeswelp.be


Dit is de auteur - Helen Vreeswijk

Dit is de website van de auteur - http://helenvreeswijk.nl/


Zwijgplicht is een heerlijk spannend tussendoortje. Het leest erg lekker weg dankzij de schrijfstijl van Helen Vreeswijk. Het verhaal is goed opgebouwd en tot de laatste bladzijde verassend, je kunt én wilt het boek niet wegleggen. Doordat er karakters in het boek zitten die veel verschillen qua leeftijd spreekt dit boek een grotere doelgroep aan dan alleen young-adults. Helen Vreeswijk is erin geslaagd een meeslepend boek te schrijven dat je in zijn greep houdt tot de laatste zin.


Nog een van https://www.scholieren.com/boekverslag/75941

Samenvatting

Arjan is een jongen van zeventien en erg populair bij de meiden. Hij heeft veel vrienden. Voor school moet hij een stageplek gaan zoeken, maar dat vindt hij allemaal maar onzin. Thuis gaat het ook niet geweldig. Zijn broer Stein is vroeger weggelopen van huis en nooit meer terug gekomen. De vader van Arjan en Stein behandelt iedereen als vuil. Zelfs zijn vrouw. Hij scheldt en kraakt iedereen af, is elke dag chagrijnig en laat alles maar gebeuren. Arjan neemt geen moeite om een stageplek te zoeken. Via zijn mentor weet hij dan toch een stageplek te regelen, die nog betaalt krijgt ook. Hij krijgt een stageplek in bejaardentehuis ‘de Waterlelie.’ Op zijn eerste dag komt hij al meteen te laat, maar komt er met een smoesje onderuit. Hij moet mensen naar de kantine begeleiden. Dan komt hij bij meneer Buitenhof. Als hij daar binnenkomt, ziet hij de man over de wc hangen helemaal onder het bloed. Hij weet niet wat hij moet doen en rent, schreeuwend om hulp, de gang op. De ambulance wordt meteen gebeld en de man wordt opgehaald. Eerder die week was er al een dode man afgevoerd. Dan is er nog mevrouw Drenth. Volgens veel een raar persoon die iedereen afzeikt en alles verzint, maar in tegenstelling tot de rest kan Arjan het heel goed vinden met mevrouw Drenth. Ze vertelt hem zelfs haar verhalen over haar ‘gang’ en haar vriend Lodewijk. Over haar misdaadleven en haar overvallen. Iets wat ze nog nooit tegen iemand heeft verteld. Volgens haar gebeuren er rare dingen in het bejaardentehuis en zijn er het geen ongelukken die er gebeuren, maar is er iemand die het lot een handje helpt. Ze gaat samen met Arjan op onderzoek uit en wil bewijzen dat het geen ongelukken zijn. ‘De ratten’ noemt ze hen. Ze weet dat ze zelf een keer aan de beurt komt. ’s Avonds ligt mevrouw Drenth in haar bed met haar nachtlampje naast haar bed en haar wandelstok tegen de muur. Ze hoort rare geluiden in de gang en gaat kijken. Aan het einde van de gang ziet ze Edith de Graaf, de hoofdverpleegster. Nu weet ze bijna zeker dat de Graaf er iets mee te maken heeft. Arjan gaat op verzoek van mevrouw Drenth naar de personeelskamer en gaat op zoek naar de lijst met nachtdiensten wie en wanneer er gewerkt hebben, maar wordt betrapt en afgevoerd door de politie. Ze verhoorden hem en gingen verder in op het onderzoek. Toen gebeurde er iets vreemds. Mevrouw Drenth hoorde stemmen in haar kamer en kreeg een spuit in haar arm. Ze kon helemaal niets meer. Als ze bijna de doorslaggevende spuit in haar arm krijgt, komt Edith de Graaf binnen en slaat Thea Stevens, de beheerster van het tehuis, neer. De Graaf en Stevens vechten en schreeuwen. De Graaf wint, belt de politie en geeft Stevens aan. Stevens bekend en Arjan wordt vrijgelaten. Stevens prikte dodelijke injecties in de bejaarden en haalde ze onderuit zodat het zou lijken dat het ongelukken waren. Haar broer haalde de sieraden en waardevolle spullen uit de kamers en verkocht ze. Haar broer Arnold is ook aangehouden voor medeplichtigheid. Nadat het onderzoek was afgerond ging de politie terug in de tijd van mevrouw Drenth die helemaal niet zo bleek te heten. Haar echte naam van Clair Larenhoven. Haar zaak is nooit opgelost, maar omdat ze zaak in 1957 was wordt hij niet meer vervolgd. Ze gaat de jaren dat ze nog te leven heeft een mooi leven opbouwen en met een schone lei beginnen. Het is niet Drenth, maar Larenhoven!


Beoordelingswoorden

- Verrassend, omdat je het niet verwacht. Als je het boek aan het lezen bent en je alle aanwijzingen volgt, lijkt het erop dat Edith de Graaf het had gedaan en dan is het uiteindelijk iemand waarvan je dat helemaal niet had verwacht. Er waren ook veel momenten in het boek waarvan je dacht: ‘Verrassing!’

- Origineel, omdat het niet een normaal detective boek is, maar een boek die ook over vriendschap en liefde voor bewoners gaat. Het is ook nog is in een bejaardentehuis die daar mensen uitmoorden en die vrouw is ook niet wie ze zegt dat ze is. Er zitten heel veel geheimen in, daarom vind ik het zo origineel. Vooral omdat het niet vaak voorkomt.

- Indrukwekkend, omdat je ziet dat die jongen er alles aan doet om die vrouw in veiligheid te brengen. Hij slaapt op een luchtbed naast haar en riskeert zijn stageplek en zelfs zijn leven om te kijken in de dossiers. Het is heel indrukwekkend dus, omdat je ziet hoeveel een dergelijk jongen doet voor een vrouw en het personeel die zich zo inzet voor de bejaarden.

- Geloofwaardig, omdat het boek eigenlijk al een echt gebeurd verhaal is en alles zo in de details is uitgewerkt dat je het wel moet geloven. Het loopt heel goed op elkaar over. Het is heel goed geschreven en eigenlijk kan het zo gebeuren, omdat ouderen natuurlijk een makkelijker doelwit zijn, omdat ze zo weinig terug kunnen doen.

- Echt, omdat het een echt gebeurd verhaal is en het komt gewoon heel echt over. Net alsof je het zelf allemaal meemaakt. Alsof je er zelf bij was. Dat komt, omdat je jezelf heel goed kan verplaatsen in Arjan. De keuzes die hij maakt en hoe hij in het begin niet open stond voor de stages, maar door mevrouw Drenth het leuke en spannende er van in zag. Je kunt wel duidelijk zien dat het geen fantasie is.

- Geweldig, omdat je aan het einde ineens hoort dat Joke geen Joke heet, maar Clair en dat ze een misdaadleven heeft gehad. Dat vind ik echt geweldig. Zo’n oude vrouw en dan zo’n achtergrond. Dat verwacht je dan toch niet. Ook de band tussen Arjan en Clair. Dan heb je ook nog Bea Zondag. Alles moet precies op de goede plek liggen, anders gaat ze helemaal stressen en hoe Arjan daar dan op reageert. Ik vind het echt een geweldig boek. Met humor, maar de harde werkelijkheid.


Moeilijkheid (punt geven 1 t/m 5)

Ik geef het boek een vier qua moeilijkheid, omdat het onderwerp toch wel over iets ernstigs gaat en ook over iets ingewikkelds. Je moet echt wel ouder zijn om het boek te begrijpen. Dat komt namelijk vooral doordat er steeds meer gewonden raken en doden vallen en je weet niet hoe het komt. Je snapt er helemaal niets van. De woordkeuze speelt ook een rol bij het begrijpen, omdat de woordkeuze best moeilijk is. Dat komt denk ik, omdat het boek een D-boek is. Dat betekend dat het boek voor kinderen vanaf vijftien jaar en ouder is bedoeld. De opbouw was in tegenstelling tot de rest niet heel moeilijk. Het liep goed op en er werd per hoofdstuk goed aangegeven waar je precies aan het lezen was. Doordat de opbouw zo goed was, was de spanning op te snijden. Voor de spanning zou ik echt een vijf geven. Elke keer gebeurde er wel iets wat je niet verwachtte. Ze werden net wel/ net niet betrapt bijvoorbeeld. De ruimte en tijd waren heel goed beschreven en je er zaten ook flashbacks tussen. Door die flashbacks was het soms ook heel erg spannend. Soms ging mevrouw Drenth terug in haar tijd en vertelde ze wat er was gebeurd vroeger. De ruimte en tijd waren niet heel moeilijk, maar soms wel ingewikkeld. Soms moest je wel even nadenken of ze nou in de normale tijd zat of ofdat ze terug in haar tijd keek. Het perspectief lag soms wel eens verschillend en dat maakte het dan soms iets lastiger. Niet heel moeilijk, omdat je er wel gewoon duidelijk uit kon halen bij wie het perspectief nou eigenlijk lag, maar het ging soms ineens van Arjan naar het bejaardentehuis en dan moest je de knop in je hoofd even omzetten, want nu was je weer vanuit iemand anders hoofd aan het lezen. Soms wel heel verwarrend dus. De personen waren over het algemeen best duidelijk. Alleen Joke, die Clair bleek te heten, was lastig. Edith de Graaf en Thea Stevens waren ook bijzonder. Als je het boek leest zou je denken dat Thea heel aardig is en erg haar best doet voor de bejaarden, omdat ze natuurlijk het tehuis beheerd en dat Edith schijnheilig is en de bejaarden probeert van kant te maken, maar in tegen stelling tot dat is Edith juist heel lief en behulpzaam tegenover de bewoners en probeert Thea ze van kant te maken en is zijn juist heel schijnheilig. Je krijgt dus een heel ander beeld van de personen, dat het werkelijk is. Bij Joke Drenth is alles omgedraaid en als je het boek dan helemaal uit hebt gelezen, dan realiseer je je ineens: ‘O, is dat zo.’ Heel ingewikkeld dus.


Brief schrijven vanuit de hoofdpersoon naar een bijpersoon over één specifieke gebeurtenis in het verhaal.


Hoi mevrouw Larenhoven,

Hoe gaat het nu met u? Met mij gaat het wel weer goed. Binnenkort kom ik u weer opzoeken hoor. Toen ik vast werd gehouden heb ik alles verteld aan de politie. Ik heb er geen spijt van dat ik het heb verteld, maar wel dat ik de belofte heb verbroken met u. Het voelde alsof ik u had verraden tegenover de politie. Ik vind u niet meer of minder door uw misdaadleven vroeger. Ik ben blij dat uw zaak niet meer vervolgd wordt en dat Stevens en haar broer vast zitten. Ik vind u een ontzettend dapper en slim persoon en we hebben dit samen goed opgelost. Ik kom vanaf nu weer elke week langs en misschien kom ik zelfs wel bij ‘de Waterlelie’ werken. Ik vond het heel goed van u dat u de politie had terug geroepen om het eerlijke verhaal eindelijk te kunnen vertellen. Stiekem vind ik u de stoerste vrouw van tweeëntachtig die ik ken. Ik ben geen jongen die dat snel zegt, maar u bent echt te gek. Om eerlijk te zijn was ik best bang bij de politie. Ik wilde alleen maar u helpen met de echte dader te betrappen, maar in plaats van daarvan werd ik als schuldige aangewezen. Ik had echt een erge straf gekregen en zou echt niet weten wat ik had gedaan als u me niet had geholpen. Ik ben u daar erg dankbaar voor. Nou, ik kom donderdag weer langs. Tot dan!

Groetjes,

Arjan.


Vals

Posted by Annick Lentacker on December 28, 2017 at 3:50 PM Comments comments (0)


Dit boek leest lekker weg, op een dag had ik het uit, maar vond ik verder niet bijzonder. De schrijfstijl nogal oppervlakkig en het verhaal is behoorlijk voorspelbaar. Toch waren en spannende momenten en was het interessant om de ontwikkeling van de groep te zien.

Een goed boek voor iemand die niet zo graag/veel leest.

Alles is wit. Lichtgevend wit. Ik knipper een paar keer met mijn ogen. Het wit blijft. Wat is er gebeurd? Ben ik dood? Ik weet het niet. Maar ik ben niet bang. Het wit is zo mooi. Ik kan het zelfs voelen. Het is zacht als donsveertjes. Achter me is nog meer wit. Maar het ziet er anders uit. Doffer. Met grijze barstjes. Het lijkt of er daar iets op me wacht. Iets wat ik eerst moet loslaten. Beelden flitsen door mijn gedachten. Een auto. Lachende meisjes. Een ruzie. Een donkere gang. De loop van een geweer. Ik kan het niet plaatsen. Het is alsof ik naar een film staar waar ik halverwege in ben gevallen.


Eerste indruk

Ik beken: ik had nog nooit eerder een boek van Mel Wallis de Vries gelezen. Haar naam ken ik natuurlijk wel, en die plaatste ik een beetje in hetzelfde rijtje als Helen Vreeswijk: een schrijfster van jeugdboeken over behoorlijk heftige thema’s. Zoals mijn docente jeugdliteratuur eens zei toen ik opmerkte dat Vreeswijks boeken behoorlijke worstcasescenario’s aansnijden: ‘Nee, het is nog veel erger dan het ergst mogelijke.’ Afijn, ik dacht dus dat de boeken van Mel Wallis de Vries net zo zouden zijn en eerlijk gezegd ben ik niet zo’n fan van dat soort boeken. Maar toen Vals één van de gratis boeken van het Elly’s Choice-aanbod van mei bleek te zijn, was ik toch wel nieuwsgierig. Wat ik verwachtte? Een thriller annex horrorverhaal over uit de hand gelopen vriendinnenrivaliteit. Niet heel bijzonder.


Waar het over gaat

De vriendinnen Abby, Feline, Pippa en Kim gaan in de kerstvakantie een weekje naar het boshuisje van Abby’s familie in de Ardennen. Maar gezellig is anders: Kim stoort zich ontzettend aan de kleffe vriendschap tussen de dominante Pippa en Abby – die voorheen Kims beste vriendin was, maar nu steeds minder van haar lijkt te willen weten. Het is stervenskoud en het ene na het andere meningsverschil doet zich voor. Terwijl Abby haar vriend mist en Feline bijna de hele tijd ziek dan wel depressief is, begint duidelijk te worden dat er iets niet helemaal pluis is. En dan verdwijnt Kim. En niet veel later Feline.


Wat ik ervan vond

Eerlijk gezegd zijn mijn verwachtingen rondom dit boek redelijk uitgekomen. Het wordt al snel duidelijk dat dit boek – en naar ik vermoed ook de andere boeken van deze auteur – geen literair hoogstandje is en dat ook niet wil zijn. Het laat zich misschien vergelijken met boeken van Carry Slee, die ook goed weet hoe ze moet schrijven over heftige onderwerpen, maar haar werk is waardevoller voor de leeservaring en de literaire ontwikkeling van lezers dan dit boek.

Het sfeertje dat rondom Vals hangt, is simpelweg dat van een lekker leesboek. Een boek dat je even tussendoor op een regenachtige avond leest. De schrijfstijl is vlot en toegankelijk, de personages zijn herkenbare typetjes en de plot is spannend genoeg om te willen weten hoe het verder gaat: je hoeft er niet bij na te denken en er niets van te leren, het is gewoon een boek om mee onder een dekentje te kruipen en waarmee je even ergens anders kunt zijn. Een lekker leesboek dus. De reden dat het ook echt niet meer dan dat is, is dat het gewoon te oppervlakkig is. De personages zijn, zoals ik al zei, typetjes: het grijze muisje, de dominante bitch, het meelopertje en het doorsnee meisje dat overal een beetje tussen hangt. Weliswaar zullen lezers van het vrouwelijk geslacht tussen de vijftien en de achttien jaar zich waarschijnlijk goed in hen kunnen herkennen – en dat is natuurlijk prima – maar erg complex zitten ze niet in elkaar. Tel daarbij op dat de gebeurtenissen allemaal vrij voorspelbaar zijn en dat het einde eigenlijk compleet uit de lucht komt vallen (en niet op een manier die thrillers sterk maakt en waardoor je jezelf wilt slaan omdat je het niet hebt gezien) en het is allemaal niet veel soeps.

Toch betekent dat niet dat Vals helemaal geen kwaliteiten heeft. Zoals gezegd: het leest vlot, de schrijfstijl is eenvoudig en doorsnee waardoor het beoogde lezerspubliek er prima mee uit de voeten kan. Ondanks de voorspelbaarheid zit er spanning in het verhaal: het is knap hoe de schrijfster je gedurende de plot op een bepaald spoor zet – het lijkt er namelijk al snel op dat Pippa de dader is – en dat spoor tot het moment van ontknoping blijft volhouden. Bovendien is de sfeer toch wel erg vermakelijk: het is een kruising tussen The Shining en Cabin in the Woods: het typische horrorverhaal dus. Daarnaast blijft het verhaal interessant door de wisselende perspectieven en heeft het wel wat om aan het einde te zien hoe de vriendengroep beschadigd en veranderd is. En dat komt niet door wat er in dat huisje in de Ardennen is gebeurd, maar door wat de meiden zelf hebben gedaan. Dat is het enige beetje diepgang in het boek: daardoor krijgt het de sociale context als thema en wordt het erg interessant om te bedenken wie de hoofdpersonen zijn binnen hun vriendengroep. Althans, voor iemand die zich daar graag in verdiept is dat zeker interessant, voor een lezer in dezelfde leeftijd als de hoofdpersonen zal het misschien weinig waarde hebben.


Conclusie

Vals is vooral een lekker leesboek: het is spannend en leest lekker weg. Als je verlangt naar een boek dat even wat simpeler is en dat je kunt lezen met je verstand op nul, dan is deze uitermate geschikt. Wil je graag wat meer diepgang, dan moet je goed zoeken – maar het is er wel.


Recensie van http://thebookreview.nl/recensies/thrillers/vals-mel-wallis-de-vries/


Dit is de auteur Mel Wallis De Vries

Dit is haar website: http://www.melwallisdevries.nl/

Tweede recensie van https://www.scholieren.com/boekverslag/72043

A. Algemene gegevens

1. Auteur: Mel Wallis de Vries

2. Titel: Vals

3. Uitgeverij: De fontein

Plaats uitgave: Baarn

Jaar uitgave: 2010

4. Genre: Jeugdthriller

5. Aantal bladzijden: 271


B. Beschrijving van de inhoud

Hoofdpersonen:

- Feline: Feline is de stilste en rustigste van de 4 vriendinnen. Feline is degene die Pippa haat.

- Abby: Abby heeft een relatie met Casper. Abby is de enigste persoon die het met iedereen van de meidengroep goed kan vinden.

- Pippa: Pippa is een echte bitch, arrogant en zelfverzekerd. Tegen iedereen doet ze onaardig, behalve tegen Abby.

- Kim: Kim is de beste vriendin van Abby, maar na een tijdje is dat niet meer zo, want dan heeft Pippa haar plaats ingenomen.


Plaats:

De vier meiden wonen in de hoofdstad van Nederland, namelijk Amsterdam. In de kerstvakantie willen ze met zijn alle op vakantie en gaan ze naar een huisje in de Ardennen (België;), dit huisje is van Abby’s vader.


Tijd:

Het boek speelt zich af in het heden, omdat er veel dialogen in het boek plaats vinden. Als een boek zich in het heden afspeelt dan is er geen jaar, want het is het moment wanneer jij het boek leest.


Probleem:

Het belangrijkste probleem in het boek is dat de meiden één voor één opeens verdwijnen. En dat de overgebleven meiden geen kant op kunnen.


Samenvatting:

Het is kerstvakantie en Pippa, Kim, Abby en Feline gaan op vakantie naar de Ardennen. Ze gaan er met de auto naar toe en Pippa rijdt, omdat die als enigste van de vier meiden een rijbewijs heeft. Na een paar uur rijden komen de meiden aan. Als de meiden net een dag in het huisje zitten, is het zo hard gaan sneeuwen, dat ze zijn ingesneeuwd. Hierdoor hebben ze geen elektriciteit meer, het mobiele netwerk is uitgevallen en het dichtstbijzijnde huis is een paar kilometer verderop. De meiden trekken zich van alles niet zoveel aan en zijn van plan om hierdoor hun vakantie niet te laten verpesten. Maar dan is Kim opeens verdwenen nadat ze ruzie heeft gehad met Pippa. Ze krijgen van haar een sms’je dat ze met de jongens, die de meiden ontmoet hadden, mee terug is naar Amsterdam. Als Feline dan ook opeens verdwijnt worden ze steeds bezorgder. Alleen Pippa en Abby zijn nog over, en ze kunnen geen kant op! Wie heeft het op de meiden gemunt?

Ondertussen gebeurt er van alles in het huis, bijvoorbeeld dat de stoppen doorgeslagen zijn. De meiden willen zo snel mogelijk weg uit het huis, ze pakken hun spullen en graven de auto uit de sneeuw. Ze zitten in de auto, en starten hem, maar dan komen ze erachter dat ze echt geen kant op kunnen, iemand heeft de benzine uit de auto laten lopen. Ze zijn weer terug naar het huisje gelopen. Dan vinden ze de sjaal van Feline, en er staat met bloed op geschreven: ‘JULLIE GAAN ERAAN!’ Ze barsten in huilen uit, maar dan weet Abby dat haar vader ergens een jachtgeweer in huis heeft en ze gaan hem samen pakken. Abby gaat naar buiten op weg naar het dorp om hulp te halen, maar dan hoort Pippa die binnen zit opeens een schreeuw, Pippa gaat naar buiten. En dan opeens staat Casper achter hun. Casper gaat al een tijdje vreemd met Pippa, en hij is nu ook verliefd op haar. Hij heeft ook Feline en Kim neergeslagen en ergens verderop in een schuurtje neergelegd. Dit heeft hij gedaan omdat hij bang was dat Pippa het over hun aan Abby ging vertellen. En opeens probeert hij Pippa te wurgen. Maar dan schiet Abby Casper neer met het jachtgeweer. Nadat Abby naar de alarmlijn heeft gebeld, staat er allemaal politie in de tuin van het huisje. En alles loopt gelukkig goed af.


Titel:

De titel is Vals, deze titel slaat op dat Casper gewoon heel erg Vals bezig was. Maar Pippa bedriegt haar vriendin Abby ook gewoon, doordat ze met Casper is gegaan. Dus de titel slaat op twee personen die heel erg vals bezig waren, en mensen bedrogen hebben.


Kaft:

Ik denk dat de persoon op de voorkant van het boek Abby is op het moment dat alleen Pippa en zij nog over zijn en zij hulp in het dorp wil gaan halen. Je ziet ook dat de achtergrond bosachtig is, dus dat is waarschijnlijk in de tuin van het vakantiehuisje. En Abby kijkt heel schichtig om zich heen.


C. Eigen mening over het boek

Dit boek is ijzingwekkend spannend, omdat het boek vanaf begin tot en met het eind super spannend is.

Ik heb dit boek gelezen toen ik een keertje een paar dagen ziek op bed lag. Ik heb het boek in een ruk uitgelezen. Toen ik bijna aan het eind van het boek was vond ik het zo bloedstollend en griezelig, dat ik eerst de laatste paar bladzijde van het boek had gelezen voordat ik verder ging met lezen.

Ik kon me heel erg goed inleven in de personages, vooral aan het eind van het boek. Op het moment dat Feline en Kim verdwenen zijn en alleen Abby en Pippa nog over zijn. Omdat het heel erg realistisch was, het leek net alsof je zelf in dat huis zat en geen kant op kon. In het laatste deel komen ook veel dialogen voor en hierdoor kon je ook heel erg goed in het boek inleven.

Ik heb al veel boeken van Mel Wallis de Vries gelezen, maar ik vond dit toch wel het meest angstaanjagende boek. Dit komt omdat je gewoon helemaal meegesleept wordt in het boek. En als je van thrillers houd, is dit zeker een aanrader om te lezen!




Rss_feed